Recensie

Recensie Uit eten

Duffe gerechten lijken in niets op die van de website

In de Rotterdamse vestiging van nomadisch restaurant Raïnaraï is de kwaliteit niet wat de recensent had verwacht.

Foto Novi Zijlstra
Foto Novi Zijlstra

Op de hoek Claes de Vrieselaan en 1e Middellandstraat was me al enige tijd een nieuwe zaak opgevallen, met op mooie dagen een ruim opgezet terras met olijfboompjes en al. Raïnaraï las ik op de ruit, en: De nomadische keuken van Algerije.

Ik had geen idee wat ik me moest voorstellen bij het begrip ‘nomadische keuken’, behalve dat er naar alle waarschijnlijkheid veel gesleep met potten en pannen bij komt kijken. Onderzoek bracht me op het spoor van Laurent Med Khellout, chef-kok en eigenaar van Raïnaraï – de Rotterdamse vestiging is de derde zaak met die naam, er zijn er nog twee in Amsterdam – en schrijver van een kookboek dat, natuurlijk, De nomadische keuken van Raïnaraï heet. In het online-inkijkexemplaar staan kleurrijke foto’s van smakelijk ogende gerechten als een aardappel-olijventaartje, een selderijsalade met vijgen en rode ui en aubergine met tomaat, paprika en blauwe kaas.

Hoogste tijd dus om de steven te wenden naar het Middellandplein. Hoewel ik had gereserveerd werden we verwezen naar een tafeltje achterin dat nog niet was afgeruimd. Er stonden half leeggegeten borden, gebruikte glazen en lege flesjes en het tafelblad was bezaaid met rijstkorrels. Het duurde even voordat een lieftallig meisje kwam vragen wat we wilden drinken. Rode wijn, dachten we. Ze maakte de tafel leeg, maar nog niet schoon. Dat kwam later de jonge kok doen die voor zover wij konden beoordelen in zijn eentje de keuken bestierde. Het meisje liet weten dat ze nog net twee halve glazen rode wijn uit de laatste fles had weten te wringen, of we dan niet liever wit zouden?

Toen ze glazen met witte wijn (à 4,50 euro) had neergezet, vertelde ze dat we als hoofdgerecht konden kiezen uit vis, kip en vegetarisch en dat de vanavond geserveerde vis zalm was. Vooraf bestelden we een ‘nomadisch plankje’ met brood in de vorm van een pannenkoek, olijven, aioli en een salade van rode biet (8,50 euro). De humus was op.

Over het brood geen kwaad woord. Dat was perfect, net als de in kleine schaaltjes geserveerde ‘mezze’, de bijgerechten. Tijdens het wachten op het hoofdgerecht bekeken we hoe bij ons op de entresol stellen en een gezelschap schik zaten te hebben. Buiten zaten ook mensen, diehards, want het was al septemberfris.

Anders dan de foto’s in het boek van Khellout en op de site van Raïnaraï vertoonden onze schotels een nogal doffe kleurstelling: geen bloemetjes ter opfleuring van de gerechten en accenten van kleurrijke specerijen. De kip met rijst en de zalm met couscous (elk 18,50 euro) waren bijna niet van elkaar te onderscheiden.

Ik moest na de eerste hap tot mijn teleurstelling vaststellen dat ook in het smaakpalet accenten ontbraken. Waar was de harissa, de smaakmaker van de Noord-Afrikaanse keuken samengesteld uit pepers, tomaten, komijn, koriander en knoflook? Tot overmaat van ramp bleek de zalm volkomen uitgedroogd, en de couscous was niet zacht zoals het hoort, maar knapperig.

Dezelfde geluiden hoorde ik van de overkant van de tafel. De kip had de keuken suf verlaten en het ontbrak de rijst aan smaak, ondanks de boontjes, olijven, sla en tomaat die er doorheen waren geschept.

Hadden ze bij de Rotterdamse Raïnaraï hun avond niet? Een magere kaart die in niets lijkt op wat we vonden op de website van Raïnaraï in Amsterdam, wijn die op is, bijgerechten die niet voorhanden zijn. Lag het aan ons? Aan het tafeltje naast ons wilden ze wel een 7 of een 8 geven, zo gezellig hadden zij het.

Maar aan de gezelligheid lag het niet dat wij uitkwamen op een onvoldoende. Het eten was niet goed genoeg. Laat Laurent Khellout zelf naar Rotterdam komen om ons die nomadische keuken van hem écht te laten proeven.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.