Koopkrachtgroei laagst sinds crisis, maar grote verschillen binnen bevolking

Werknemers zagen hun koopkracht groeien in 2018, terwijl gepensioneerden relatief minder te besteden hadden dan het jaar ervoor.

Foto Piroschka van de Wouw/ANP

De koopkracht in Nederland is vorig jaar met gemiddeld 0,3 procent gegroeid, zo blijkt donderdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het is de kleinste groei van de zogeheten dynamische koopkracht sinds 2013. Het groeipercentage zegt echter weinig over de gehele bevolking, omdat de verschillen tussen bevolkingsgroepen volgens het CBS aanzienlijk zijn.

Bij 52 procent van de Nederlanders bleef de koopkracht gelijk of steeg die. De 20 procent met de hoogste koopkrachtstijging zag die met 10,8 procent of meer groeien. Dit zou volgens het CBS kunnen gelden voor wie een nieuwe baan of een loonsverhoging kreeg. Wie in loondienst was, ging er ten opzichte van het jaar ervoor gemiddeld 1,8 procent op vooruit.

Gepensioneerden opnieuw in de min

Bijna 48 procent van de bevolking zag de koopkracht juist afnemen. Een vijfde van de bevolking kreeg te maken met een krimp van minstens 6,7 procent - ruim 2.300 euro voor wie een inkomen van 34.000 euro heeft. Dit kan volgens het CBS het gevolg zijn van minder werken of pensionering.

Net als in 2017 daalde de koopkracht van gepensioneerden het afgelopen jaar. Ging het toen nog om een daling van 0,2 procent, in 2018 daalde de koopkracht met gemiddeld 0,5 procent nog harder. Door tegenvallende rendementen van pensioenfondsen zijn de pensioenen de afgelopen jaren niet of nauwelijks geïndexeerd. Wie naast zijn of haar AOW nog een aanvullend pensioen had, zag de koopkracht daarom met name dalen. Het CBS schetst dat hoe groter het aanvullend pensioen is, hoe groter de koopkrachtdaling.

Het CBS berekent elk jaar de zogenaamde dynamische koopkrachtontwikkeling. Deze is gecorrigeerd voor inflatie en gebaseerd op de feitelijke inkomensgegevens, waardoor die betrouwbaarder is dan de ramingen - maar daardoor ook later komt. Eerder schatte het CBS de koopkrachtontwikkeling voor 2018 met 0,2 procent iets lager.