Opinie

Maar waarom vroeg niemand: klopt dit wel?

Tom-Jan Meeus

Je hoort veel verontruste opmerkingen over de scheiding der machten, de trias politica, die niet meer nageleefd zou worden. Betonrot in de democratie. Bij de vervolging van Geert Wilders zou zijn gebleken dat er politieke sturing was bij de beslissing de PVV-voorman te vervolgen wegens zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraken.

Maar er valt wel iets op: juist degenen met de meeste zorgen over schending van de trias politica, draaien er hun hand niet voor om zelf de trias politica te schenden.

Laat ik het uitleggen. Dit voorjaar werden enkele voormalige topambtenaren van het ministerie van Justitie en Veiligheid achter gesloten deuren gehoord in het hoger beroep van de Wilderszaak. Aanwezigen zagen daar dat twee PVV-medewerkers alle uitlatingen van de getuigen noteerden. Na de verhoren stelde Wilders Kamervragen waarmee hij impliciet verifieerde, hoe slim, of de getuigen wel naar waarheid hadden verklaard.

Je kunt zeggen: dit is Wilders’ goed recht. Je kunt ook zeggen: hier maakt een Kamerlid oneigenlijk gebruik van een voorrecht; andere verdachten in discriminatiezaken hebben dit niet. En je kunt zeggen: het Kamerlid Wilders mengt zich in de strafzaak van de verdachte Wilders: trias politica?

De politiek mengde zich niet in strafzaken. Nu mengt een strafzaak zich in de politiek

Nu was die inmenging zeker effectief. Door de beantwoording van Wilders’ Kamervragen – én geslaagde Wob-procedures van RTL Nieuws – zijn talrijke voorbeelden van vermoedelijke ambtelijke bemoeienis met de voorbereiding van de strafzaak bekend geworden. Terwijl het departement eerder zei dat het buiten de vervolgingsbeslissing van het OM was gebleven.

Het gevolg is nogal bijzonder. Ooit heette het dat de politiek zich niet in lopende strafzaken moet mengen. Nu mengt een lopende strafzaak zich in de politiek. Zo gebeurde het woensdag dat bijna de voltallige oppositie, op initiatief van het Kamerlid Wilders, een debat aanvroeg over de strafzaak tegen de verdachte Wilders.

„De schijn van bemoeienis wordt groter”, klaagde Kuiken (PvdA). „Juist omdat het om de scheiding der machten gaat, moet de waarheid snel op tafel”, zei Van Nispen (SP). „Dit gaat om de informatiepositie van de Kamer”, zei Bisschop (SGP). „Wachten op de rechtelijke uitspraak hoeft niet”, zei Wassenberg (PvdD). „De Kamer moet zo snel mogelijk zijn tanden laten zien”, zei Baudet (FVD).

De coalitie en Denk dwongen af dat er niettemin pas na de strafzaak een debat komt. Maar toch: 71 van de 150 Kamerleden wilden zich dus gewoon mengen in een strafzaak – omdat een ministerie zich eerder zou hebben gemengd in een strafzaak. En geen van die 71 Kamerleden stelde zich blijkbaar de vraag: wat klopt hier niet?

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.