Vrees voor inhoudelijke kaalslag bij reclameluwe publieke omroep

NPO Een Kamermeerderheid steunt minister Slob in zijn streven naar een reclamevrije omroep, maar is verdeeld over de vraag of de regering de NPO daarvoor moet compenseren. Slob zegt 40 miljoen euro per jaar toe.

Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, op het Binnenhof.
Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, op het Binnenhof. Foto Remko de Waal / ANP

Minder reclame en meer regionaal nieuws op televisie; daar vergaderde de Tweede Kamer woensdag over. Aanleiding is de visiebrief van minister Slob (Media, ChristenUnie) van juni, waarin hij zijn plannen voor de publieke omroep uiteenzet. Het grootste punt van discussie bleek Slobs plan om de onlinereclame en de tv-reclame tot acht uur ’s avonds te verbieden, waardoor de publieke omroep zestig miljoen euro aan inkomsten zou mislopen. Dit verlies wil Slob gedeeltelijk (40 miljoen euro) compenseren.

De coalitiepartijen (VVD, CDA, D66 en ChristenUnie) vinden het best een goede brief. Ze willen van de minister vooral horen wanneer en hoe hij zijn plannen concreet gaat maken.

Lees ook dit interview met minister Slob: ‘Het mooist zou zijn: helemaal geen tv-reclame’

De oppositiepartijen, echter, hekelen de brief. Ze missen daarin visie en samenhang. Het zou een ‘compromissenbrief’ zijn, vol ‘tegenstrijdigheden’. Een ruime Kamermeerderheid is voor een reclamevrije omroep. De linkse oppositiepartijen (SP, GroenLinks, PvdA) vinden dat Slob de gederfde inkomsten moet compenseren. Het huidige voorstel zien zij als een ‘verkapte bezuiniging’ die niet alleen de programma’s zal schaden, maar die ook de werknemers in geldproblemen zal brengen.

In zijn antwoord komt de minister een paar keer indirect terug op het verwijt dat zijn brief een optelsom van coalitiewensen zou zijn. Nee, het was geen ‘handjeklap’. Als hij het belang benadrukt van een publiek-private samenwerking van Nederlandse mediabedrijven om online een vuist te maken – bijvoorbeeld met een sterk, gezamenlijk videoplatform – zegt hij: „Dit is niet een compromisje tussen de partijen, hier zit een diep doorleefd gevoel bij van: hier moet iets gebeuren.”

Historische stap

Slob verdedigt zijn plan voor een reclameluwe omroep als „een historische stap”. Om te stellen dat minder reclame de programmering zal raken, vindt hij te voorbarig. Peter Kwint (SP) vraagt hem herhaaldelijk: „Krijgt de NPO nu meer of minder budget?” Daar gaat de minister niet direct op in. Slob zegt en passant wel toe dat de incidentele veertig miljoen euro die de publieke omroep nu krijgt, ter compensatie van teruglopende reclame-inkomsten, structureel worden. Als de nieuwe reclamebeperking ingaat in 2022, verandert dit bedrag in een compensatie hiervoor.

De linkse oppositie hekelt ook Slobs plan om jongerenzender NPO3 om te vormen tot NPO Regio, met programma’s van de regionale omroepen. Volgens hen raakt de toch al vergrijsde publieke omroep dan al zijn jonge kijkers kwijt. Thierry Aartsen (VVD) werpt tegen dat er toch al geen jongeren naar NPO3 kijken, waarop Lisa Westerveld (GroenLinks) antwoordt: „Je kunt het helemáál opgeven, of je kunt proberen om er iets aan te doen.” Aartsen vindt het zinniger om jongeren te bereiken op de onlineplatforms, waar ze liever naar kijken dan naar reguliere tv. Kwint wijst naar BBC Three en benadrukt dat een volledige verplaatsing van de jongerenprogramma’s naar online een kijkersverlies van dertig procent kan betekenen. Dat een reguliere tv-zender nog altijd een belangrijke etalage is voor jongerenprogramma’s.

Slob blijkt in zijn antwoorden minder concreet dan in zijn brief. Het NPO Regio-plan moet, net als andere kwesties, nader onderzocht worden. We moeten met zijn allen eerst nog „zorgvuldig nadenken”. Over het opgeven van de jongerenprogramma’s op NPO3, wat zijn plan leek in te houden, zegt hij nu: „We moeten met het badwater niet het kind weggooien.”

‘Nieuwspolitie’

De rechts-nationalistische oppositiepartijen (PVV, Forum voor Democratie) vinden het belachelijk dat Slob 40 miljoen euro per jaar ‘extra’ aan de publieke omroep geeft. Ook zou de publieke omroep te links zijn. Martin Bosma (PVV) spreekt van „de Titanic”, „Rupsje Nooitgenoeg” en een „links feestje”. Hij noemt NPO-bestuursvoorzitter Shula Rijxman „een enorme demagoog” die je, net als demagogen in de jaren dertig, „niet hard genoeg kan aanpakken”. Bosma wordt halverwege deze aanval op de vingers getikt door de voorzitter van het Kamerdebat, maar hij maakt zijn tirade hierna gewoon af.

Thierry Baudet (FvD) hekelt het vermeende plan om de NOS een „nieuwspolitie” te laten optuigen en „een quasi-monopolie op nieuws” te geven. Hij doelt op het plan om NOS Nieuws video’s te laten delen met andere nieuwsmedia.