Brieven

Brieven

Musea

Geen onrecht bestrijden

In de internationale museumwereld wordt gediscussieerd over een nieuwe definitie van wat een museum is. Mevrouw Léontine Meijer-van Mensch, lid van het hoofdbestuur van de internationale museumvereniging ICOM, verklaarde in NRC het jammer te vinden dat de nieuwe museumdefinitie nog niet is aangenomen, omdat „musea in de huidige tijd politiek stelling moeten durven nemen” (Nog geen nieuwe definitie voor musea, 9/9). Dat moeten ze juist niet. Als musea politiek gaan bedrijven, verliezen ze hun belangrijkste maatschappelijk kapitaal: hun geloofwaardigheid als neutrale, onafhankelijke instituten. Bezoekers van musea moeten erop kunnen blijven vertrouwen dat ze in een omgeving terechtkomen zonder politieke agenda. Musea met een politieke agenda maken misbruik van het morele gezag dat de museumsector als geheel van oudsher, juist vanwege zijn apolitieke karakter, heeft. Volgens de gangbare definitie staan musea ten dienste van de samenleving en haar ontwikkeling. Dat biedt ze ruim voldoende mogelijkheden om maatschappelijke thema’s te behandelen, de kritische dialoog aan te gaan, en desgewenst stelling te nemen, zonder dat de definitie zelf politiek geladen wordt. Hopelijk komen de musea in het jaar bedenktijd dat nu overeengekomen is bij zinnen, en zien ze in dat de weg van politisering een doodlopende is. Musea moeten ervoor waken een instrument te worden in handen van strijders tegen ongeacht welk onrecht.


Hoofd Collecties Nationaal Militair Museum

Rechtsstaat

OM niet zelfstandig

De interventie van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) bij het vrij krijgen van Johan van Laarhoven in Thailand, en recent de inmenging van ambtenaren in de vervolging van Geert Wilders, zijn aanleiding voor Folkert Jensma (De officier heeft steeds minder te zeggen, 8/9) en Geert Corstens (Versterk de zelfstandige positie van het Openbaar Ministerie, 10/9) om de onafhankelijkheid van het OM als deel van de rechterlijke macht te bespreken. Teleurstellend is dat zij doen voorkomen of het principe van de trias politica in het geding is, maar dat niet aansnijden en blijven bij een enerzijds-anderzijds. Het Openbaar Ministerie hoort, zou je verwachten, bij de uitvoerende macht, die namens ons, ‘het volk’, overtreders van de wet opspoort en vervolgt. De minister is daarvoor verantwoordelijk en moet zich kunnen verantwoorden bij de controlerende macht, de Tweede Kamer. Als Corstens meent dat het OM op afstand moet blijven staan van het bestuur, doet de vraag zich voor aan wie het OM verantwoording aflegt. Zeker nu de afgelopen jaren stelselmatig strafzaken worden geopend (Van Laarhoven, vervolging arts voor moord) die menigeen ervaart als hijgerig en sensatiebelust. Wat meer aansturing van het OM vanuit de democratisch gekozen regering is dan ook zeker gepast en gewenst.

Taal

Aha? Een déjà vu

Toen criminoloog Cyrille Fijnaut het rapport over drugscriminaliteit De achterkant van Amsterdam las, had hij „een aha- erlebnis” (‘Drugscriminaliteit is hooguit te beheersen’, 30/8), zijn manier om te zeggen dat hij dit al wist. Maar een aha-erlebnis is het moment waarop ineens een nieuw inzicht doordringt. Wellicht was ‘déjà vu’, in de betekenis van ‘reeds bekende ervaring’, meer op zijn plaats geweest.