Opinie

Imca Marina

Mirjam de Winter

Mirjam de Winter

‘Hoe kun je als Rotterdammer geld verdienen aan het songfestival?” kopte RTV Rijnmond afgelopen week op haar site. Want ja, als de kosten van dat liedjesfestival deels toch op die arme Rotterdammers worden afgewenteld, dan kunnen die er maar beter een slaatje uitslaan. Hun mouwen nog een paar centimeter extra opstropen in plaats van lijdzaam toezien hoe tienduizenden Songfestival-gekkies straks de stad overspoelen, zo is het idee.

Alle pensions en hotels zijn intussen al volgeboekt (tegen mega-kamerprijzen!), en dus hopen veel Rotterdammers er zelf ook beter van te worden door via Airbnb hun eigen woning of een bed te verhuren.

Met hier en daar een likje verf en een fris dekbedovertrek blijk je voor een armetierig flatje in de Tarwewijk of Bloemhof dan al snel honderden euro’s per nacht te durven vragen. Op de site van Airbnb zie je in Rotterdam voor die periode zelfs tarieven van meer dan 1.000 euro voorbijkomen, met het allerduurste ‘bed, bad & brood’ in Ommoord: 2.275 euro! Per nacht! Het is maar wat de gek ervoor over heeft, moet de aanbieder ervan hebben gedacht. Maar je moet toch wel compleet waus zijn om zo’n bedrag te willen ophoesten voor een tijdelijke opsluiting in een lelijk flatgebouw in een grauwe buitenwijk als Ommoord. En dan nog op ruim 20 km afstand van festivallocatie Ahoy bovendien! Bah, pure oplichterij is het, en onbegrijpelijk dat Airbnb daar zelf geen stokje voor steekt.

Oké, intussen heb ik geprobeerd mijn gezin ervan te overtuigen dat er ook voor ons best een leuk sommetje bijeen viel te garen met de verhuur van ons huis. In mijn aller-rozigste momenten zag ik me van 12 tot en met 16 mei al gezellig ontfermen over een beschaafd setje homo’s uit een nette familie en uit een net buitenland. Jongens over wie ik toch een beetje zou moeten moederen, al was het maar omdat ze het best eens moeilijk zouden kunnen krijgen in Rotterdam. Er is in het plaatselijke horeca-aanbod per slot van rekening weinig of niets wat ook maar de pretentie rechtvaardigt dat we tot een nieuwe loot aan de stam van ‘s werelds gay capitals kunnen uitgroeien. En, zoals in deze krant onlangs al werd aangestipt: erg homovriendelijk zijn we in deze stad helaas ook in andere opzichten nog niet.

Rotterdam is nog lang geen Amsterdam of San Francisco, om het maar voorzichtig te zeggen. Opsteker voor de jongens die ik als kandidaat-hospita een tijdelijk thuis wilde gaan bieden, is alvast dat we op de Westblaak een ‘regenboog-zebrapad’ hebben. Ik wilde ze er naartoe wandelen ook, met aan elke hand dan een logé om de boys een beetje aan hun omgeving te laten wennen. En omgekeerd natuurlijk. Je wordt in Rotterdam voor minder van een zebrapad af gereden. Zonder gekheid: de vraag of het hier werkelijk zo divers en inclusief aan toe gaat als we de buitenwacht in onze city marketing willen doen geloven, zal in de vijf Songfestivaldagen op straat en in het nachtleven moeten worden beantwoord.

Maar mijn twee nog thuiswonende mannen hadden en hebben niets met het idee dat er fors gewin tegenover gastvrijheid moet staan, nog afgezien van de zekerheid dat je met Songfestivalgangers toch een soort carnavalsvolk in huis haalt, homo dan wel hetero. Zelf blijf ik weliswaar nog even vol van mijn homo-moederschapswens, inclusief wat revenuen. Rotterdam is toch toe aan haar eigen Imca Marina.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.