Opinie

Doorharken

Marcel van Roosmalen

De schoonmoeder, een vrouw die al haar hele leven in het dorp woont, zei toen ik weer eens klaagde over de andere ouders op het schoolplein dat ik ook niet zo aan de rand moest blijven staan. „Gewoon hup ertussen hoor.”

Ze is een flinke vrouw uit een tuindersgeslacht, die loopt desnoods met een dienblad vol zoetigheid dwars door een zwerm bijen haar tuin in. Dus toen het mijn beurt weer eens was om de dochter (4) op te halen dacht ik op het schoolplein: gewoon hup d’r tussen.

Via de klassen-app waren we met onscherpe foto’s op de hoogte gehouden van het gedoe in de klas. Het leken me aanknopingspunten voor een gesprek. Ik had onthouden: met zand gespeeld, gymnastiek en poppenkast.

Ik voegde me in de cirkel van ouders.

Voeten een stukje uit elkaar, actieve houding, open blik.

„Daarom”, zei er één.

„Dat zeg ik”, vulde een ander aan.

Ik vroeg bij welke juf ik het sportbroekje voor het gymmen moest inleveren.

Stilte.

Ik herhaalde de vraag.

Ja, Jezus moest ik het dan schreeuwen?

„Bij welke juf…”, begon ik alweer.

De man met het DHL-petje op het hoofd zei: „Ik heb dat gewoon in het rugzakkie gedaan…”

„Dus ik zeg”, begon opeens een vrouw die iedere zin met ‘dus’ of ‘daarom’ begint, een ziekte waar er hier wel meer last van hebben. „Dus de deurbel ging, want ik had dus eten besteld. Online en ik moest vijftig cent extra betalen voor een plastic tassie…”

Ze herhaalde drie keer het bedrag en keek daarna de groep rond.

„Echt belachelijk.”

„Schan-da-lig!!”, zong ik mee.

„Dat zeg ik”, ging ze verder. „Maar het eten zat toch in een papieren zak! Ja, daarvoor heb ik dan toch geen vijftig cent betaald? Dan wil ik ook plastic!”

Ze keek weer rond. Ik dacht dat het nog niet klaar was en vroeg: „Hoe liep het af?”

Idiote vraag.

„Dat zegt ze toch?”

Om te controleren of ik niet gek was zei ik tijdens het avondeten, terwijl ik met een vork door de vanillevla harkte: „Dus ik heb ook nog wel wat meegemaakt. Ik betaalde vijftig cent voor een plastic tas en kreeg een papieren tas. Nou ja, dat dus.”

De jongste dochter, ze is twee, was de enige die reageerde.

„Stil papa!”

Gerustgesteld harkte ik door.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.