Opinie

Tweede-leg-ouders

Ellen Deckwitz

Dus dit weekend zit ik met H. in het café omdat zijn vrouw ieder moment kan bevallen en zij er helemaal klaar mee was dat H. haar om de vijf minuten vroeg of ze al een wee voelde. Eenmaal in de kroeg schrikt hij op bij iedere app die binnenkomt.

„Relax”, zeg ik, „Mochten de vliezen breken dan ben je in drie minuten fietsen ter plaatse.”

„Ja, ja”, zegt H. „Ik kan gewoon niet wachten om vader te zijn. Dan kan ik eindelijk gaan bewijzen dat ik een betere word dan mijn ouweheer.”

H.’s vader was de hardvochtigste die ik kende. Die liet hem met een gebroken sleutelbeen nog naar school gaan.

„Hoe ouder ik word”, zegt H., „hoe meer ik ervan overtuigd raak dat er eigenlijk geen moeders of vaders bestaan.”

„Hoezo?”

„Iedereen heeft natuurlijk biologische ouders”, zegt hij snel, „maar daarnaast is er ook nog de ouder naar wie we stiekem verlangen. Een ideaalbeeld, overgeleverd uit films, verhalen, reclames. Ik heb altijd naar een vaderfiguur gezocht. Een pa door wie ik me onbeperkt geliefd wist, niet iemand zoals mijn vader, bij wie ik me onophoudelijk moest bewijzen.”

Dan gaat H.’s telefoon. De vliezen zijn nog intact, maar zijn vrouw heeft acute zin in trekdrop. H. sprint de kroeg uit en ik blijf achter om de glazen te legen en ons gesprek te verwerken. Ik ken veel mensen, van jongeren tot bejaarden, die weleens een soortgelijk verlangen naar een droomouder hebben uitgesproken. Niet dat hun eigen ouders monsters waren, die waren ook maar mensen, maar het kan natuurlijk altijd beter dan een mens.

Misschien komt dat verlangen naar een ultieme moeder of vader doordat we in tijden leven waarin de nadruk zo sterk op onafhankelijkheid is komen te liggen, zowel op die van ouders als op die van kinderen, waardoor we ook minder naar elkaar toe groeien, bang om die onafhankelijkheid te verliezen, bang om ons te hechten aan genegenheid, omdat we ouders ook weer verliezen. Waar je zou verwachten dat onze sterfelijkheid ervoor zorgt dat we ons aan elkaar vastklampen omdat ieder moment het laatste kan zijn, zie ik steeds vaker het tegenovergestelde gebeuren. De echte ouders vervangen we door verbeelde ouders, om de pijn voor te zijn.

Maar goed, denk ik terwijl ik afreken, dat betreft slechts het verplaatsen van pijn. Want door te verlangen naar ouders die niet bestaan, lijd je alsnog. En zo ontstaat er een nog groter verdriet: het voorstellen hoe alles had kunnen zijn, en jezelf daarmee te kwellen. En zo liggen we wakker in het donker, van ouders die er nooit zijn geweest, maar alsnog worden gemist.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.