Opinie

Zeuren over de loonkloof

Frits Abrahams

Het was zondag zorgvuldig balanceren voor Buitenhof-interviewer Pieter Jan Hagens. Hij had Frans van Houten te gast, de sie-ie-o van Philips – zo moet je dat uitspreken, maar weet iemand nog wat CEO betekent? Ik moet bekennen dat ik het moest opzoeken: chief executive officer. In goed, maar kennelijk ongeschikt bevonden Nederlands: bestuursvoorzitter.

Hagens liet merken dat hij blij was met de komst van de Philips-topman. Dergelijke zakenmensen laten zich immers zelden of nooit openhartig interviewen. Feike Sijbesma, de topman van DSM, lijkt de ban gebroken te hebben met zijn optreden dit jaar in Buitenhof. Daarin riep hij zijn collega’s op meer bereidheid te tonen om in het openbaar verantwoording af te leggen over hun beleid. Van Houten vertelde dat hij het ook roerend eens was geweest met een dergelijke oproep van premier Rutte.

De interviewer zat in een lastig parket. Je kunt zo’n gast bij zijn debuut wel met scherpe vragen op de pijnbank leggen, maar de gevolgen zijn voorspelbaar: hij zal nooit meer terugkomen en zijn collega’s zullen zich blijven verbergen.

Hagens bewandelde een verstandige middenweg. Hij begon en eindigde gemoedelijk, maar daartussenin stelde hij toch enkele pittige vragen. Zo ging het over de afschaffing van de dividendbelasting en de loonkloof. Die belasting vond Van Houten „een ongelukkig dossier voor de Haagse politiek”, waarna ik me afvroeg of het voor het bedrijfsleven niet minstens zo ongelukkig was geweest.

Bij de loonkloof werd het gesprek persoonlijker, want ook Van Houten verdient veel: dit jaar 1,3 miljoen euro basissalaris, wat 68 keer zoveel is als de gemiddelde Philips-werknemer. (In 2018 bedroegen zijn totale beloningskosten 5,4 miljoen, inclusief pensioenafdracht, prestatiebonus en compensaties). Van Houten vond dat „goed te verdedigen”: Philips betaalt zijn mensen goed en het bedrijf doet ook veel terug voor de maatschappij. Verder wees hij erop dat de mensen er ook begrip voor hebben dat een topvoetballer veel verdient. Ook van zijn eigen werknemers hoorde hij nooit bezwaren tegen de loonkloof.

Die laatste argumenten vond ik minder sterk dan de gloeilampen waarmee Philips groot is geworden. Topvoetballers moeten hun geld in tien jaar verdienen, en van zijn werknemers kan Van Houten niet verwachten dat ze hem op de gang aanschieten met de verwijtende vraag: „Zeg, baas, ik las wat jij verdient – mag nu ook het kerstpakket wat groter?”

De interviewer stelde er nog een vervolgvraag over, maar kreeg toen een lichte berisping van zijn gast: „Je gaat nu een aantal keren door op…” Vooral het eenzijdige tutoyeren viel opeens op, het was net of hij tegenover die zeurpiet met zijn kerstpakket stond. „Ik begin zo over iets anders”, haastte Hagens zich te zeggen.

Omdat ze het te impertinent vinden, zullen interviewers in zo’n situatie nooit vragen: „Waarom willen CEO’s eigenlijk zoveel verdienen? Straks heeft u twintig, dertig miljoen. Hoe krijgt u het ooit op? U kunt het uw kinderen nalaten en uw kindskinderen, maar is het voor hen niet veel beter als ze er zelf hard voor moeten werken, net als u?”

Van Houten beloofde aan het einde dat hij zijn collega’s zou aansporen voortaan meer naar Buitenhof te komen, maar ik betwijfel of zij ook in die loonkloof willen vallen.