In de geboortekaartjes zie je Nederland veranderen

Geboortekaartjes We sturen nog altijd ouderwets geboortekaartjes, ondanks Facebook, Instagram en WhatsApp. Een oer-Hollands fenomeen volgens neerlandicus Jan Noorlandt.

Er komt nog maar weinig door de brievenbus: de weekendkrant, soms iets van de Belastingdienst, een brief van het consultatiebureau, iets van de gemeente over nieuwe parkeertarieven. Het meeste is niet zo sfeerverhogend, behalve geboortekaartjes. Het valt op: ondanks Instagram, Facebook en WhatsApp sturen verse ouders nog altijd een geboortebericht. Van papier, in een envelop met een postzegel erop. Een oer-Hollands fenomeen, denkt neerlandicus Jan Noorlandt (59) uit Rhenen.

Vlamingen houden er ook van, maar in andere landen worden geboortekaartjes niet zo fanatiek gestuurd als hier, zegt hij. „Een advertentie in de plaatselijke krant volstaat, en de familie wordt gebeld.” In hoeverre het een puur Hollandse en Vlaamse traditie is, is een van de vragen in zijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Groningen. Bij wijze van voorstudie gaf hij een boekje uit: Jongen of meisje. Culturele aspecten van 100 jaar geboortekaartjes.

Het eerste kaartje dat hij zag is uit 1913, uit Anna Paulowna. In sierlijke letters: ‘Hiermede geven wij kennis van de geboorte van onzen zoon Hendrik Jan’.

Lange tijd zijn ouders „dankbaar”, „vol vreugde” en „blij”. Voorop tekeningen van een doopvont, engelen of de duif als symbool van de Heilige Geest. Katholieken lieten zien dat ze lid van de Kerk zijn, bij protestanten stond geloof zelf meer centraal, vertelt Noorlandt. In bijna 90 procent van de geboortekaartjes die Noorlandt analyseerde is de roepnaam ook de doopnaam, of een logische afgeleide, zoals Hans van Johannes. Bij 10 procent is de roepnaam iets totaal anders, bijvoorbeeld Marlies als roepnaam van Catharina Maria.

Iets later staan voorop tekeningen van huiselijke taferelen, zoals een wieg bij de open haard. „Een symbool van gezellig, huiselijk geluk”, zegt Noorlandt. Anton Pieck is een bekende kunstenaar van dit motief. In een typische oud-Hollandse keuken staat een houten wieg voor de haard. Het vuur brandt, er staat een kruik op tafel, een roos in een vaasje, aan een houten balk hangt een olielamp.

1946
1972
1946 en 1972.

Na de oorlog, vanaf de jaren 50, ging het economisch wat beter in Nederland en gebeurde het sturen van een geboortekaartje massaal, zegt Noorlandt. Daarvoor was het meer een gewoonte in welgestelde kringen. Ontroerend vindt hij de geboortekaartjes die tussen 1940 en 1945 zijn verstuurd. „Soms vroegen mensen een kunstenaar om een tekening te maken die de tegenstelling van de blijdschap van de geboorte en de ellende van de oorlog verbeeldde.” Een bloem in een helm bijvoorbeeld.

Introductie van de kraamborrel

In de jaren 70 en 80 zijn er veel enkelvoudige kaarten in één kleur, vaak oranje of bruin. Gedichtjes zijn dan populair. In de jaren 90 full colour teddyberen, ooievaars, slingers en beschuit met muisjes. Drie clowntjes met feesthoedjes op en een ballon in de hand dansen om de letters ‘geboren’. Na 2000 ziet hij dat soms foto’s van de baby op de kaart staan.

In 2004 ziet hij de eerste vermelding van iets wat nu vaker lijkt te gebeuren: een kraamborrel of babyborrel. Een bijeenkomst buitenshuis, waar familie en vrienden allemaal tegelijk de geboorte van de baby kunnen vieren, in plaats van dat bezoek wekenlang verspreid aan huis komt.

1993

„Als mensen nog dozen met kaartjes op zolder hebben, leen ik die graag. Het ontwerp hoeft niet bijzonder te zijn, gewone kaartjes zijn juist welkom”, zegt Noorlandt. Eind 2020 verwacht hij te promoveren. Zijn onderzoek tot nu toe geeft een beeld van hoe Nederland is veranderd in de afgelopen honderd jaar. „De manier waarop een kind wordt aangekondigd laat dat mooi zien. Tot de jaren zestig was het ongepast om de voornamen van de ouders te gebruiken, op het kaartje gaven ‘de heer en mevrouw’ kennis van de geboorte. Vijftig jaar geleden veranderde dat vrij abrupt.” Sindsdien staan ook broertjes en zusjes met hun naam op de kaart, net als gewicht en lengte van de baby.

Op een kaartje uit 1964 zag hij voor het eerst de rusturen van moeder en baby staan: van 12 tot 15 uur. In de jaren 70 en 80 wordt dit ook nog geregeld vermeld. In 1988 vraagt een stel: ‘Bezoek is van harte welkom, wel graag tevoren bellen.’ In 1998 laat iemand het de baby zeggen: ‘Wilt u mijn vingertjes en teentjes tellen, dan wel eerst even bellen.’

De laatste jaren ziet hij dat ouders „trots” zijn. Daar moet hij een beetje om lachen. „Taalkundig gezien vraag ik me af: kun je trots zijn op een kind dat net is geboren?”