Het beste van de Nederlandse mode in zes shows

Mode De derde editie van de Amsterdam Fashion Week onder leiding van Danie Bles was één van de beste uit de geschiedenis van de Nederlandse modeweek.

Het slot van de show van Ronald van der Kemp in de tuin van het Moco museum.
Het slot van de show van Ronald van der Kemp in de tuin van het Moco museum. Foto Team Peter Stigter

Het geschamper was niet van de lucht op sociale media, toen een kleine twee jaar geleden bekend werd dat Danie Bles de nieuwe eigenaar was van Amsterdam Fashion Week. Bles, mode-ondernemer en voormalig sterrenstylist, zou veel te commercieel zijn ingesteld om een interessante modeweek neer te kunnen zetten.

De derde editie onder leiding van Bles is inmiddels achter de rug. En die mag gerekend worden tot de beste uit de roerige geschiedenis van de Nederlandse modeweek. Voor het eerst was het idee van een vaste locatie losgelaten, en het was prettig eens verschillende plekken te bezoeken voor shows, net als in de grote modesteden. Maar wat vooral geslaagd was: het compacte programma. Er waren wat ‘talks’, een brunch, een feest en nog wat evenementen, en slechts zes modeshows, verspreid over nog geen drie dagen. Maar die zes zetten een prima beeld neer van de hedendaagse Nederlandse mode, vooral omdat Bles drie van de interessantste Nederlandse namen had weten te strikken: Ronald van der Kemp, Ninamounah Langestraat en Duran Lantink. Weten te strikken ja, want ontwerpers hebben niet per se veel profijt van een show. Anders dan in Parijs worden de Nederlandse shows niet bezocht door veel inkopers.

Lees ook het interview met Duran Lantink: ‘Ik dacht: ik wil die broeken nooit meer zien’

Ronald van der Kemp, die de modeweek donderdagavond opende, was een jaar lang, zoals hij het omschrijft, „gestalkt” door Bles voordat hij toezegde. Van der Kemps duurzame high-fashion, die grotendeels in Nederland wordt geproduceerd en gemaakt wordt van restmaterialen, is gedragen door beroemdheden als Michelle Obama, Mary J. Blige en vooral Céline Dion, die een terugkerende klant is en in het laatste nummer van Vanity Fair poseert in een couturejurk van zijn hand. Het is niet zo dat Van der Kemp Parijs, waar hij normaal showt, had verruild voor Amsterdam. De collectie, voor voorjaar 2020, had hij ook al gepresenteerd tijdens de haute coutureweek van afgelopen juli.

Ninamounah
Foto Team Peter Stigter
Natan
Foto Team Peter Stigter
Ronald van der Kemp
Foto Team Peter Stigter
Ninamounah, Natan en Ronald van der Kemp.
Foto’s Team Peter Stigter

In bijna elke ruimte van het particuliere museum Moco had Van der Kemp vorige week donderdagavond een paar kledingstukken neergezet – soms op een pop, soms op een model, soms op een constructie met een geestig hoofd van papier erop. Het gaf de kans zijn glamorous, uitbundige, zorgvuldig gemaakte en zeer afwisselende ontwerpen van heel dichtbij te bekijken: een wilde patchwork jurk, een lange witte avondjurk met borduursels, een (lak)leren tuinbroek, een jasje met een bijzondere schouder. Als uitsmijter was er een kleine show in de tuin, geïnspireerd op het Amsterdam van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, toen de stad volgens de overlevering nog onconventioneel en wild was. Modellen met heel veel make-up en nog meer haar kwamen aanrijden op motoren en in een klassieke cabrio, om na een korte rondje plaats te nemen in een tableau vivant.

Grenzen oprekken

Vrijdag waren de activiteiten verplaatst naar De Nieuwe Kerk aan de Dam. Bij Lichting, de jaarlijkse wedstrijd waarvoor elke Nederlandse kunst- en mode-academie twee net afgestudeerde mode-ontwerpers afvaardigt, viel vooral op hoeveel jonge ontwerpers mannenmode lieten zien, maar dan wel van het soort dat de grenzen van wat we zien als mannelijk oprekt. De internationale jury riep Dylan Westerweel (ArtEZ) uit als winnaar. Zijn collectie was gebaseerd op een mannelijk prostitué uit het Victoriaanse tijdperk. Een wit satijnen pak werd ingesnoerd door een korset en had een driedimensionaal hart – het orgaan, niet het symbool – op de rug. Het jasje van een oversized roze pak was sterk getailleerd, over een strakke hardblauwe satijnen broek kwam een asymmetrische jurk met grote rozetten. Eerder op de dag mocht de winnaar van vorig jaar, Ferry Schiffelers, een solo-show geven. De kerk was een tandje te ruim bemeten voor zijn bescheiden collectie, waarschijnlijk ook de reden dat de modellen meerdere keren op en neer liepen, maar zijn verfijnde kledingstukken waren veelbelovend: een gebreide body met enorme pofmouwen van glanzende stof, een kort zwart tule rokje met borduursels, een strak corsetjurkje met ruches op de billen en, een tikje gimmicky, een trouwjurk met capuchon van echte witte rozen.

Reuzenslakken op de catwalk

Ninamounah Langestraat wissselde haar interessante experimenten met breedgeschouderde pakken en ander klassiek kleermakerswerk dit keer af met organische vormen, gebaseerd op prehistorische dieren: een jurk gemaakt van afgeworpen vellen van slangen, breiwerk dat dankzij een laagje hars leek op reptielenhuid. Haar modellen, waaronder een aantal vijftigplussers, waren zeer uitgesproken types en een paar van hen hadden wel heel opvallende accessoires in de hand: reuzenslakken, die gaandeweg de show steeds verder uit hun huisje leken te komen.

Duran Lantink
Foto Batavia Stad
Dylan Westerweel
Foto Team Peter Stigter
Duran Lantink en Lichting-winnaar Dylan Westerweel.
Foto’s Batavia Stad/Team Peter Stigter

Zaterdag verplaatste de modeweek zich naar de Capital C, een net geopend bedrijven- en evenementencentrum. Outletcentrum Batavia Stad was een samenwerking aangegaan met Duran Lantink, die nieuwe ontwerpen maakt van onverkochte kleding – hij heeft er nu een expositie mee in het Centraal Museum in Utrecht. Normaal werkt Lantink met mode uit het hoogste segment, maar hij bleek ook met restpartijen van Batavia Stad uit de weg te kunnen, getuige de spectaculaire, monumentale outfits die had gemaakt van onder meer jurken, Helly Hansen-jassen, jeans en een Calvin Klein-trui plus tule.

Lees ook het interview met Ronald van der Kemp: ‘Kanye West belde of ik zijn vrouw wilde kleden’

Als aanvulling was er een model in een ‘top’ die was gemaakt van hamburgers, friet en zakjes van McDonald’s, het gezicht en de armen van een ander model waren helemaal bedekt met winegums. Halverwege de show werd de catwalk bestormd – op de klanken van Enya’s hit ‘Orinoco Flow’ – door figuranten met winkeltasjes, overduidelijk een commentaar op het huidige modekoopgedrag. Aan het eind kwam weer een groep op, nu met bivakmutsen op en hakkend op gabberhouse, terwijl de modellen zich een weg tussen hen door baanden. Met zijn show liet Lantink niet alleen zien hoe bedreven hij is in het maken van aantrekkelijke mode uit dingen die de kooplust niet hebben weten op te wekken, maar ook hoe hij een energieke show moet neerzetten die je niet snel vergeet.

De show van Duran Lantink.

Het showprogramma werd afgesloten door het Belgische Natan, een favoriet van Máxima en diverse prinsessen. Ontwerper Edouard Vermeulen liet zijn cruise-collectie zien, die eind van het jaar al in de winkels komt. Zo keurig als de ingetogen, meestal effen broekpakken, overhemdjurken en de wijde avondjurken, waarin de invloed van het Italiaanse modehuis Valentino duidelijk zichtbaar was, zo keurig was het publiek: dames in goeden doen met diamanten horloges, in plaats van de uitbundig geklede jonge modeliefhebbers die bij de eerdere shows het grootste deel van het publiek vormden.