Wie personeel wil lozen na een ruzie moet bij rechtbank Den Haag zijn

Ontslagrecht De ene rechtbank kent ontslag om een bepaalde reden sneller toe dan een andere. Dat laat een nieuwe database van ontslagzaken zien.

Illustratie Fokke Gerritsma

Wie personeel wil lozen vanwege een verstoorde arbeidsrelatie, heeft de meeste kans (74 procent) bij de rechtbank Den Haag. Wie een medewerker wil ontslaan vanwege verwijtbaar gedrag, zoals bijvoorbeeld (seksuele) intimidatie, kan het beste aankloppen bij de rechtbank Rotterdam en doet er slim aan die van Utrecht te mijden, want daar is de kans op toestemming veel lager.

Dat blijkt uit de onlangs begonnen ontslagrechtdatabank Lexalyse. Daarin staan zo’n 1.400 arbeidsrechtuitspraken vanaf 2015, toen de nieuwe Wet werk en zekerheid van kracht werd.

Nederland telt elf rechtbanken met een eigen arrondissement. Ontslagzaken kunnen worden voorgelegd bij de rechtbank van het arrondissement waar het bedrijf gevestigd is of waar de werknemer woont. „Uit onze tool blijkt dat het loont om te kijken bij welke rechtbank je je ontslagzaak aanhangig maakt”, zegt directeur Martin van Hemert van LexIQ, het bedrijf achter de databank die Van Hemert met twee Delftse ingenieurs oprichtte.

LexIQ laat algoritmes en kunstmatige intelligentie los op de duizenden pagina’s aan uitspraken die op rechtspraak.nl gepubliceerd worden, zodat er patronen in te ontdekken zijn. Tot nog toe werden dit jaar 181 uitspraken gepubliceerd, vorig jaar waren dat er 309.

Lexalyse leert ook dat de gemiddelde ontslagvergoeding vorig jaar 16.501 euro bedroeg. En dat ontslagzaken vanwege een verstoorde arbeidsrelatie veel kansrijker zijn (57 procent) voor de werkgever dan zaken vanwege disfunctioneren van een werknemer (39 procent).

Voor de ontslagrechtdatabank wordt samengewerkt met de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Promovendi en masterstudenten controleren het algoritme en helpen soms bij het definiëren van uitspraken voor de computer.

„Voor een advocaat kan dit ontzettend behulpzaam zijn”, zegt arbeidsrechtadvocaat Pascal Kruit van Boontje Advocaten, die meehielp de databank te ontwikkelen. „Stel dat een werkgever af wil van iemand die in Rotterdam werkt en in Utrecht woont. In die laatste stad heeft hij 30 procent minder kans van slagen. Dat kan beïnvloeden waar je de zaak voert.”

Individuele rechtvaardigheid

Niet iedereen in arbeidsrechtland is zo enthousiast. Stefan Sagel, hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden en advocaat bij De Brauw, vindt dat Lexalyse „interessante gezichtspunten” kan opleveren maar is „huiverig” dat de waarde ervan wordt overschat.

Een kernprincipe van recht is dat iedere zaak uniek is en de rechter met het wetboek in zijn hand op basis van die unieke omstandigheden tot zijn oordeel komt. „Het mooie van recht is juist dat het om de individuele rechtvaardigheid in het individuele geval gaat”, zegt Sagel. „Het probleem is dat als je gaat turven, je niet met alle bijzondere omstandigheden van het geval rekening kan houden. Die exercitie is altijd grofmazig en dat maakt dat je voorzichtig moet zijn met conclusies.”

Kruit ziet dat anders. Volgens de advocaat, voorheen onderzoeker en docent aan de Erasmus Universiteit, lenen zaken uit het ontslagrecht zich bij uitstek om op een hoop te gooien. „De nieuwe Wet werk en zekerheid uit 2015 was nou juist bedoeld om het ontslagrecht in zo veel mogelijk objectiveerbare criteria te gieten. De wetgever wilde juist af van die unieke omstandigheden.” De wet kent nu acht ontslaggronden zoals verwijtbaar gedrag en een verstoorde arbeidsrelatie en die gronden zijn volgens Kruit prima in een model te stoppen.

Sommige kantonrechters zijn vriendelijker voor de werknemer, sommige voor de werkgever

Stefan Sagel hoogleraar arbeidsrecht

Lexalyse maakt gebruik van de ontslagzaakvonnissen die rechtbanken publiceren op rechtspraak.nl. En dat is verre van alle ontslagzaken.

Navraag bij de Raad voor de Rechtspraak leert dat in 2018 slechts 4,6 procent van alle gerechtelijke uitspraken op rechtspraak.nl verscheen. Richtlijnen schrijven voor dat bijvoorbeeld alle uitspraken van de Hoge Raad worden gepubliceerd, net zoals alle strafzaken waar meer dan vier jaar celstraf wordt opgelegd. Maar het publiceren van ontslagzaken bepalen rechters zelf.

De rechtbank Oost-Brabant publiceerde de afgelopen vier jaar twintig ontslagzaken, de rechtbank Noord-Holland 183. „Er is geen representativiteitstoets, die nuance moet je maken”, zegt Kruit. Hij wijst erop dat er in 2018 zo’n 1.700 ontslagzaken in Nederland voor de rechter kwamen waarvan er zo’n 300 op rechtspraak.nl verschenen en pleit ervoor dat alle uitspraken gepubliceerd zouden moeten worden zodat je met zekerheid kan zeggen of er substantiële verschillen zijn. „Recht zou niet locatiegebonden moeten zijn. Het Burgerlijk Wetboek is het Burgerlijk Wetboek.”

Tienduizend euro verschil

Het is niet voor het eerst dat er verschillen in arbeidsrechtuitspraken opduiken, zegt hoogleraar arbeidsrecht Ruben Houweling van de Erasmus Universiteit. De Rotterdamse advocaat Gijs Scholtens en hoogleraar Cees Loonstra lieten via onderzoek in de jaren tachtig en negentig zien dat er wel heel grote verschillen zaten tussen de ontslagvergoedingen die verschillende gerechten in Nederland toekenden. Hun onderzoek stond aan de wieg van de invoering van de kantonrechtersformule: een berekeningsmethode voor ontslagvergoedingen.

Afgelopen juli verscheen in het Tijdschrift voor de Arbeidsrechtpraktijk een onderzoek van advocaat Maarten van Kempen dat grote verschillen toont in zaken waarbij een beroep wordt gedaan op de ‘wettelijke verhoging’, een extra bedrag dat de werkgever moet betalen als hij loon niet op tijd heeft uitbetaald. Via de rechter kan dan over het te laat betaalde salaris een verhoging van maximaal 50 procent worden afgedwongen. De rechtbank Limburg kende die volledige 50 procent toe in 81 van de 97 gevallen, zo turfde Van Kampen. De rechtbank Amsterdam deed dat maar in 4 van de 57 rechtszaken en koos er juist voor om bijna altijd 25 procent verhoging toe te kennen. „Dat is volstrekt willekeurig. Dan kan het dus zomaar tienduizend euro schelen waar je procedeert”, zegt hoogleraar Houweling.

Houweling beschrijft arbeidsrecht als „een vakgebied waar de persoonlijke opvatting van hoe je naar de positie van de werknemer in de samenleving kijkt, een rol speelt” en of je dus meer op de hand van het bedrijfsleven of van werknemers bent. Dat herkent zijn collega-hoogleraar Sagel uit Leiden ook. Hij ziet weliswaar op rechtbankniveau geen verschillen, maar tussen rechters onderling wel. „Het is niet irrelevant welke rechter je krijgt toegewezen in je zaak. Sommige kantonrechters zijn vriendelijker voor de werknemer, sommige voor de werkgever.”