Recensie

Recensie

De Toyota Camry heeft de elegantie van een sneeuwschuiver

Autotest De luxe van de Toyota Camry presenteert zich sober, maar nergens is verkeerd bezuinigd, schrijft .

Toyota Camry bij Louwman in Purmerend.
Toyota Camry bij Louwman in Purmerend. Foto Merlijn Doomernik

Aan de zuinigheidsrit had ik behalve de uitslag geen woord willen verspillen. Het is week in week uit hetzelfde uitputtend saaie demasqué van op papier beloofde gouden bergen. Maar de verbruikstest met de nieuwe Toyota Camry Hybrid neemt een wel zeer opmerkelijke wending. Een op 23, zegt Toyota. Ondenkbaar, schat de testrijder. Hooguit op het eerste stuk van mijn vaste traject met B-wegen van dorp naar dorp en maxima van 80. De 1.600 kilo zware Camry is te groot en te gewichtig voor een wonder.

Toch begint hij veelbelovend. Het verbruik zakt rap naar 4,8 liter op 100 kilometer, bijna 1 op 21. Kunst: ik geef voorzichtig gas, laat de auto bij constante snelheden zoveel mogelijk in de elektrische modus ‘zeilen’, wat hij bij gas loslaten prompt doet. Verder houd ik me strikt aan de maximumsnelheden, ook als dat dertig binnen de bebouwde kom is. Ach, zo verrassend is mijn score ook weer niet. Van Toyota-hybrides weten we dat ze, met zachte hand bediend, de sterren van de hemel sparen. Met de laatste Prius reed ik onder vergelijkbare condities al eens 1 op 30.

Maar dan. Na veertig kilometer draai ik de snelweg op in de verwachting dat het gemiddelde zal oplopen naar 1 op 16. Hij piekert er niet over. De boordcomputer blijft stug 4.8 aangeven en houdt dat vol tot bij de importeur. Na het aftanken blijkt de boordcomputer zo betrouwbaar als de ChristenUnie. Ik heb op iets minder dan twaalf liter 240 kilometer kunnen rijden.

Nu niet meteen roepen: pfff, geen 1 op 23! Dit verbruik is verbluffend. Dankzij het door de lage CO2-emissie gunstige BPM-tarief, en evenzeer door de agressieve prijspolitiek van de importeur, beveelt de brave borst zich zo indringend aan in de aandacht van de leasegemeenschap. Voor 40.000 euro vind je in het D-segment van grote zakenlimousines geen tweede met de drinkgewoonten van een diesel en de exploitatiekosten van benzine. Het is niet uit te sluiten dat Toyota ondanks de geringe populariteit van de sedanformule fleetowners en taxiboeren tot de Grote Prius kan bekeren.

Want dat is hij. Prius-achtig intelligent is een ontwerparchitectuur die de hybride componenten achterin geen been of koffer in de weg laat zitten, een les waarvan Ford en Mercedes met hun door batterijpakketten aangevreten laadvloeren iets kunnen opsteken. In vergelijking met de Prius biedt de Camry daarenboven meer ruimte achterin, een grotere kofferruimte – 524 liter is veel – en bijna 100 pk meer vermogen. Met de van de Toyota RAV4 en de Lexus ES 300h bekende hybride aandrijflijn met een 2,5 liter viercilinder, elektromotor en een batterij komt hij aan 218 pk, die zich een fractie energieker profileren dan in de zwaardere ES. Verwacht geen BMW-raffinement, maar sturen en remmen doet hij naar behoren. Luidruchtig is hij evenmin.

Lutheraans j’accuse

Het kan verkeren. De Camry staat bekend als een van de saaiste auto’s in de catalogus. In de VS verwierf hij de eeuwige trouw van nuchtere zielen met een benijdenswaardig onderontwikkeld gevoel voor esthetica. De laatste Camry, niet om aan te zien, was een voortreffelijke auto die zonder enig mankement vele tonnen op de teller draaide. Waar de achterkant met de ver uitstaande achterlichten de kijker kon bespringen met de vrees voor een acute oogafwijking, zag de Camry-rijder door de oppervlakte heen een duurzaamheid die wij aan schoonheidsdrang verkwisten. De Camry is een Lutheraans j’accuse tegen de designkerk.

Ook de nieuwe cultiveert een protestantse ongevoeligheid voor seculiere modes. Zijn zwaarlijvige gestalte glijdt als een ingezakte staalsoufflé over de wielen. De voorspoiler onder de grille heeft de elegantie van een sneeuwschuiver, de merkwaardig vlakke voorruit lijkt een noodverband van de lokale glaszetter. Het 10 mille goedkopere zusje van de Lexus ES houdt haar licht puriteins onder de korenmaat. De luxe presenteert zich sober, de ambiance is proper zonder premium-pretenties. Op de bagagevloer geen protstapijt maar een kotsbestendige kunststof mat, en het grofnervige nephout op middentunnel en dashboard is een vertederende giller. Maar nergens is verkeerd bezuinigd. Het multimediasysteem is compleet, de draadloze telefoonoplader zit waar hij hoort op een goed bereikbare plek voor de versnellingspook, voor het comfort had je met een gerust hart tien mille extra neergeteld. Als zijn saaie brille hier genade vindt, kan de Camry de verwaten premiumgemeente nog een magnifieke les lezen over de ondraaglijke lichtheid van de stijlcultuur.