Recensie

Recensie Beeldende kunst

Porselein uit scheepswrakken: stille getuigen van een kwetsbare economie

Tentoonstelling Keramiekmuseum Princessehof reconstrueert de zeevaart naar de Oost met honderden stukken porselein uit scheepswrakken van de negende tot de negentiende eeuw.

Kijkdag bij veilinghuis Christie’s in Amsterdam voor het porselein afkomstig van het VOC-schip De Geldermalsen.
Kijkdag bij veilinghuis Christie’s in Amsterdam voor het porselein afkomstig van het VOC-schip De Geldermalsen. Foto Bart Molendijk / Anefo

De kwalificatie ‘geschikt voor de vaatwasser’ kon veilig worden gegeven aan de partij Chinees porselein die in 1986 bij Christie’s in Amsterdam werd geveild. Tot nog maar kort daarvoor had het serviesgoed in kwestie immers al ruim 230 jaar onder water doorgebracht. Het was afkomstig uit het wrak van het VOC-schip Geldermalsen dat in 1752 was vergaan in de Zuid-Chinese Zee, nabij de Indonesische Riau-archipel. Foto’s van de kijkdagen bij het veilinghuis geven een indruk van de enorme omvang van de vondst: enthousiaste aspirant-kopers bewegen zich tussen stellingen met schier eindeloze rijen en stapels borden, kommen en schalen.

Van de meer dan 150.000 stukken porselein uit de Geldermalsen die destijds onder de hamer kwamen, is een kleine selectie opgenomen in de tentoonstelling in de Princessehof in Leeuwarden. Die gaat over keramiek uit schepen die ooit zijn gezonken op de vaarroutes tussen Europa, het Midden-Oosten en China. De expositie is alleen al door de hoeveelheid getoonde werken indrukwekkend.

Bord met draak die parel achtervolgt, China, Jingdezhen, 1750-1751, porselein, hoogte 5 cm, diameter 20.5 cm. Collectie Keramiekmuseum Princessehof (bruikleen Ottema-Kingma Stichting). Foto Erik en Petra Hesmerg

De gronden van de zeven zeeën moeten bezaaid zijn met gezonken vaartuigen van alle soorten en maten, Naar schatting van de UNESCO bestaat dit wereldwijde ‘onderwater cultureel erfgoed’ uit zo’n drie miljoen wrakken. In noordelijke streken ligt het anders, maar van schepen die zijn vergaan in tropische wateren blijft doorgaans weinig over. De kwetsbare delen van hun lading – thee, specerijen, textiel – zijn vergaan of weggespoeld. Keramiek, daarentegen, blijft grotendeels intact en blijft liggen op zijn plaats.

Reconstructie

Aan de hand van dergelijke voorwerpen, en wat er bewaard is gebleven aan andere bronnen zoals logboeken en paklijsten, reconstrueert de expositie routes, handelscontacten en soms uitgesproken agressieve praktijen op zee. Van zeven schepen die tussen de negende en de negentiende eeuw op de zogenaamde ‘maritieme zijderoute’ naar de kelder zijn gegaan, worden de verhalen verteld en wordt het bestendigste deel van de lading gepresenteerd.

Zo vervoerde een Arabisch schip dat in 830 op de terugweg uit China nabij het Indonesische eiland Belitung zonk, 60.000 stukken porselein als ballast en handelswaar. Een Chinees schip dat in 1323 voor de kust van Zuid-Korea verging, had keramiek aan boord dat, blijkens overgeleverde houten latjes met inscripties, bedoeld was voor onder meer tempels in Japan. Verder weg, bij het eiland Sint-Helena in het zuiden van de Atlantische oceaan, bond de volgeladen VOC-driemaster Witte Leeuw in 1613 de strijd aan met twee ogenschijnlijk gemakkelijk te kapen, vijandelijke Portugese kraken. Toen echter de kruitkamer van het zwaarbewapende Nederlandse schip ontplofte, ging het jammerlijk ten onder. Pas in 1976, in de periode waarin de maritieme archeologie een vlucht nam, werd de lading geborgen. Een kostbare verzameling porselein kwam tevoorschijn, maar ook bronzen kanonnen, de zilveren fluit van de bootsman en, bij wijze van rariteit, het 15 cm lange ei van een casuarius.

De omvang en rijkdom van de gezonken schatten, met hun soms schitterende vormen en details, maken de expositie aantrekkelijk en onoverzichtelijk tegelijk. De honderden kommen, broden en vazen liggen mooi gerangschikt in grote vitrines, en vormen aldus vooral de stille getuigen van een bloeiende maar kwetsbare economie.