De meeste kinderen willen weg, Sasha wil blijven

Grunberg in een gesloten jeugdinrichting 10 Schrijver Arnon Grunberg leeft veertien dagen dag en nacht in de gesloten jeugdinstelling De Koppeling in Amsterdam. Hij schrijft elke dag over het leven daar. Deel 10: Morgen

Fragmenten van Sasha (15).

„Zijn er nog mensen die papieren kranten lezen? Dat moeten dan wel heel oude mensen zijn”, zegt Sasha. Ze draagt vandaag een spijkerbroek en heeft een deken om zich heen geslagen. Haar halflange blonde haar valt langs haar wangen. Omdat ze een-op-een-begeleiding krijgt is ze zelden in de groep.

Elke dag loop ik even langs haar kamer om een praatje te maken, meestal ligt er een handdoek tussen de deur zodat die niet in het slot valt, Sasha is zelden thuis. Ze dwaalt met haar een-op-eenbegeleidster door De Koppeling.

„Ik volg het nieuws niet, ik vind het niet erg als de wereld vergaat”, zegt Sasha.

„De laatste keer zei je dat je wilde gaan stemmen als je achttien bent.”

„Dat wel.”

„Tot morgen”, zeg ik.

„Morgen bestaat hoop ik”, antwoordt Sasha.

Morgen blijkt te bestaan, ik mag met Sasha mee naar muziektherapeut Harry. Sasha heeft een liedje gemaakt waarvan het refrein luidt, „ik wil kaas, worst en een biertje.” Een meezinger.

Een andere regel uit het lied luidt: „Ik zat in een klok die tikte en daarna at ik slagroom met kaneel.”

„Kan ik drummen?” vraagt Sasha. „Ik ben druk.”

Met toestemming van haar ouders en Sasha mag ik een gesprek bijwonen over het vervolgtraject. Ik tel acht volwassenen en een klein meisje. Gelukkig zegt behandelcoördinator Dirk-Pieter: „Er zijn een aantal dingen die jij wilde bespreken, Sasha, laten we het daar eerst over hebben.”

De meeste kinderen willen hier weg, Sasha wil blijven. Er wordt gesproken over agressieregulatie, emotieregulatie en het versterken van het zelfbeeld. Sommige therapie kan niet worden gegeven, omdat de therapeuten niet voorhanden zijn.

De gedachte dat ze weg moet uit deze instelling maakt Sasha aan het huilen.

Op een ochtend werkt ze in sneltreinvaart drie boterhammen met salami naar binnen. Ze zegt: „Ik heb over je gedroomd. Je was een dramaleraar.”

„Grappig, in mijn nieuwe boek komt een dramaleraar voor. Ik mag deze herfst op een avond in Amsterdam over mijn tijd hier vertellen. Zou je mee willen? Dan kun je over jezelf vertellen.”

Later die dag zie ik haar gehurkt op de gang zitten. Ik hurk naast haar neer. „Misschien”, zegt ze, „wil ik niet over mezelf vertellen, misschien wel.” En na een korte pauze: „Ik wil met mijn moeder naar Rome. Ik ben er nog nooit geweest, maar ik heb gehoord dat het daar heel mooi is.”

Wordt vervolgd

Om privacyredenen zijn achternamen in deze serie weggelaten. Ze zijn bij de redactie bekend.