Vrouw stelt staat aansprakelijk voor ‘gedwongen afstaan’ baby

Een 73-jarige vrouw zegt in de jaren zestig gedwongen haar zoon te hebben moeten afstaan, omdat ze ongehuwd was. Mogelijk trof duizenden moeders hetzelfde lot.

Voor het eerst stelt een Nederlandse moeder die haar baby heeft moeten afstaan de staat aansprakelijk voor het leed dat haar is aangedaan.
Voor het eerst stelt een Nederlandse moeder die haar baby heeft moeten afstaan de staat aansprakelijk voor het leed dat haar is aangedaan. Foto Getty Images

Een Nederlandse moeder die in de jaren zestig haar baby heeft moeten afstaan, stelt de staat aansprakelijk voor het leed dat haar is aangedaan. Het is voor het eerst dat zoiets gebeurt. Dat schrijft dagblad Trouw dinsdag.

De nu 73-jarige Trudy Scheele-Gertsen zegt tegen de krant dat ze door hulpverleners werd gedwongen haar zoon af te staan omdat ze ongehuwd was. Mogelijk trof duizenden moeders in de jaren vijftig, zestig en zeventig eenzelfde lot, schrijft Trouw. Volgens Scheele-Gertsen was er sprake van een georganiseerd systeem om kinderen bij ongehuwde vrouwen weg te halen. De advocaat van de vrouw, Lisa-Marie Komp van Prakken d’Oliveira, bevestigt de aansprakelijkstelling in de krant.

Eind jaren zestig kwam de zwangere Scheele-Gertsen terecht in een van de vele opvanghuizen voor ongehuwde moeders die er toen waren in Nederland. De zorg was er destijds volledig op gericht moeder en kind te scheiden, schrijft Trouw. Volgens advocaat Komp werd haar cliënt na de geboorte van haar zoon uit de ouderlijke macht gezet en werd het jongetje ter adoptie aangeboden. Dit terwijl de destijds 22-jarige Scheele-Gertsen meerdere malen zou hebben aangegeven haar kind niet te willen afstaan.

Volgens advocaat Komp was op dat moment bovendien al in Nederlandse en internationale wetgeving vastgelegd dat de band tussen moeder en kind in principe behouden moest blijven bij ongehuwde moeders. Uiteindelijk heeft het jongetje drie jaar in een tehuis gewoond voordat hij werd geadopteerd.

Onderzoek minister Dekker

Scheele-Gertsen stelt de staat aansprakelijk, omdat ze de gang van zaken „mensonterend” vindt. Ze wil ook weten wat er precies is gebeurd bij adopties in de periode 1956 tot 1984. De adoptiewet werd in 1956 van kracht, in 1984 werd abortus legaal. De Radboud Universiteit schatte in 2017 dat in die periode ruim 15.000 Nederlandse kinderen werden geadopteerd. Dit gebeurde vaak onder grote druk van de sociale omgeving. Scheele-Gertsen stelt dat dit mild is uitgedrukt en dat er sprake was van een georganiseerd systeem om kinderen bij ongehuwde vrouwen weg te halen.

Scheele-Gertsen wil dat haar vragen worden meegenomen in het onderzoek dat minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) begin dit jaar heeft aangekondigd naar binnenlandse adopties die plaatsvonden tussen 1956 en 1984. Dekker wil zo beter in beeld krijgen hoe adopties in die periode verliepen, wat er misging en wat de rol was van onder andere ouders, hulpverlening en sociale omgeving.

Correctie (10 september 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Scheele-Gertsen naar de rechter stapt. Dat is onjuist, hierboven is dat aangepast.