Profgolfer én bondscoach Maarten Lafeber: „Het moeilijkste aan coaching vind ik spelers realistisch te laten kijken naar waar ze precies staan.”

Foto Ross Kinnaird/Getty Images

Golfer Maarten Lafeber: ‘In Nederland vinden we onszelf al snel behoorlijk goed’

Golf Oud-winnaar Maarten Lafeber begint donderdag voor de 23ste keer aan het KLM Dutch Open. De 44-jarige golfer is sinds een paar jaar ook bondscoach.

Een afspraak met Maarten Lafeber is niet snel gemaakt. Face to face is al helemaal geen optie, zijn agenda laat dat eenvoudig niet toe. Het buitenland is zijn werkterrein. Hij speelt nog altijd professioneel golf en is daarnaast parttime bondscoach bij de Nederlandse Golf Federatie (NGF). „Maar ik ben er zeven dagen per week mee bezig hoor”, zegt Lafeber via de telefoon vanuit de auto.

Hij is op weg naar het Porsche Open in Hamburg, waar hij mag meedoen dankzij een medical extension, golftaal voor ‘een briefje van de dokter’. Lafeber kampte vorig jaar met rugproblemen. Het Porsche Open is pas zijn tweede toernooi op de European Tour dit jaar; Lafeber speelt sinds 2014 een niveau lager, op de Challenge Tour.

Hij is blij dat hij mee mag doen in Duitsland. „Anders had ik een challenger in Bretagne moeten spelen. Dit toernooi is een betere voorbereiding op het KLM Open.” Lafeber weet dan nog niet dat hij na twee dagen, met een score van +8, alweer naar huis kan. Wat hij wel weet: hij kan de (oefen)rondes in Hamburg goed gebruiken in zijn jacht op een Tourkaart. De 44-jarige Lafeber draaide de eerste veertien jaar van deze eeuw onafgebroken mee op de Europese Tour en wil daar in 2020 graag nog een jaar aan toevoegen. Aan stoppen denkt hij niet. „Anders heeft het geen zin meer wat ik doe.”

Donderdag begint Lafeber voor de 23ste keer aan het Dutch Open, hij is als oud-winnaar aan het deelnemersveld toegevoegd. In 2003 was hij de eerste Nederlander in 56 jaar die het toernooi won. De timing was goed, want dat jaar waren de grote geldschieters afgehaakt, het prijzengeld was verlaagd en de grote namen bleven weg. „De situatie was inderdaad shaky”, herinnert Lafeber zich. „Maar bij de NOS keken een miljoen mensen naar mijn slotronde. Dat wekte de interesse van sponsors voor de jaren erna.”

KLM, in de jaren tachtig ook al hoofdsponsor, keerde in 2004 terug als naamgever van het Dutch Open. Het toernooi beleeft dit jaar zijn honderdste editie. Omdat die samenvalt met de honderdste verjaardag van de luchtvaartmaatschappij, is gekozen voor The International, een glooiende baan onder de rook van Schiphol, ingeklemd tussen de A4 en A9.

Buiten de jubilea valt er voor de Nederlandse golfsport weinig te vieren. Het ledenaantal van de NGF schommelt rond de 380.000 maar het aantal jeugdgolfers liep, volgens de officiële cijfers van sportkoepel NOC*NSF, de afgelopen vijf jaar met 37 procent terug. Nederland telt nog maar 8.000 spelers onder de 18 jaar.

Lafeber kent de cijfers, en denkt de oorzaak te weten. „Veel mensen vinden een paar keer per jaar golfen voldoende. Zij kunnen, zonder lidmaatschap, met een gvb [golfvaardigheidsbewijs] op elke baan terecht. Maar als ouders geen lid meer worden van een club, komen de kinderen ook niet.”

Mentaliteit van spelers en ouders

Als bondscoach heeft hij te maken met de gevolgen van de leegloop. „Alleen al voor de onderlinge concurrentie in de nationale selecties zou het goed zijn als er meer kinderen gaan golfen”, zegt Lafeber, die „op het absolute lowpoint” in 2016 in dienst kwam van de NGF. „Ik wist bij mijn aantreden dat het golf bij de topamateurs in Nederland er niet goed voor stond, maar ik schrok van wat ik aantrof. Vooral van de mentaliteit van de spelers en ouders. Vrij makkelijk en een tikkeltje arrogant.”

Erger vond hij het dat spelers niet meer trots waren om het Oranje-shirt aan te trekken. „Je reist de hele wereld rond op kosten van de bond, krijgt overal coaching. Maar je moet het wel verdienen, dat heb ik ook moeten doen.” Lafeber verwijderde een aantal „rotte appels” uit de selectie en koos voor harde werkers. „De allergrootste talenten zijn slimmeriken die weten wat ze met hun talent moeten doen. Het zijn vaak de net-niet-spelers die denken dat ze heel goed zijn.”

Samen met zijn tienkoppige staf probeert Lafeber de jeugdgolfers vooral zelfstandiger te maken. Zo moeten ze bij nationale trainingen zelf hun tas uit de auto halen – niet hun vader of moeder. „Het is misschien een lullig voorbeeld, maar dat vinden wij belangrijk. We willen ook dat ze óns tijdens de training vertellen wat ze nodig hebben, en zelf gaan inzien wat er fout gaat in plaats van te vragen.”

Lafeber denkt in Nederland weer een structuur te hebben neergezet waarin het mogelijk is topamateur te zijn om daarna eventueel prof te worden. „Ik vind dat wij onze internationals moeten opleiden tot de top-20 van de wereld. Het is statistisch bewezen dat de kans van slagen bij de profs dan groter is dan wanneer je te vroeg begint op een van de kleine, professionele tours.”

Over dit onderwerp is hij de laatste tijd in gesprek met Koen Kouwenaar, nummer 34 op ‘The World Amateur Rankings’. Lafeber heeft het 21-jarige talent geadviseerd nog geen prof te worden. „Hij heeft een extra jaar bij de amateurs nodig om ervaring op te doen. Als hij de positieve lijn voortzet, haalt hij volgend jaar zijn Tourkaart of speelt hij op zijn slechtst op de Challenge Tour.”

Leven als prof

Lafeber vindt dat alles erop gericht moet zijn de Nederlandse golftalenten zo goed mogelijk voor te bereiden op een leven als prof. Al ben je er nooit helemaal klaar voor, weet hij. „Toen ik in 1998 voor het eerst op de Tour kwam, dacht ik: ‘shit’. Het gaat in sneltreinvaart, de toernooien waarop je moet scoren volgen elkaar op. En als halverwege het jaar je Tourkaart in gevaar komt, dan komt de druk er echt op. Er is no way back.”

Juist daarom vindt hij het zo belangrijk dat een golfer met beide benen op de grond blijft staan. „In Nederland vinden we ons zelf al snel behoorlijk goed. Dat is gevaarlijk in de wereld van profsport. Deense en Zweedse golfers zijn ook goed, maar gaan daar nuchterder mee om. Het moeilijkste aan coaching vind ik spelers realistisch te laten kijken naar waar ze precies staan.”

Tijdens het KLM Open is Lafeber even geen bondscoach, dan is hij met zichzelf bezig. „Ik werk toe naar de qualifying school in november. De ervaring heb ik wel, maar ik moet uren maken. Als ik dat niet doe, haal ik mijn Tourkaart zeker niet. Ik moet even egoïstisch zijn.”