Betogers verzamelen zich voor de rechtbank in Rabat om steun te betuigen aan de vastgezette journalist Hajar Raissouni.

Foto Mosa’ab Elshamy / AP

‘Abortusverbod gebruikt om lesje te leren’

Fedwa Misk Een kritische Marokkaanse journalist is opgepakt omdat ze een abortus zou hebben ondergaan. Het leidt tot ophef en protest.

Toen de Marokkaanse journalist en activist Fedwa Misk hoorde dat een collega, Hajar Raissouni van de krant Akhbar Al-Yaoum, was opgepakt door de politie op verdenking van illegale abortus en buitenechtelijke seks, reageerde ze onmiddellijk. Op Facebook plaatste ze een tekening van een baarmoeder, de rechter eileider getekend als een arm met een opgestoken middelvinger. „Aan alle poortwachters van de patriarchale tempel, mijn baarmoeder bedankt u.”

In Marokko is abortus verboden, tenzij de vrouw toestemming krijgt van haar echtgenoot. Raissouni is niet getrouwd voor de Marokkaanse wet. De journaliste riskeert daarom een celstraf tot twee jaar, de arts die de abortus zou hebben uitgevoerd kan tot tien jaar krijgen.

Honderden mensen verzamelden zich begin deze week voor de rechtbank in Rabat om steun te betuigen aan Raissouni. De zaak is het gesprek van de dag in Marokko, vertelt Fedwa Misk, een bekende Marokkaanse feministe, aan de telefoon. „Online en op de radio gaat het nergens anders over. Mensen zijn ontzettend begaan met Raissouni. De omstandigheden rond haar keuze voor abortus zijn onduidelijk. Hoe dan ook: zij hoort niet in de gevangenis, maar thuis of in het ziekenhuis.”

Fedwa Misk Roger Cremers

Misk, die in oktober spreekt op het literaire festival ‘Read my world’ in Amsterdam, gelooft net zomin als veel van de betogers dat de abortus en de buitenechtelijke seks de reden zijn van de arrestatie. Raissouni zou vooral zijn opgepakt omdat ze een kritische journalist is. Ze schreef over de opstanden in de Rif en interviewde protestleider Nasser Zafzafi, die nu een celstraf van 20 jaar uitzit.

Misk: „Volgens hulporganisaties vinden dagelijks 600 tot 800 abortussen plaats in Marokko. Daar wordt niet tegen opgetreden. Het abortusverbod is gebruikt om Hajar een lesje te leren. Ook speelt mee dat ze gelieerd is aan een islamistische krant die kritisch is over de staat. De islamisten zijn populair in Marokko en dat ligt gevoelig bij de Marokkaanse overheid.”

Vrouwen horen niet mee te praten

Misk weet uit ervaring hoezeer mondige, kritische vrouwen in Marokko met tegenstand te maken krijgen. Ze is oprichtster en hoofdredacteur van een feministisch webmagazine, Qandisha. In de eerste editie, die vlak voor de verkiezingen van 2011 uitkwam, interviewde ze de leider van de gematigd-islamistische partij PDJ, Abdelilah Benkirane. Ze vroeg hem: „Ik ben atheïst, ik drink alcohol en ik heb seks zonder getrouwd te zijn. Wat denkt u daaraan te gaan doen?”

Haar assertiviteit werd Misk niet in dank afgenomen. Ze ontving doodsbedreigingen, haar site werd gehackt. Maar de generatie vrouwen die tijdens de Arabische Lente werd wakker geschud, laat zich niet meer beknotten, zegt zij. „In ons land is het niet gebruikelijk dat vrouwen op de voorgrond treden en meepraten. Maar toen zijn we met tienduizenden de straat opgegaan. We zijn uitgesproken over het zelfbeschikkingsrecht van man én vrouw.”

Een van de zaken waar de Marokkaanse vrouwenbeweging tegen ageert, is het abortusverbod. Tot nu toe zonder veel resultaat, geeft Misk toe. „Er lag eerder wel een voorstel om de huidige wet te versoepelen en abortus toe te staan na verkrachting, na incest of als de gezondheid van de moeder in gevaar is. Maar dat is nog altijd niet goedgekeurd. De minister van Familiezaken, Bassima el Hakkaoui, suggereerde in een interview dat er een referendum zou moeten komen over het onderwerp. Een referendum waarin anderen gaan beslissen over onze baarmoeder! Niet te geloven.”

„Marokko heeft zo’n beetje alle mensenrechtenverdragen getekend, we worden beschouwd als een land dat democratiseert. Maar vrouwen hebben hier niet eens het zelfbeschikkingsrecht over hun baarmoeder. Dat is ongelofelijk triest. En gevaarlijk. Veel vrouwen, voorál arme vrouwen, plegen op onverantwoorde wijze abortus met alle gevolgen van dien.”

Rode fluitjes uitgedeeld

Toch doet de feministische lobby in Marokko het niet slecht, vergeleken met sommige andere landen in de Arabische wereld, zegt Misk. „Vrouwenbewegingen blijven bij de overheid aandringen op verandering. In 2012 hebben wij met Qandisha gepleit voor de heropening van een verkrachtingszaak rond een parlementariër. Hij is uiteindelijk veroordeeld. En de wet die bepaalde dat een verkrachter zijn gevangenisstraf kon ontlopen door met het slachtoffer te trouwen, is in 2014 afgeschaft. Maar daar moest wel eerst de zelfmoord van het 16-jarige meisje Amina El Filali aan vooraf gaan. Zij werd gedwongen met haar verkrachter te trouwen.”

Begin dit jaar won de feministische lobby in Marokko een grote slag toen een brede wet van kracht werd die allerlei vormen van geweld tegen vrouwen – tot straatintimidatie aan toe – strafbaar stelt. Aanleiding voor de wet was wederom een incident dat opschudding veroorzaakte: een filmpje waarop te zien was hoe een meisje in een bus door een groepje jongens werd aangerand terwijl niemand ingreep, ging viral en leidde tot protesten in de grote steden. Op Twitter begonnen Marokkaanse vrouwen hun eigen #MeToo-beweging onder de hashtag #masaktach, ofwel: ‘Ik zal niet zwijgen’.

Even leek dat alles effect te sorteren, zegt Misk. „Er werd veel over de wet gesproken in de media en op straat. Activisten deelden rode fluitjes uit. Als vrouwen werden lastiggevallen, konden ze daarop blazen. Al werden de fluitjes door sommige mannen belachelijk gemaakt, ze waren wel het gesprek van de dag.”

Maar, constateert de activiste een jaar later, voor echte verandering is méér nodig. „Hoe mooi wetten ook zijn, rechters hebben altijd bewegingsruimte bij de toepassing en interpretatie. Vaak pakt dat nadelig uit voor vrouwen: veel rechters zijn conservatief, soms zelfs misogyn. Daarom hebben we meer vrouwelijke rechters nodig dan de huidige 30 procent.

„Misogynie onder Marokkaanse mannen is hardnekkig, dat verdwijnt niet van de een op de andere dag. Het onderwijs blijft achter – bijna de helft van de vrouwen is analfabeet. En het merendeel van de samenleving is conservatief. Een samenleving moet zélf willen veranderen.”