Recensie

Recensie Media

Mindhunter: Een toepasselijke ziekmakende sfeer

Serie Ook in het tweede seizoen van Mindhunter probeert de FBI seriemoordenaars op te sporen met behulp van seriemoordenaars. Heeft die aanpak echt zin?

Van links naar rechts Albert Jones, Holt McCallany en Jonathan Groff in Mindhunter.
Van links naar rechts Albert Jones, Holt McCallany en Jonathan Groff in Mindhunter. Foto Netflix

In het tweede seizoen van de politieserie Mindhunter krijgen FBI-agenten Holden Ford en Bill Tench een nieuwe baas, eentje die het werk dat het duo doet bij de Behavioral Science Unit (BSU) om publicitaire redenen volop wil ondersteunen en uitbreiden. De BSU, onderdeel van de FBI Academy, houdt zich bezig met het systematisch onderzoeken van beruchte seriemoordenaars, zodat profielen kunnen worden opgesteld waarmee nieuwe seriemoordenaars eerder opgespoord kunnen worden. De serie is gebaseerd op het ‘true crime’-boek Mindhunter van John E. Douglas, die aan de basis stond van het personage Holden. Ook oude rot Bill is gebaseerd op een bestaande FBI-agent. De gruwelijke details die de meervoudige moordenaars uit de doeken doen, komen uit de oorspronkelijke FBI-interviewtranscripties.

Mindhunter: de mens achter de moord (NRC, recensie Mindhunter seizoen 1, 13 oktober 2017)

Seriemoordenaars

In het eerste seizoen bezoeken de gedreven Holden en de nuchtere Bill een aantal seriemoordenaars in de gevangenis om ze systematisch te interviewen. Psychologe Wendy Carr staat de twee agenten bij om alles wetenschappelijk verantwoord uit te voeren en om te helpen bij de duiding en methodologie.

De zich in de jaren zeventig afspelende serie over de pioniersjaren van de BSU leverde fascinerende televisie op die ook interessant was als het ging om de psychologie van academica Carr en de FBI-agenten.

Want heeft de wat kille Holden eigenlijk niet zelf trekjes van een sociopathische persoonlijkheid? En hoe is zijn onthechte gedrag te rijmen met de paniekaanval die hij aan het eind van seizoen een kreeg?

In de praktijk

In seizoen twee gaat het interviewproject verder, maar tegelijkertijd wordt de hulp van de FBI ingeroepen bij wat bekendstaat als de ‘Atlanta kindermoorden-zaak’ – een echte zaak die speelde tussen 1979 en 1981. Is wat de BSU tot dan toe aan theoretische kennis heeft verzameld toepasbaar in de praktijk? Is er een wellicht pedofiele seriemoordenaar aan het werk die het voorzien heeft op zwarte kinderen uit achterstandsmilieus?

Als Holden een profiel opstelt uit de minieme gegevens die hij heeft en verklaart dat de moordenaar zwart moet zijn, wordt de zaak politiek gevoelig. De zwarte burgemeester en de zwarte politiechef weigeren Holdens hypothese te steunen.

De ouders van de verdwenen kinderen verwijten de lokale autoriteiten te weinig te doen om de zaak op te lossen en vermoeden dat huidskleur hierbij een rol speelt. Vooral omdat een deel van het grotendeels witte politiecorps in hun vrije tijd (stiekem) lid is van de Ku Klux Klan.

De zaak levert een intrigerend vraagstuk op dat zeer actueel is: heeft Holden een tunnelvisie en daardoor te weinig oog voor de verhouding tussen wit en zwart en al de gevoeligheden die daarmee gepaard gaan?

Ambigu

Ondertussen krijgt Bill te maken met problemen aan het thuisfront als zijn jonge, geadopteerde zoon Brian betrokken raakt bij een misdaad. Omdat hij veel van huis is, raakt Bill bovendien in een huwelijkscrisis. Workaholic Wendy krijgt een gecompliceerde relatie met een barvrouw.

De geelfilters die regisseur David Fincher (House of Cards, The Social Network, Fight Club), die de eerste drie afleveringen maakte, en zijn collega’s Andrew Dominik en Carl Franklin gebruiken, geven de zich kalm ontvouwende serie een toepasselijk ziekmakende sfeer. Seizoen twee is extra sterk omdat het ambigu is over het werk van de BSU. Heeft het echt nut in een complexe werkelijkheid?