Route naar verpleeghuis zit verstopt

Verpleeghuizen 14.000 zwakke ouderen wachten op een plek in een verpleeghuis dicht bij huis.

Foto Dean Mitchell

Steeds meer ouderen moeten lang wachten op een plek in een verpleeghuis of hulp van de wijkverpleging. In februari wachtten 12.873 ouderen op een plek in een verpleeghuis dicht bij huis (of waar ze zelf graag zouden zijn), in juli 13.975 mensen. Zij worden wel verzorgd, maar soms op grote afstand van hun familie. Sommigen (ruim 4.000) wachten al een half jaar tot een jaar. Ze heten in jargon ‘niet actief wachtend’. Dit blijkt uit recente cijfers van het Zorginstituut.

Huisartsen, ziekenhuizen en thuiszorg moeten vaak lang bellen voordat er ergens plek is voor een oudere die het thuis niet meer redt. „Het is sneu”, zegt internist ouderengeneeskunde Marieke Meinardi van het Albert Schweitzerziekenhuis in Dordrecht. „Door die afstand kan hun partner hen vaak niet opzoeken.” Haar afdeling houdt het aantal telefoontjes naar verpleeghuizen bij dat ze plegen om een plek te bemachtigen. Het record: 36, voor één hoogbejaarde patiënt.

Het systeem raakt verstopt. Ouderen wonen tegenwoordig langer thuis. Vallen ze of krijgen ze een infectie, dan komen ze op de spoedeisende hulp, en daar blijven ze vaak te lang liggen doordat verpleeghuizen geen plek hebben en de wijkverpleging onderbemand is.

Het totale aantal ouderen dat überhaupt zo verzwakt is dat ze niet meer (alleen) thuis kunnen wonen, en dus recht hebben op een verpleeghuisplek (Wet langdurige zorg), groeit harder dan verwacht. In juli 2017 waren dat 144.000 ouderen; nu zijn dat er 160.000. Dit zijn mensen die volgens het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) zwak zijn, slecht ter been en soms ook dementerend.

Een paar oorzaken voor de verstopping: het tekort aan verpleegkundigen, in zowel wijkverpleging als verpleeghuizen. De vergrijzing zet door waardoor er steeds meer vraag is naar zware, langdurige zorg. En verpleeghuizen mochten enkele jaren geen afspraken maken over opname van patiënten omdat ze geacht werden te concurreren in de markt. Dat verandert nu wel.

Directeur Jeroen van den Oever van Fundis (1.000 verpleeghuisplekken, zes pensions en 800 wijkverplegingsmedewerkers) in Midden-Nederland, spreekt van een „crisissituatie waar we inglijden”. Hij is ook bestuurslid van Actiz, de branchevereniging van verpleeghuizen en thuiszorgorganisaties. „Wij hebben nu 60 vacatures op 800 medewerkers, in de wijkverpleging. We moeten soms ‘nee’ verkopen aan een patiënt. Dat veroorzaakt verstopping, want die mensen komen in het ziekenhuis terecht, waar ze niet horen. We moeten hier als samenleving iets op bedenken, want de vergrijzing wordt sterker en het personeelstekort ook.”

‘147 miljoen euro tekort’

De zorgkantoren, die de langdurige zorg betalen, waarschuwen in een brief aan de zorgautoriteit NZa dat ze dit jaar 147 miljoen euro tekort gaan komen om die zorg te leveren.

Lees ook: Spoed? Rij maar naar een ander ziekenhuis

De Nza schreef 28 augustus aan minister Hugo de Jonge (CDA, Volksgezondheid) dat er „verder oplopende wachtlijsten, pgb-stops en mogelijk opnieuw een overschrijding van het kader [worden] voorzien. Dit alles leidt ertoe dat zorgkantoren niet langer zouden kunnen garanderen dat zij aan hun zorgplicht jegens verzekerden voldoen”.

De Jonge hád het budget voor langdurige zorg voor ouderen dit jaar al verhoogd met 410 miljoen euro. Naar de langdurige zorg gaat dit jaar ongeveer 22 miljard euro.

De vraag naar ‘eerstelijns verblijf-plekken’ groeit ook. Dat zijn tijdelijke plekken in pensions of verpleeghuizen, voor ouderen die even te zwak zijn om thuis te blijven. In 2015 maakten 21.000 ouderen er gebruik van, in 2018 al 33.500.