Opinie

Niet schieten op de kunstenaar

Lotfi El Hamidi

‘As far back as I can remember, I always wanted to be a gangster.” Zo begint Henry Hill (Ray Liotta) zijn verhaal in de filmklassieker Goodfellas van regisseur Martin Scorsese. Op die ene zin volgen vele scènes die de misdaad verheerlijken. „Wij wilden niet op een andere manier leven”, verhaalt Hill. „Al die brave mensen met hun waardeloze baantjes die met de metro naar het werk gingen en over rekeningen piekerden, waren dood. Sukkels zonder lef.”

In de achterstandswijk waar ik opgroeide was Goodfellas voor veel recalcitrante tieners een cultfilm. Scorsese weet de sfeer van een ruige migrantenwijk en het non-conformisme van de inwoners briljant in beeld te brengen.

Maar stel dat iemand de film als inspiratiebron heeft gebruikt voor zijn eigen misdaadcarrière, treft Scorsese dan enige blaam? Een vraag die ook opgeworpen werd toen John Hinckley Jr. in 1981 een moordaanslag pleegde op president Reagan; de dader bleek zijn inspiratie uit Scorseses Taxi Driver te hebben gehaald. Zijn kunstenaars verantwoordelijk voor dat soort neveneffecten?

De discussie over de invloed van kunst op de ‘echte wereld’ laait op door de film Joker van regisseur Todd Phillips. Daarin speelt Joaquin Phoenix de sociopathische inhuurclown Arthur Fleck, die zich geleidelijk ontwikkelt tot de gewelddadige Joker, de latere aartsvijand van Batman.

De film draait nog niet in de bioscoop maar de plot zorgt al meteen voor een rel op sociale media. Sommige critici zien in het verhaal een verkapte steunbetuiging aan de zogeheten ‘incels’, of ‘onvrijwillige celibatairen’: gefrustreerde jonge (vaak witte) mannen die maar niet in de liefde slagen en naar hun gevoel een betekenisloos bestaan leiden. Niet zelden worden de frustraties afgereageerd op vrouwen en succesvolle mannen. Een berucht voorbeeld is Elliot Rodger, die in 2014 in Californië zes mensen vermoordde omdat hij op zijn 22ste nog ongewild maagd was.

Men vreest dat Joker net zo’n wraakfilm wordt als Taxi Driver, met alle gekken die na het zien van de film een bevestiging zien van hun verknipte wereldbeeld, en eventueel een legitimering voor geweld.

Maar halen mensen hier niet een aantal zaken door elkaar? We hebben het hier toch nog altijd over fictie? Is de maatschappij de analyse van de film of juist omgekeerd? Dat maniakken ermee aan de haal gaan zegt toch meer over hen dan over de filmmaker?

Het lijkt me juist de bedoeling dat kunstenaars de grens van het ontoelaatbare opzoeken, willen schuren. Je moet er toch niet aan denken dat we alleen maar brave films te zien krijgen over goed en kwaad, of met de disclaimer: deze film is niet bedoeld als legitimering van misbruik en geweld.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.