Recensie

Recensie Boeken

‘Nooit eerder had de maatschappij Atwood zo hard nodig’

Margaret Atwood Na 34 jaar is er een vervolg op de klassieker The Handmaid’s Tale, dat geadopteerd werd door seriemakers en activisten. Nu neemt Atwood de touwtjes weer in handen: een daad van verzet.

Foto Peter Lipton / NRC

Please, Margaret Atwood, doe het niet, smeekte een Amerikaanse journalist in een column op de literaire website Electric Lit. Het was vorig jaar november en de 79-jarige Canadese schrijfster had net aan haar 1,9 miljoen Twitter-volgers gemeld dat ze werkte aan een vervolg op Het verhaal van de Dienstmaagd, haar inmiddels legendarische roman uit 1985. De testamenten pakt de draad op vijftien jaar na de slotscène uit het eerdere boek, waarin de Dienstmaagd Vanfred in een zwart busje wordt gevoerd, op weg naar vrijheid – of juist niet.

Vanfreds verhaal ging verder – en hóé waren we al aan de weet gekomen. Tenminste: de schrijvers van de tv-serie The Handmaid’s Tale hebben de vraag hoe het verder ging beantwoord, en het verhaal tot inmiddels drie seizoenen verlengd. Met de zegen van de schrijfster. Maar wel los van de schrijfster; Atwood werd geconsulteerd, maar hield zich naar eigen zeggen afzijdig. Zo hield ze haar verhaal, de roman intact.

Het verhaal van de Dienstmaagd werd de laatste jaren juist zo’n miljoenensucces doordat het meer bij het heden leek te passen dan bij 1985. Het boek gaat over de angsten van nu, meer nog dan die van toen. Nú wordt de wereld in toenemende mate geregeerd door misogyne leiders (Trump, Bolsonaro), die vinden dat vrouwen meer kinderen zouden moeten produceren om de soort in stand te houden (Viktor Orbán, vorige week nog). Nú worden verworven vrouwenrechten teruggedrongen en staat abortuswetgeving weer op de tocht.

Columnisten vragen zich af: ‘How far are we from Gilead?’ – de post-Amerikaanse, puriteinse theocratie waar vrouwen tot wandelende babyfabrieken worden gereduceerd. Activisten dragen de iconische Dienstmaagd-outfit, een vuurrode cape en een witte hoofdkap, bij demonstraties voor vrouwenrechten. ‘Make Margaret Atwood Fiction Again’, staat op spandoeken.

Daarom riep de aangekondigde sequel scepsis op, in literaire zin. In zo’n wereld, was de redenering van de Electric Lit-columnist, zou een vervolg wel eens veel hedendaagser kunnen aanvoelen dan het oorspronkelijke boek destijds deed. De testamenten zou een directe reactie worden op het Trumptijdperk. Maar wat levert dat in literaire zin op? Het risico is dat de boodschap van de roman veel eenduidig-politieker wordt, de zeggingskracht meer tijdgebonden. Dat zou in het ergste geval afbreuk doen aan de klassiekersstatus van Het verhaal van de Dienstmaagd.

Toen Atwood het eerste boek schreef, woonde ze in Berlijn, waar ze tegen het IJzeren Gordijn aankeek. Tegenwoordig stromen verontwaardiging en protest haar Twitter-tijdlijn in

Aan de andere kant: het is wel een recept voor een hoogst urgent boek. „De maatschappij heeft nooit eerder Margaret Atwood zó hard nodig gehad”, riep haar Britse uitgever dan ook, ze was benieuwd wat het nieuwe boek „over onze tijd vertelt”. Dat klinkt als: profetes Atwood, vertel ons de waarheid! Met zulke hoge verwachtingen moet De testamenten bijna wel tegenvallen.

En? Het korte antwoord: Margaret Atwood ging niet over één nacht ijs en is de minste niet. Maar het is niet het tijdloze literaire meesterwerk dat Het verhaal van de Dienstmaagd wél is.

De testamenten is geen rechtstreeks vervolg. Vanfred vervult een (belangrijke) bijrol, maar het woord is nu aan drie vrouwen met elk een bijzondere verhouding tot Gilead. Twee van hen zijn tieners: de ene is Agnes, die in Gilead opgroeit als dochter van een Bevelvoerder – een rijk man die zich een Dienstmaagd kan veroorloven, een bijvrouw voor de voortplanting. En er is een meisje dat Daisy heet en in Canada woont – aan de goede kant van de grens met totalitair Gilead.

Lees ook: Nieuwe romans Margaret Atwood en Salman Rushdie op shortlist Booker Prize

Afbrokkelen en aanvallen

Bijzonder is in elk geval de rol van Lydia, de interessantste van de drie, want haar kennen we uit het eerdere boek, als kwade genius. Zij was de leermeesteres, die Dienstmaagden omboog tot volgzame hertjes, en inmiddels kreeg ze daar zelfs een standbeeld voor – als toonbeeld van idealisme en morele perfectie. Maar nu blijkt: ze schrijft. En dat terwijl schrijven een subversieve daad is: vrouwen in Gilead mogen het niet, net zomin als ze mogen lezen. Boeken staan achter slot en grendel. Want kennis is macht, ‘vooral schandelijke kennis’. Tante Lydia schrijft in het geniep.

Dat belooft nogal wat: ‘Ik heb in de loop der jaren heel wat beenderen begraven; nu ben ik geneigd ze weer op te diepen – al was het maar ter stichting van u, mijn onbekende lezer.’ Die narrige, smalende toon van Lydia ligt nog het dichtst bij Atwood zelf, bij de toon waarop zij zich tegenwoordig als ‘literaire rockster’ over de toestand van de wereld uitlaat. Vlijmscherp, een beetje cynisch. ‘In bepaalde omstandigheden is lachen een vorm van conditietraining’, is een van Lydia’s vele grimmige oneliners.

Atwood krijgt het weer zeer vakkundig voor elkaar om haar personages overtuigend tot leven te wekken, vooral in relatie tot het totalitaire regime

Atwood vertelt, in haar dankwoord achterin de roman, dat dit vervolg uitgelokt werd door vragen van haar lezers. En dan vooral: hoe is Gilead ten val gekomen? Het antwoord is dit verhaal. ‘Totalitaire regimes kunnen van binnenuit afbrokkelen als ze niet voldoen aan de beloften waardoor ze aan de macht zijn gekomen, ze kunnen van buitenaf worden aangevallen, of allebei.’ Dat proces van afbrokkelen en/of aanvallen – ik houd het vaag omwille van de spoilers – maakt van De testamenten vooral een een plot-driven roman. En die verveelt niet, dankzij zijn thrillerachtige kwaliteiten: veel actie, hoog tempo, een ingewikkelde en ingenieuze plot. De drie verhalen komen gaandeweg bij elkaar: vakmanschap.

De Canadese auteur Margaret Atwood op een persconferentie in Londen na publicatie van De testamenten, 10 september 2019. Foto Tolga Akmen / AFP

Atwood verliet dus het perspectief van de Dienstmaagd, de verteller van de eerdere roman, wat grote gevolgen heeft voor tempo en toon. Die is niet meer zo stapje-voor-stapje, ingehouden en doemdreigend, zo vol van onbenoemd onheil, als het eerdere boek. Er wordt minder gezwegen, ingeslikt en geschaamd, want deze vertellers leven niet onder de knoet zoals Vanfred, maar bestieren de boel (Tante Lydia), verkeren in zalige onwetendheid (Agnes) of staan aan de zijlijn (Daisy).

Of is het verschil een teken des tijds? Toen Atwood Het verhaal van de Dienstmaagd schreef, woonde ze in Berlijn, waar ze tegen het IJzeren Gordijn aankeek. Tegenwoordig stromen verontwaardiging en protest haar Twitter-tijdlijn in. Geen tijd voor kijken en beschrijven – actie! Dat kun je waarderen en betreuren; het is er in elk geval een heel ander boek van geworden.

Lees ook ons interview met Atwood uit 2018

De staat kneedt en vormt

Het plotgerichte verhaal bracht Atwood niet tot de grootste stilistische verfijning. Je vliegt erdoorheen, maar soms lijken de gesprekken uit een actiefilm te komen: ‘“We zullen Mayday te slim af zijn,” zei ik; ik balde mijn vuisten en schoof mijn onderkaak naar voren.’ (Als ik hier de toehoorder van Tante Lydia was, wantrouwig Bevelvoerder, zou ik toch fronsen.) Of er staat plots, sentimenteel, over een verloren moeder: ‘Ze was een afwezigheid, een leemte in mij.’ En om haar verhaal op gang te houden zou Atwood toch beter moeten kunnen dan zinnen als: ‘“Het leven is nou eenmaal kut,” zei Ada. “Maar we moeten bedenken wat we nu gaan doen.”’

Onderwijl krijgt Atwood het, wel weer zeer vakkundig, voor elkaar om haar personages overtuigend tot leven te wekken. Net als in het eerdere boek gebeurt dat vooral in relatie tot het totalitaire regime. Onvermijdelijk: de staat kneedt en vormt de levens van deze vrouwen, maakt hun wil ondergeschikt aan die van de machthebber. In de verhaallijn van Agnes voelen we dat gebeuren. We lezen hoe een geprivilegieerd meisje gemoedelijk opgroeit in Gilead, onwetend over haar indoctrinatie. Ze veracht Dienstmaagden, die ‘toch borderliners’ zijn, ‘toch allemaal sletten’ – zonder er ooit één gesproken te hebben. Wanneer ze aangerand wordt door een tandarts is haar reactie nog het ijzingwekkendst: ‘Het was dus allemaal waar, van mannen en hun woeste, vurige driften, en alleen doordat ik in die tandartsstoel zat had ik die driften al opgeroepen. Ik schaamde me verschrikkelijk.’

Het interessantste van De testamenten is nog wel de verhouding tussen dit boek en de wereld

In de verhaallijn van Tante Lydia lezen we hoe een rechtschapen familierechter uit kon groeien tot vormgeefster van een neerdrukkend regime – machiavellisme is ook een vorm van zelfbehoud. Het Canadese meisje Daisy raakt verzeild in een verzetsactie, ongevraagd en ongewild, en moet langzaam in haar rol groeien: ‘Ik kan Gilead toch niet vernietigen’, zegt ze. ‘Ik ben maar in m’n eentje.’

In die karaktertekeningen toont zich ook de eigenwijze schrijver die Margaret Atwood is, de vrouw die zich niet in een hokje laat stoppen of voor een ideologisch karretje laat spannen. Want probeer deze personages maar eens in te delen bij de Helden of de Schurken, en bij de Goeden of Slechten. Probeer maar eens een moreel oordeel over hen te vellen. Atwood plaatst zo een kanttekening bij simplistisch zwart-witdenken, dat moreel verlammend werkt. Niemand is honderd procent goed, dus je hoeft niet heilig te zijn om bij het verzet te mogen.

De vrouwelijke helden van Atwood hoeven niet larger than life te zijn. Haar bijdrage aan het verzet is de notie dat er altijd wel iets te manipuleren valt, wat ook ten goede kan keren. Eerder leidde manipulatie tot kwaad: denk aan de bloeddorstige lynchpartijen door Dienstmaagden (‘Particicuties’). Maar had de wereld van Gilead de morele voetnoot die De testamenten is, echt nodig?

Meestermanipulator

Misschien niet echt – en daarom valt De testamenten ook enigszins tegen. Niet dat het afbreuk doet aan het origineel, daarvoor is het verhaal sterk genoeg. Maar van zo’n vervolg, vierendertig jaar later, hoop je toch óók dat het iets wezenlijks toevoegt aan wat je al kende – zoals je van ieder literair werk hoopt dat het je iets nieuws vertelt, of op een manier die het nieuw doet voelen. En een vakkundig vervolg of niet: de plaats van De testamenten op de Booker Prize-shortlist is merkwaardig, terwijl stilistisch veel spannender boeken het niet haalden.

Maar het interessantste van De testamenten is nog wel de verhouding tussen dit boek en de wereld. Deze roman is de revanche van de schrijver, want Atwood trekt de personages en verhaallijnen uit de serie weer naar zich toe. Zij neemt de regie over Tante Lydia, over de geschiedenis van Vanfred, over baby Nicole, een personage dat door de serieschrijvers geïntroduceerd is. Daarmee toont Atwood zich de ware Tante Lydia, de meestermanipulator, die steeds de touwtjes in handen had en het verhaal bepaalde. Ook dat is een krachtige boodschap, ook dat is een verhaal van verzet. En ja, helemaal van deze tijd.

Luister ook naar de podcast NRC Vandaag: