Op pad met Rob Kemps a.k.a. Snollebollekes – SPRÍNGÛN!!!

Feestmuziek De grootste hit van Snollebollekes werd in tien minuten in elkaar geflanst. Inmiddels verkoopt hij met gemak het Gelredome uit. Een zaterdag op pad met zanger Rob Kemps. „Als er iets fout gaat, is dat juist mooi.”

Foto Simon Lenskens

Daar hedde ’m weer ’t fenomeen, voor alle vrouwkes nummer een. Als ik er ben dan witte ’t al, ’n gekkenhuis echt overal

Uit: Op en Neer (Heen en Weer)

Tussen twee optredens door, terwijl zijn zwart glimmende SUV over de A28 zoeft, doet Rob Kemps (34) een bekentenis. „Weet je”, zegt hij doodleuk, terwijl hij vanaf de bijrijdersstoel de ene na de andere Franse chanson opzet. „Wat ik doe, dat moet je natuurlijk niet verwarren met muziek.”

Dit is de man die al ruim zes jaar feestend Nederland („van festival tot koeienstal”) in zijn greep heeft en met zijn act Snollebollekes moeiteloos discotheken, feesttenten en voetbalstadions uitverkoopt, tientallen miljoenen Spotify-streams en YouTube-views haalt en zo’n driehonderd optredens per jaar geeft. Minstens het halve land is op Kemps’ commando ‘NAAR LINKS!’ en vervolgens ‘NAAR RECHTS’ gesprongen (en dat is een voorzichtige schatting). En het enige wat hij daarvoor nodig heeft, is een rood jasje, zwart hemd, felgele das – én iemand die de usb-stick met de platina stamphits ‘Vrouwkes’, ‘Springen Nondenju’ en ‘Links Rechts’ wil inprikken.

Maar vraag je aan het zelfbenoemde ‘fenomeen’ of hij muzikant is, antwoordt hij: „Neu joh!” Om vervolgens meteen verder te ratelen over de acht keer dat hij Charles Aznavour zag optreden („weergaloos”) of hoe hij „meteen kippenvel krijgt” als hij terugdenkt aan die onwaarschijnlijke comebackshow van de aan lager wal geraakte Renaud. En allez: daar gromt de oude Fransman uit de auto-speakers. „Luister dan! Hier kan hij bijna niet meer zingen, en neemt het publiek het over. Schitterend!”

Ene keer per jaar gaan alle remmen los. Ons vrouw die zit thuis op de bank, terwijl ik lekker hos

Uit: Vrouwkes

Deze zaterdagavond staan drie shows op het programma. Dat aantal is niet uitzonderlijk, zegt hij. „Met carnaval zijn het er soms zeven per dag.” Vandaar dat de Volvo XC90 zo’n beetje zijn tweede huiskamer is geworden. „Normaal rijdt mijn vriendin, maar die is in verwachting.”

Vanavond rijdt Jordy van Uden, die consequent wordt aangesproken met ‘maat’. Achterin scrolt huisfotograaf Floris van Bergen lachend door de talloze livebeelden die hij heeft geschoten voor de fans op sociale media. „Hé Snollie”, zegt hij tegen Kemps. „Van jouw hoofd moeten ze echt emoji’s maken.” Toegegeven: hij heeft inderdaad een iconisch stripfigurenhoofd met bijpassend sprietenkapsel, dat hij met haarlak en wax zorgvuldig in de war probeert te houden. „Maar drie keer springen en het ligt weer plat.”

Vanwege de meeliftende verslaggever is Kemps genoodzaakt zijn stoel omhoog te draaien. „Ik ben 1.93 meter lang. Normaal lig ik hier prinsheerlijk, achterover. Da’s beter voor mijn rug.”

Halte één: Amsterdam. Op het grasveld naast de Johan Cruijff Arena hebben zich zo’n zesduizend bezoekers verzameld voor het festival Fout & Stout. Ze zijn verkleed als Super Mario, Maya de Bij of ze hebben zich – lekker makkelijk – in een geel hesje gehesen. Na optredens van Dries Roelvink en De Alpenzusjes zijn inmiddels The Party Animals aangetreden. Kemps kijkt backstage toe hoe ze feilloos synchroon in hun fluorescerende trainingsbroeken staan te hakken.

Het nummer ‘Vrouwkes’.

Plotseling klinkt er gejuich uit het stadion, „1-0 voor Ajax”, zegt Kemps na een blik op zijn telefoon. Chauffeur en PSV-fan Jordy begint te vloeken. „Ik ben neutraal”, benadrukt de zanger. „Van André van Duin heb ik geleerd dat je je over twee dingen nooit moet uitlaten: voetbal en politiek. Als ik zeg dat ik PVV stem, ben ik de helft van mijn publiek kwijt. En als ik zeg dat ik de PVV haat, verlies ik de andere helft. En laten we wel wezen: tekstueel gaat het bij mij ook niet over de slavernij of kernenergie.”

Voor Snollebollekes moet maar één vraag worden beantwoord: „WAAR IS DAT FEESTJE?” Iets na negenen stelt Kemps ’m voor de eerste keer (en hij zal dat tot half drie ’s nachts nog zeventien keer doen). Amsterdam brult in koor terug: „HIER IS DAT FEESTJE!” Met een echoput aan galm op zijn stem, standje kermiskraam, antwoordt hij weer: „WE GAAN SPRRRRRÍÍÍNGÛÛÛNNN!”

Met energiek enthousiasme, ogenschijnlijke naïviteit en gespeelde knulligheid pakt hij het veld in. Het is een mooi contrast: in tegenstelling tot The Party Animals springt Kemps vooral uit de maat. Als de CO2-kanonnen beginnen te bulderen en er vuurwerk ontploft, laat hij zich niet zoals veel dj’s in Jezus-houding verheerlijken, maar doet hij alsof hij zich kapot schrikt. Hij is juist niet perfect, maar de verpersoonlijking van anti-glamour. Dit is een doodgewone gast uit Best, Noord-Brabant, die toevallig een rood jasje heeft aangetrokken.

„Niet om arrogant te doen, hoor,” zegt hij vlak voordat hij opgaat, „maar ik ben nooit zenuwachtig. Als er iets fout gaat, is dat juist mooi. Als de muziek hapert, zeg ik gewoon: ‘Efkes wachten jongens, efkes de plaat omdraaien.’ Serieuze acts kunnen dat niet.”

Amsterdam mag dan geen Oeteldonk zijn, Fout & Stout doet precies wat hij wil: handjes omhoog, kontjes schudden, polonaise lopen en natuurlijk: SPRRRRRÌÌÌNGÛÛÛNNN! Zodra het complete veld van links naar rechts stuitert (en weer terug) kan zelfs een peloton ME’ers zich niet meer beheersen. De agenten die buiten het terrein de openbare orde moeten bewaken klimmen op hun busje om over de omheining te gluren.

„Houdoe!” Na dertig minuten loopt Kemps onder luid gejuich het podium af, om daar in de armen te vallen van de volgende act: Mental Theo. De dj is door het dolle. „Ik heb hem voor de leeuwen gegooid”, jubelt hij trots. „Drie jaar geleden was ik headliner op het Brabantse dancefestival Intents. Ik dacht: ik ga deze vent voor mij neerzetten. De programmeur sputterde tegen, maar ik geloofde erin. Veertigduizend man ging helemaal los. Kijk wat er sindsdien is gebeurd: hij is geen artiest meer, maar een virus.”

Ik wil niet weten wat ik deed of waar ik ben geweest

Uit: Uit: Feest waarvan ik morgen niets meer weet

Volgende halte: Hierden, in Gelderland. „Want ja”, zo verontschuldigde hij zich zojuist nog op het podium: „Die betalen óók!” Dat tarief is geenszins geheim, en met één klik op de Snollebollekes-site terug te vinden: 8.995 euro, exclusief btw en Buma.

„Ik heb niets te mopperen”, zegt hij, terwijl Johnny Hallyday door de auto schalt. „De komende anderhalf jaar zit min of meer vol. Als ik wil, kan ik ieder weekend vijftien keer optreden, maar ik vind acht de max.” Tussendoor vliegt hij ook nog langs Lloret de Mar, Mallorca en alle andere plekken waar het „stampvol zit met Nederlandse jeugd”. Volgend voorjaar geeft hij drie shows in het Arnhemse stadion Gelredome, dat hij dit jaar ook al twee keer uitverkocht. „Het kan niet beter”, geeft hij toe. „Dit maak je nooit meer mee.”

Die zegetocht is de zoveelste etappe in zijn totaal ongeplande carrière. „Ik sta los in het leven: ik heb nooit een vaste baan gehad, maar ook nooit schulden.” Na de hotelschool werd hij frietbakker, barman en begon hij met ‘tonpraten’ en ‘buutredenen’. „Dat zijn een soort sketches, die ontzettend populair zijn in Brabant.” Toen hij voor de grap meedeed aan de tv-talentenjacht Lama gezocht werd hij tweede.

En toch ontbrak er iets. Want die Franse chansons – daar zijn ze weer – waarvan hij na zijn ontdekking van Jacques Brel compleet bezeten was geraakt, die kon hij dus niet verstaan. Daarom vertrok hij voor taallessen naar Parijs waar hij tussendoor rondleidingen gaf op de beroemde begraafplaats Père-Lachaise. „Toeristen willen altijd eerst het graf van Jim Morrison zien, terwijl er voor tweehonderd jaar aan kunst en literatuur ligt. Daarna gidste ik ze langs Karel Appel, Yves Montand, Georges Moustaki, Oscar Wilde en Édith Piaf.”

Het nummer ‘Feest waarvan ik morgen niets meer weet’.

Eenmaal terug in Best gloorde er opeens wéér een nieuwe loopbaan aan de horizon. Dorpsgenoot Adrie van den Berk – „die had hier vroeger een platenzaak waar ik altijd cd’tjes kocht” – was inmiddels baas van het feestartiestenimperium Berk Music. Daar had zich in 2013 Veronica-dj Jurjen Gofers gemeld, die samen met skihut-veteraan Maurice Huismans voor de gein een hoempa-house-kraker in elkaar had geknutseld, ‘Vrouwkes’. Toen dat nummer viral ging op YouTube, vroegen de dj’s aan de platenbaas of hij niet toevallig een grappige gast kende die het zou kunnen vertolken? Kemps: „En toen dacht Adrie aan mij.”

Toen het tweede nummer ‘Snollebolleke’ ging heten, wist de zanger het meteen: dat moest zijn naam worden. „Maar dan wel in het meervoud. Media vinden dat altijd ingewikkeld, omdat ik alleen optreed. Maar ik vind dat juist humor. Bovendien kwam het succes zo snel dat we het niet meer konden veranderen.”

Nu er een kind op komst is, kan hij „beter nee zeggen”, geeft hij toe. „Met Kerst en Oud en Nieuw ga ik voor het eerst eens niet optreden. Iedereen roept altijd dat zo’n avondje leuk doen makkelijk verdiend is, maar het is zwaarder dan je denkt. Ik kan dan niet eerst nog gezellig naar een verjaardag of een braderie, ofzo. Meestal ga ik ’s middags thuis nog slapen. Dat werkt goed: als ik dan wakker word, is het net alsof de dag nog moet beginnen.” Vandaag was een uitzondering. „De zus van mijn opa werd begraven, dus ik zat braaf in het kerkbankje. En ja, daarna gaat de show gewoon door.”

Paniek in Hierden. De politie doet „vreselijk kinderachtig”, klagen de crewleden op klompen. Als de Snollebollekes-show niet om half twaalf is afgelopen, gaat de stekker eruit. Wat het hoogtepunt moet worden van het vierdaagse bacchanaal ‘De Veluwade’ eindigt dan in een drama. Zou Kemps daarom héél misschien een kwartier eerder dan de afgesproken elf uur kunnen beginnen?

Hakken, beuken, springen, de hut gaat uit z’n bol Allemaal van links naar rechts de tent die wordt gemold

Uit: Uit: Links Rechts

„Als het moet al over vijf minuten”, antwoordt hij. In de kleedkamer van de plaatselijke voetbalclub trekt hij snel een schoon zwart overhemd aan en glipt in zijn rode jasje. „Het heet hier Hierden, toch?” vraagt hij één minuut voordat hij de feesttent bestormt. „Ja”, verzekert Jordy. „Niet Daar-den, maar Hier-den.”

En daar gaat-ie weer. Binnen de kortste keren verandert de kolkende massa in een slagveld van moshende tieners. „Wat een beesten”, zegt fotograaf Floris van Bergen, als hij de feestgangers op de wankele tafels ziet klimmen. De vloer onder hen is bezaaid met glasscherven. Overal vliegen bekers bier, ook op het podium.

De show is exact hetzelfde als twee uur eerder, met dezelfde grappen, plotselinge pauzes („STOP! HANDEN OMHOOG! FOTO!”), plagerige vragen („ZIJN JULLIE MOE?!”) en verplichte oefeningen („WE GAAN OMLAAG!”). „Dit is mijn zevende optreden deze week”, zegt Kemps net als in Amsterdam. „En jullie zijn het ALLERBESTE PUBLIEK TOT NU TOE!” Gejuich. „Maar helaas, wij moeten door.” Boegeroep. Geschreeuw. „Sterker nog: we moeten door… naar Duitsland. Maar goed, die betalen óók.”

Eén minuut lang scanderen zo’n vijftienhonderd kelen: „AL-LE-DUIT-SERS-ZIJN-HO-MO’S!” En dan volgt de vaste punchline: „Wie van jullie hier aanwezig is van mening dat ze in Duitsland… VIJF MINUTEN LANGER OP MIJ KUNNEN WACHTEN??!!!” En daar host Hierden weer, „NAAR LINKS! NAAR RECHTS.”

„Mensen willen het meemaken”, zegt Kemps over het succes van het nummer. Met dank aan zowel de oude als de nieuwe media. „Televisie mag dan achterhaald zijn, de live-huldiging van de Oranje Leeuwinnen na hun EK-titel in 2017, vlak voor het achtuurjournaal, was natuurlijk onbetaalbaar: bijna twee miljoen kijkers zagen het legioen heen en weer hossen op ‘Links Rechts’. Daarna ontplofte het op sociale media: toeristen sprongen bij de Eiffeltoren of voor de Taj Mahal, Max Verstappen-fans op de oranje tribune, wielerfanaten op de Alpe d’Huez en bij de laatste Tour de France zelfs de renners van de oude Sky-ploeg.”

De hit ‘Links Rechts’.

Hoe ze op het idee kwamen? „Het is in tien minuten in elkaar geflanst, als gebbetje voor de weggeef, omdat een festival om een leuk deuntje vroeg. Toen we het op kantoor lieten horen, riep Adrie: ‘Zijn jullie helemaal gek geworden?’ Hij hoorde als enige dat het een knaller was.”

Op naar Duitsland, voor de laatste show. Maar eerst wil Hierden nog foto’s maken. Fans tussen de acht en tachtig jaar verdringen zich bij de dranghekken. Stoere gasten in hardrockshirts, giechelende tienermeisjes, oma’s die hun kleinkinderen naar voren duwen: allemaal krijgen ze hun kiekje. Oók een van de politiemannen – tot grote ergernis van organisatoren die dat nog trachten te voorkomen. Hun argument: „Da’s de vijand hoor!” „Ik sympathiseer met jullie”, reageert Kemps. „Maar ik bepaal zelf met wie ik op de foto ga. Anders is het einde zoek. Straks mag ik van mijn bevriende ijscoman ook niet met zijn concurrent op de foto.”

In de kleedkamer van Club Index puilen de koelkasten uit met alle mogelijke soorten drank. Voor de make-up-spiegel staan nog zeven soorten fruitsap. „Pak wat”, beveelt Holger Bösch, „al 31 jaar” de eigenaar van de discotheek in het Duitse Schüttorf. Kemps kiest een flesje water, het enige wat op zijn rider (wensenlijstje) staat. „De meeste rappers laden meteen na aankomst de vooraf bestelde champagne in hun auto. Wat zij doen met Moët & Chandon, doe ik soms met een paar blikjes 7 Up.”

Hij drinkt nooit alcohol als hij moet optreden. „Het eerste jaar nam ik bij elk nummer een biertje. Maar met meer shows per avond werden dat er al snel dertig. Toen ik bijna 130 kilo woog, heb ik het roer omgegooid. Sindsdien ben ik een seks-drugs-en-om-zes-uur-warm-eten-artiest. Maar dan zonder de drugs.”

Foto Simon Lenskens

„Volg mij.” Clubbaas Bösch staat erop een rondleiding te geven. Er volgt een hallucinante expeditie langs zeven zalen met elk een eigen muziekstijl (hardstyle, hiphop, reggaeton) en een nagebouwd strand vol kermisattracties. Dan trekt Bösch een dikke deur open waarachter een gigantisch iglo-doolhof verscholen ligt. Aan het eind van die enorme ijsbar staan bezoekers in dikke winterjassen wodka’s te slempen. Wie wil kan zich van een rodelbaan omlaag laten storten en krijgt nog een finishfoto mee ook. De baas heeft al een paar sleetjes te pakken en blaft: „Glijden!” Kemps bedankt beleefd: „Sorry, ik moet nog optreden.”

Om twee uur ’s nachts klimt hij het podium op. „WAAR IS DAT FEESTJE?” Alle Nederlanders – ongeveer de helft van de uitpuilende zaal – brullen: „HIER IS DAT FEESTJE!” De Duitsers hebben geen idee wat hen overkomt, maar snappen wel wat hen te doen staat: SPRRRÌÌÌNGÛÛNN!!!

Kemps krijgt vanuit het publiek voortdurend telefoons aangereikt om vanaf het podium selfies te maken, het liefst met de extatische eigenaren op de achtergrond.

„Helaas”, zegt hij om iets voor half drie. „Maar wij moeten door…”

Straks zijn we brak, en verrotter dan een wrak Maar we gaan nog niet huis

Uit: Uit: Total Loss

Doorweekt van het zweet puft hij uit in de kleedkamer. Binnen zes uur heeft hij drie keer dezelfde show gegeven. Is dat niet doodvermoeiend? „Ik ken iemand die dertig jaar bakker is, elke ochtend hetzelfde croissantje staat te vouwen en dat nog steeds geweldig vindt. Aan hem vraagt niemand waarom hij brood blijft bakken.”

Wat maakt het optreden dan de moeite waard? „De interactie met het publiek is mijn croissantje. Ik geef de mensen een cadeau. Als ik wegga, staat iedereen te lachen. Je ziet ze denken: fuck, wat was dit leuk. Dat is super! Artiesten krijgen ook altijd de vraag: hoe doe je het als je straks een gezin hebt? Maar ik ken piloten en koks die vaker van huis zijn dan ik. Zolang ik het leuk vind, blijf ik dit doen.” Hij heeft het opgeschreven in een boek over zichzelf en zijn inspiratiebronnen, dat in november verschijnt. „Mensen denken vaak dat mijn leven enkel gaat over bier en tieten. Ik wil uitleggen dat er meer bij komt kijken.”

Foto Simon Lenskens

Clubbaas Bösch komt binnen gedenderd. „Sehr gut! Ganz meine Musik!” Hij wijst naar de wall of fame met geschilderde portretten van Beyoncé, Snoop Dogg en de Duitse schlagercultheld Mickie Krause. „Allemaal hebben ze hier gestaan.” Dat er een schlagerzanger tussen de groten der aarde is vereeuwigd, doet Kemps goed. „In Nederland zijn feestartiesten altijd een beetje schmutzig, al is er de laatste jaren een omslag gaande. Famke Louise wilde laatst met me op de foto. Dat zou ze nooit aan Lawineboys of Gebroeders Ko hebben gevraagd, maar als je het Gelredome uitverkoopt, krijg je opeens aanzien bij de rest van het gilde. Vroeger was het ook ondenkbaar dat een hippe rapper iets van een feestartiest zou spelen. Maar Poke – da’s schijnbaar een heel bekende – doet gewoon ‘Links Rechts’ in zijn set. Dat is wel iets waar ik trots op ben.”

En nu heeft hij dus ook zojuist Duitsland platgespeeld, constateert hij tevreden, terwijl de Volvo weer over de Autobahn raast. „Het zou zomaar kunnen dat ik hier in navolging van Rudi Carrell een wassen beeld krijg in Madame Tussauds.” Hij trekt een blikje 7 Up open en laat Jacques Brel uit de boxen stromen. Nog twee uur. Dan is-ie weer in Best.