Kunstenaar versus directeur: spierpijn en blauwe plekken in het museum

Boksen met kunstenaars Bokstrainer Hans de Jong wilde wel meewerken aan een bokswedstrijd in het Stedelijk Museum in Schiedam, maar dan moest museumdirecteur Deirdre Carasso wél zelf ook de ring in.

Museumdirecteur Deirdre Carasso (links) in gevecht met kunstenaar Anne Wenzel.
Museumdirecteur Deirdre Carasso (links) in gevecht met kunstenaar Anne Wenzel. Foto Bob van der Vlist

Het begint als een goede grap, die ergens in een vage, verre toekomst zal plaatsvinden, maar nog niet nu – gelukkig niet nu. Maar dan zegt bokstrainer en slager Hans de Jong, van boksvereniging De Haan in Schiedam, tegen museumdirecteur Deirdre Carasso: „Als jij wilt dat ik boksmatches in jouw museum organiseer, dan moet je ook zelf de ring in.”

Het is februari 2019 en Carasso (1971) bokst dan een maand of vijf bij De Haan „voor de lol” – gewoon één keer per week een trainingspotje. De boksschool van De Haan is een begrip in Schiedam. De school is sinds 1957 gevestigd in een voormalig badhuis aan de Lange Haven. Maar de school moet van de gemeente binnenkort weg uit het monumentale, nogal krakkemikkige pand. Dat pand is een soort miniatuurboksmuseum, met verkleurde foto’s en affiches aan de muur, een doorzwete gym en vooral: „zulke lieve mensen”. Carasso heeft dan al een memorial weekend in gedachten rondom de boksschool, met alles erop en eraan: lezingen, optredens en een echte boksring in het museum, waar vuistgevechten worden gehouden.

Boksen, zo weet Carasso, heeft een lange geschiedenis van kunstenaars die zelf boksen of boksers uitbeelden, schrijvers die over boksen schrijven, en museumdirecteuren die de ring in gaan. Georges Braque gaat regelmatig met André Derain de ring in. Museumdirecteur Jan Hoet bokst bij de opening in 1999 van het SMAK in Gent (nogal tam) tegen kunstenaar Dennis Bellone. Joseph Beuys sluit in 1972 Documenta 5 af met een tweekamp. En een jonge kunstenaar als Grace Schwindt gebruikt de boksring als plek voor sculpturale performances.

Wenzel (links) en Carasso. Foto Bob van der Vlist

Fysiek en mentaal

Hans de Jong raadt Carasso aan een goede tegenstander te zoeken en serieus te gaan trainen, drie keer in de week en conditietraining tussendoor. Touwtjespringen, hardlopen, op de zak stoten, fietsen.

„Oef”, zegt Carasso op een kille ochtend begin september in Rotterdam. Haar wangen en nek gloeien nog na van de training die ze bij het krieken van de dag heeft gehad. „Daar moest ik wel even over nadenken. Want zo’n wedstrijd in het museum, voor tweehonderd man publiek – dat vergt fysiek en mentaal veel. Boksen is hartstikke zwaar, zelfs als je, zoals ik als amateur, maar drie rondes van twee minuten bokst. Nooit geweten dat twee minuten zo lang kunnen duren. Op sommige ochtenden kan ik niet eens aantekeningen maken, zo trillen mijn armen van de pijn. Niet alleen spierpijn maar ook blauwe plekken – overal. Daarnaast is er natuurlijk de angst, die volgens mij iedere bokser kent, dat ik straks totaal afga. In de ring kan je namelijk geen kant op. Er is geen uitweg uit die touwen. Je móét het gevecht aangaan. En dat iedereen kijkt – ja dat is verschrikkelijk!”

Carasso neemt de handschoen op, als eerste vrouwelijke museumdirecteur zal ze de ring ingaan. „Als je samenwerkt,” zegt ze moedig, „moet je ook echt meedoen.” ‘Intuïtief’ kiest ze als tegenstander Anne Wenzel (1972). Wenzel is een internationaal bekend beeldhouwer, geboren in Duitsland, woont onder de rook van Schiedam in Rotterdam. Ze is een roerige tante die regelmatig van zich laat horen als het gaat om de maatschappelijke positie van kunst. „Het museum heeft meerdere werken van Wenzel in de collectie”, zegt Carasso. „Bovendien heeft ze een beetje hetzelfde postuur als ik. Anne is klein maar oersterk. Ik ben heel lang en heb een grote reach met mijn armen. Dat is mijn voordeel.”

Wenzel vraagt een week bedenktijd, gaat mee naar de boksschool en zegt dan ja. „Vreemd genoeg, ja”, lacht Carasso. „Anne zei: ‘Ik doe mee maar ik moet wel iets kunnen winnen. Ik wil op een verdieping carte blanche krijgen in het museum.’” Als ze wint, krijgt ze dat. En als ik win, krijg ik carte blanche in haar atelier.”

Anne Wenzel ploft neer op een oude bank in de kantine van boksvereniging De Haan. Ze heeft haar trainingspak aan en bandageert haar handen. Daaroverheen gaan zo meteen de bokshandschoenen. Wenzels lach schalt door de kantine als ze terugdenkt aan de uitdaging van Carasso in februari. „Bizarre vraag natuurlijk om een kunstenaar uit te dagen als museumdirecteur. Ik hou van boksen, ik keek als kind graag samen met mijn oma naar boksen, maar ik heb nog nooit zelf gebokst. Waarom zou je in hemelsnaam als museumdirecteur een kunstenaar uitnodigen in een museum en hem vervolgens op zijn bek willen slaan?”

Een reportage over de voorgenomen bokswedstrijd:

Staredown

Het is drie dagen na de zogenaamde staredown van Carasso en Wenzel. Een idee van de trainers: alle boksers die tegen elkaar in de ring komen aanstaande zaterdag worden ook getraind in een potje psychologische oorlogvoering: staredown dus, kijk je tegenstander letterlijk tegen de vlakte zonder met je ogen te knipperen.

Tijdens de staredown van Carasso en Wenzel lopen de emoties hoog op. Wenzel: „Onze trainer heeft de boel lopen opfokken. Die vond ons te tam. Deirdre moet lachen als je haar lang in de ogen kijkt. Ik niet. Ik lach niet. Ik ben bloedserieus. Voor mij staat er veel op het spel met deze match. Deze wedstrijd is voor mij een metafoor voor de kunst en de kunstwereld. Dus ik ontplofte tijdens die staredown. Kijk, Deirdre heeft feitelijk al gewonnen. Zij voert het beleid van de gemeente Schiedam uit. Mij als kunstenaar kan dat beleid niets schelen. Ik vind dat de kunst centraal moet staan in een museum – niks anders.”

De twee trainers komen binnen, Carasso volgt snel. Tijdens deze laatste training zullen de vrouwen serieus tegen elkaar boksen. „Dus ook het hoofd raken, hè meiden – dat mag”, zegt Hans de Jong.

„Ik ben moe”, zegt Carasso, die net een werkdag op het museum heeft afgesloten. „Het wordt me een beetje veel allemaal. Ik ga me maar even omkleden.”

„Wat is onze tactiek, Hans?”, vraagt Wenzel ondertussen.

Wenzel lacht: „Ik vergeet altijd mezelf te verdedigen. Ik ga er gewoon op los. Ik kies de aanval vol overgave en met totale passie. Doelgericht. Zoals ik dat ook in mijn werk als kunstenaar ben. Ik heb geen souplesse. Ik ben geen huppelaar. Maar ik heb kracht. En met die kracht ga ik winnen – zeker weten.”

Carasso is de huppelaar. De Jong: „Zij rent graag rondjes, maar in de ring zal ze toch een keer moeten blijven staan en klappen moeten gaan uitdelen. En ja, dat is een grote mentale stap voor haar.”

De training begint. Eerst onschuldig. Een beetje springen, met de armen zwaaien, hoofd draaien – alles om de spieren los te maken. Er wordt gelachen. De vrouwen omhelzen elkaar. „Ik ben supertrots op je, Anne”, zegt Carasso. „Dit avontuur gaan we toch maar mooi met zijn tweeën aan.” Dan doen ze hun bitjes in, de maskers op en kruipen ze onder de touwen door de ring in. De Jong zet de klok aan.

Adrenaline

„Vooruit meiden: boksen. Lang maken die stoten, hoeken. Nu!” Plotseling schreeuwt hij heel hard en stampt daarbij met zijn voeten. De adrenaline vliegt uit ieders poriën. Wenzel schiet als een tijger op Carasso af. Hoofd, armen, ze maait, raakt, stoot waar ze Carasso maar raken mag.

„Kom op Deirdre”, roept de Jong. „Hou haar van je af. Denk aan je verdediging. Gebruik die lange armen van je. Ja goed zo.”

Er wordt steeds zwaarder gehijgd. De ademhaling gaat pompend en is gekruid met een vleugje wanhoop.

„Verplaatsen! Kom op meiden”, vuurt De Jong aan. „Anne, niet stil blijven staan – bewegen, bewegen!”

De bel schalt door de zaal. Eén minuut rust. Er wordt met open mond geademd. Zweet loopt van de gezichten. Carasso mompelt iets over haar veter die los is.

Volgende ronde. Wenzel stormt opnieuw op Carasso af. De museumdirecteur krijgt een harde klap tegen haar hoofd. „Ohhh”, roept ze verontwaardigd. „Je slaat me in mijn gezicht.”

„Dat deed jij een maand geleden ook”, snuift Wenzel. „Voor de training zei je nog, dat ik niet bang moest zijn om je op je hoofd te slaan. Dus dat doe ik.”

„Niet kletsen. Boksen”, beveelt de Jong. „Opstoten en een hoek geven, weghalen en counteren. Rechterbeen meenemen, Anne! Denk aan je verdediging.”

„Is het al tijd?”, roept Carasso vertwijfeld. „Ik wil kappen.”

„Nee”, zegt De Jong. „Nog één ronde te gaan. Kom op Deirdre, doorboksen. Niet opgeven.”

Museumdirecteur Deirdre Carasso en kunstenaar Anne Wenzel boksen zaterdag 14/9 (19.30-23.00 uur) tegen elkaar tijdens het ‘Memorial Weekend boksschool de Haan’, Stedelijk Museum Schiedam. Live te volgen op Facebook. Tijdens het weekeinde (14-15/9) geeft Europees bokskampioen Nouchka Fontijn een kinderclinic, zijn er lezingen en houdt boksschool De Haan open huis. Inl: stedelijkmuseumschiedam.nl