Opinie

Daarom ligt het Rotterdamse nachtleven op z’n gat

Er moet een nieuw, flexibeler stelsel van horecavergunningen komen om het nachtleven te redden, vindt Elene Walgenbach.

Clubs sluiten en nieuwe plannen vinden nergens in Rotterdam voet aan de grond. Met als gevolg dat ondernemers uitwijken naar andere steden. Een dansje doen in wereldstad Rotterdam is dus knap lastig en afgelopen februari stonden honderden Rotterdammers op het Stadhuisplein. De boodschap was duidelijk: het Rotterdamse nachtleven moet beter. Politiek, tijd voor verandering! Door goed speurwerk van online tijdschrift Vers Beton weten wij dé reden waarom het Rotterdamse nachtleven op z’n gat ligt. En het is tijd om daar wat aan te veranderen.

Rotterdam telt 155 24-uursvergunningen, wat gelijk staat aan volledig vrije open- en sluitingstijden. 155 horecatenten waar je ’s nachts in principe terecht zou kunnen, fantastisch. Op schriftelijke vragen aan het college kregen wij als D66 geen antwoord op de vraag wat voor soort horeca inrichtingen dit zijn, maar Vers Beton heeft de – schokkende – antwoorden gevonden: 41 procent van de vergunningen wordt niet gebruikt, deze zaken zijn allemaal uiterlijk om 02.00 dicht.

Daar komt nog bij dat de overgebleven zaken niet allemaal kroegen en clubs zijn. Hier zitten namelijk ook koffiezaken, shoarmatenten en shisha lounges tussen. De werkelijkheid is dat er slechts 43 zaken in heel Rotterdam zijn waar je na 02.00 nog een biertje kan drinken. Oftewel 28 procent van alle nachtvergunningen.

Anno 2019 verleent de gemeente Rotterdam liever geen 24-uursvergunningen meer, want het zijn er al zoveel. Met dit laatste kunnen wij het alleen maar eens zijn. Het zijn er inderdaad veel te veel. Veel te veel vergunningen op de verkeerde panden met verkeerde doeleinden.

De Rotterdammers zijn nu de dupe van deze wildgroei aan vergunningen. Clubs en bars in de nacht sluiten, maar er komt niks voor terug. Nergens wil het college ruimte geven. In het weekend tot 02.00 open, of meteen een 24-uursvergunning. Dat zijn de smaken. Met als gevolg een oncontroleerbare hoeveelheid horecazaken die in principe 24-uur open mogen, maar dat in werkelijkheid niet zijn.

In Amsterdam hebben ze het anders aangepakt. Daar is maar een beperkt aantal 24-uurs vergunningen beschikbaar, 15 om precies te zijn. Deze zijn uitsluitend bedoeld voor nachthoreca, lees nachtclubs. Andere horecazaken hebben een vergunning tot 03.00, 04.00, 05.00 of 06.00 uur. Een systeem waar D66 in Rotterdam al langer voor pleit. Hiermee wordt maatwerk leveren namelijk mogelijk. Veel ondernemers zouden graag een uurtje of twee langer open blijven op een zaterdag, maar hoeven niet meteen een 24-uursvergunning.

Voormalig nachtburgemeester van Amsterdam, Mirik Milan, verwoordde het mooi in een artikel in het Parool begin dit jaar: „Je kunt 24-uurs vergunningen beter zien als een buitencategorie horecabestemming, die clubs in staat stelt om open te blijven tot 07.00 of 08.00 uur. Dat is vooral aan de randen van de stad erg handig, want dan kun je de boel sluiten als de metro weer rijdt en is je publiek eerder geneigd om die afstand toch af te leggen.”

Dit zou in Rotterdam een uitkomst zijn. Denk aan het M4H gebied, aan de rand van de stad, met een goede metroverbinding. Dit kan het gat van de verdwenen clubs uit het centrum opvullen. Daarbij komt dat andere plekken in het drukke centrum ontlast worden.

Rotterdam, wereldstad. Met zoveel potentie en creativiteit, overdag maar ook in de nacht. Helaas wordt deze creativiteit nu tegengehouden en zijn veel Rotterdammers teleurgesteld over de staat van het nachtleven in hun stad. Met als gevolg dat zij uitwijken naar andere steden. Er is een wildgroei aan 24-uursvergunningen. Een strop om de nek van het nachtleven. D66 pleit voor het radicaal aanpassen van het Rotterdamse stelsel voordat nog meer creatievelingen en al het uitgaanspubliek uitwijken naar steden als Amsterdam en Den Haag. Juist Rotterdam, de stad waar alles kan, heeft recht op een bruisend nachtleven.

Elene Walgenbach Gemeenteraadslid D66 Rotterdam