Foto Roger Cremers

Staatsrechtgeleerde Wim Voermans: ‘Een grondwet ís literatuur’

Wim Voermans | Interview Na twintig jaar dralen pleit staatsrechtgeleerde Wim Voermans in Het verhaal van de Grondwet nu voor een herziening van de studie rechten. Die is nu niet wetenschappelijk.

Volgende week is het Prinsjesdag. Met de koets en de Koning, de troonrede en de Staten-Generaal verzameld in de Ridderzaal. Maar volgens de Leidse staatsrechtgeleerde Wim Voermans betekenen al die uiterlijkheden, van gebouwen, pracht en praal op zichzelf niets.

Pas het verhaal van de constitutie verleent betekenis, gezag en autoriteit. In zijn boek Het verhaal van de Grondwet, afgelopen week gepresenteerd aan Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, onderzoekt Voermans de herkomst van zulke ceremoniële momenten die volgens hem, net als grondwetten zelf, bedoeld zijn om ‘ons’ te laten geloven in het politieke en juridische systeem, in het verhaal dat de grondwettelijke regels uitdrukken. En dat verhaal is, in de woorden van Voermans, „dat we een ‘zelf’ hebben, individualiteit en identiteit, maar ook dat we ‘wij’ zijn, elkaar moeten vertrouwen, allemaal een rol hebben, dat we ons moeten voegen naar regels”.

De grondwet is volgens u een product van fictie?

„Ja, er zijn parallellen tussen het recht en bijvoorbeeld de literatuur. Veel mensen beschouwen recht meestal als iets technisch wat van buitenaf aan komt waaien. Maar ik ben steeds verder gegaan in het idee van recht als literatuur. Recht ís literatuur. Het gaat om een moraliserend appèl op het betekenissysteem van mensen. Dat klinkt abstract, maar dat is wat je doet. Dat doe je met religie, met literatuur en met recht. Pakketjes betekenis geven we aan elkaar door via cultuur. Het zijn allemaal doorgeknipte werelden, aparte disciplines in de wetenschap, maar in wezen gaat het om precies hetzelfde. We proberen te communiceren, ons handelen op elkaar af te stemmen en te coördineren, via allerlei verbeelde werelden. Dat is fascinerend.”

U omschrijft een grondwet als het zoeken naar een ‘wij’. Actueel in deze tijden van structurele identiteitscrisis.

„Een grondwetsgemeenschap begint met het benoemen van een ‘wij’. ‘Wij, de mensen van Babel’. Zelfs toen ze nog geen concept van grenzen hadden. Of: ‘Wij, het volk van Israël’. Dat is constitutioneel. Wij zeggen: we hebben deze leider, we zitten zo in elkaar en we hebben deze regels voor de samenleving. Later noemen we dat recht. Dat delen alle grondwetten in alle tijden.

„Je ziet ook nu dat identiteit alles is. Samenwerking steunt op twee pijlers: vertrouwen en erkenning. In groepen boven de 150 mensen kunnen we elkaar niet vertrouwen. Neurobiologisch gaat dat niet. Dus verzinnen we iets. Religie. Contracten. Diploma’s. Grenzen. Allemaal dingen die het mogelijk maken vertrouwen te hebben in elkaar waar dat eigenlijk niet kan. Maar omgaan met vreemden blijft moeilijk. Dus wat we ook nodig hebben is: erkenning. We kunnen omgaan met vreemden, maar we moeten wel weten wat onze rol is. Dit weten mensen nu niet meer in de groter wordende wereld.

Je zet met die grondwet een guillotine klaar zodat er uiteindelijk met je afgerekend kan worden

Wat doet Nederland daaraan?

„Nederland was daar eerst heel losjes in. We waren een land van minderheden. En nu zie je paniek, want wie zijn wij nou? De een verzint iets mafs: we moeten allemaal het volkslied kennen – een identiteitsvluchtheuvel. Net als de nationale vlag in de Tweede Kamer. En wat me sterk stoort: in onze grondwet komt nu te staan dat de Nederlandse grondwet ‘democratie, rechtstaat en grondrechten waarborgt’. Als een nagekomen gedachte. Een preambule heet niet voor niks zo; die wandelt voor het maken van een grondwet uit. Een groep roept zichzelf uit als een nieuw politiek systeem en dat moment in de tijd markeren ze in die preambule. Maar de Nederlandse staat ontdekt een probleem met de identiteit, en nu gaan we ná de feiten ook zoiets maken, een soort ‘postambule’, en dan verordonneren we achteraf al die mooie dingen democratie en rechtsstaat, die de Amerikanen ook hebben. Die bepaling is een symptoom van de identiteitspaniek waarin de staat verkeert in een groter wordende wereld.”

Lees ook het opiniestuk van Wim Voermans uit januari: De Eerste Kamer is een onfris en rammelend relict

U stelt vast dat sinds de tweede helft van de vorige eeuw bijna alle landen een grondwet hebben. Uw boek heeft de vorm van een zoektocht naar het antwoord op de vraag waarom dat zo is.

„Ja, en als je het boek uit hebt, zie je dat ik er maar gedeeltelijk antwoord op geef.”

Nou ja, dat mensen mogelijk van nature een aanleg hebben voor rechtvaardigheid. En dat met de explosie van massamedia dat verhaal zo aantrekkelijk is vermenigvuldigd dat die grondwet onweerstaanbaar werd. Klinkt plausibel.

„Ja, het is ook wel wetenschappelijk verantwoord. Maar ik heb geen oorzakelijk verband kunnen aantonen. En er is nog iets vreemds aan de hand. Waarom willen zelfs dictators zo’n ding? Je zet met die grondwet een guillotine klaar zodat er uiteindelijk met je afgerekend kan worden. Waarom heb je een grondwet nodig? Dat is toch de open vraag. Ik weet het gewoon niet.”

U beschrijft dat grondwetten vaak worden gezien als de uitkomst van een lang historisch proces.

„Ja, 99 procent van de grondwetsgeleerden gelooft ook dat een grondwet goed is. Dat is ons aangeleerd. Dat het goed is om een constitutionele democratie te hebben. Tot daar heeft de beschaving ons geleid, na al die millennia van verschrikkelijke dingen. Maar zouden ze dat in China ook zo zien? Of in India? Die hebben niks met dat westerse concept, dus het constitutionalisme verklaart niet waarom deze landen toch een grondwet hebben geschreven. Het westerse geloof in de constitutie delen zij niet.”

Mensen hebben geleerd dat ze door dit soort constructies van regels vreedzamer kunnen leven. En die constructen, dat is het mooie ervan, die beschouwen wij als echt

Gelooft u zelf in de universaliteit van mensenrechten?

„Eh, nee. Maar ik schrijf: je moet wel een ongelooflijk koud hart hebben als je de waarden achter rechtsstatelijkheid niet deelt. Ik geloof wel in geglobaliseerde waarden die we moeten omarmen. Ik geloof ook in beschaving en een beter leven. Maar je maakt het ongelooflijk kwetsbaar als je claimt dat ze universeel zijn. De mensenrechtenbeweging heeft de wereld beter gemaakt. Maar als ik als wetenschapper moet antwoorden op de vraag: was er altijd al iets als mensenrechten die je zo van de boom kon plukken? Nee. Niks universele waarden. Mensen hebben geleerd dat ze door dit soort constructies van regels vreedzamer kunnen leven. En die constructen, dat is het mooie ervan, die beschouwen wij als echt. Het recht, constitutionele samenlevingen, universele waarden, dat een democratie beter is en dat mensenrechten er ook echt zijn, beschouwen we als echt. Daarom is het ook zo sterk. Daarom loop ik er op het laatste moment even van weg om te laten zien: kijk, het is geconstrueerd.

Lees ook het dubbelinterview dat NRC met Voermans en Geerten Waling hield in 2018

„Als je dat begrijpt kun je ook beter de afwijkingen begrijpen, de beperkingen, de kansen en de krachten daarvan. En dan snap je ook dat het niet gaat werken als onze regering de bevolking wil opvoeden door aan de grondwet die bepaling over democratie en rechtsstaat toe te voegen.”

U heeft stevige kritiek op de universitaire studie rechten. Die is volgens u niet wetenschappelijk.

„Ja, het recht wordt uitgeserveerd aan de studenten op een te weinig wetenschappelijke manier. Geen vragen, maar: zo zit het. Daarom voelde ik mij aanvankelijk niet thuis bij mijn juridische medestudenten. Veel studiegenoten waren lui die voornaam deden. Die namen onmiddellijk de nestgeur over van de opleiding. Die snapten dat je gewoon krijgt te horen hoe het zit. Dat is het foute van veel juridische curricula. De stof wordt net zo lang herhaald totdat ook jij helemaal gespind bent in die orde. En zo heeft het recht hogepriesters die met elkaar de veronderstelde waarheid van het recht bewaken.

Ik wil het wetenschappelijk debat laten zien. Juristen zijn geen loodgieters van het juridische bedrijf

„Zo werkt het recht ook. Want mensen in de samenleving willen een rechter zien, die willen het gezag van het recht over zich weten, omdat ze daar hun geschillen kunnen oplossen. Het is een dun wereldje van belangrijkheid en autoriteit. En van ideeën over rechtvaardigheid. Wij juristen proberen dat ook intact te houden. Want als we allemaal gaan zeggen dat het recht een verbeelde werkelijkheid is, dan blazen we de zaak van binnenuit op. Het doel is een vreedzame samenleving. Daarom snap ik ook wel dat mensen grote aarzelingen kunnen hebben om deze ideeën over te nemen.”

Wat moet er nu met het boek gebeuren?

„We gaan het vanaf volgend jaar gebruiken om college over te geven. Ik wil het wetenschappelijk debat laten zien. Juristen zijn geen loodgieters van het juridische bedrijf. Dat is wat veel juristen zeggen: je moet zaken kunnen winnen. Nee, we moeten het wetenschappelijker maken. Er is veel om het met elkaar over te hebben, over het recht, hoe het werkt en hoe het politiek systeem een rol speelt.

„De collega’s moeten het zich maar niet te erg aantrekken, het is misschien best wel hard wat ik zeg. Het is vooral ook een reprimande aan mezelf: ik hebt twintig jaar gedraald, ik vond het te spannend om er iets over te zeggen want dan vonden ze mij misschien wel een gekkie. Ik heb misschien altijd de comfortzone gezocht. Maar ik vind dat ik nu iets moet veranderen aan de wetenschappelijke beoefening van ons vak. Na lang nadenken doe ik dat met dit boek. Ik vind mijn collega’s nog steeds aardig, maar dit is een wake-up call. Jongens, het kan beter!”