Gaat de rijkste man van Syrië ten onder aan zijn gulzigheid?

Syrië Rami Makhlouf, rijkste man van Syrië en eigenaar van een militie, zou onder huisarrest staan, en zijn firma’s onder curatele.

Vrouwen tijdens de jaarlijkse internationale handelsbeurs van Damascus, eind augustus. Het rommelt momenteel in zakenkringen rond de Syrische leider Bashar al-Assad.
Vrouwen tijdens de jaarlijkse internationale handelsbeurs van Damascus, eind augustus. Het rommelt momenteel in zakenkringen rond de Syrische leider Bashar al-Assad. Foto Yamam Al Shaar/Reuters

Tijdens een gesprek met Rami Makhlouf, de rijkste man van Syrië, suggereert de Syrische minister van Planning, Abdallah al-Dardari, dat het misschien geen goed idee is alles in het land te monopoliseren. „Als je de cake laat groeien dan wordt jouw deel ervan vanzelf groter”, zegt al-Dardari. De repliek van Makhlouf: „Ik wil de hele cake, Abdallah.” De anekdote, ontleend aan het recent verschenen Assad Or We Burn The Country van de Amerikaans-Libanese journalist Sam Dagher, zegt veel over Makhlouf.

Zijn gulzigheid komt Makhlouf, een neef van president Bashar al-Assad, nu mogelijk duur te staan. Tenminste als de vele geruchten kloppen dat hij in Damascus onder huisarrest staat, en zijn talrijke firma’s onder curatele zijn geplaatst. Het Syrische regime en zijn media zwijgen in alle talen over de affaire. Maar de geruchten komen van zowel pro- als anti-regimefiguren, onder wie enkele goed ingevoerde.

Eén persoon die op Facebook commentaar heeft geleverd, is Firas Tlass. Tlass spreekt met enige kennis van zaken, want hij was na Makhlouf de rijkste man van Syrië tot hij in 2012 overliep naar de rebellen.

De Tlasses en de Makhloufs groeiden als kinderen op met Bashar al-Assad en zijn broers; hun ouders behoorden al onder vader Hafez al-Assad tot het centrum van de macht in Syrië. Allen werden steenrijk door de liberalisering van de Syrische economie die door Assad werd doorgevoerd na zijn aantreden in 2000.

Volgens Tlass zijn de recente gebeurtenissen ingegeven door de slechte gezondheid van Makhloufs 84-jarige vader Mohammed, ‘Abu Rami’ (vader van Rami). Abu Rami geldt als de patriarch én de schatbewaarder van het regime. Door zijn naderende dood is een strijd losgebarsten over zijn opvolging. Tlass suggereert dat Assad niet wil dat Abu Rami wordt opgevolgd door Rami of diens broers.

2 of 3 miljard

Eén verhaal dat vaak opduikt, is dat Assad 2 of 3 miljard dollar aan Rami Makhlouf heeft gevraagd. Makhlouf zou hebben geantwoord niet over de nodige liquiditeit te beschikken. Volgens anderen was het Rusland dat Assad 3 miljard had gevraagd als aanbetaling van de Russische leningen aan Syrië. Rusland zou vervolgens documenten hebben voorgelegd waaruit moest blijken dat Rami Makhlouf wel over 3 miljard dollar beschikt.

Zakenman Rami Makhlouf Foto AFP

Her en der duiken vergelijkingen op met de Ritz-Carlton-affaire, vorig jaar in Saoedi-Arabië. Kroonprins Mohammad bin Salman sloot toen de rijkste mannen van het land op in een luxehotel in Riad tot zij meer dan 100 miljard dollar overmaakten aan de staat. Behalve Makhlouf zouden nog meer rijke zakenlui in ongenade zijn gevallen.

Rami Makhlouf bouwde zijn fortuin op met Syriatel, een van de twee mobiele telefoonnetwerken in Syrië. De Financial Times schreef in 2011 dat Makhlouf maar liefst 60 procent van de Syrische economie controleert. Zijn persoonlijk vermogen wordt op 6 miljard dollar geschat.

Tegen Makhlouf gelden al sinds 2008 Amerikaanse sancties. Volgens de VS „manipuleerde Makhlouf het Syrische rechtssysteem en gebruikte hij de Syrische inlichtingendiensten om rivalen te intimideren”. Zijn naam dook op in de Panama Papers én Swissleaks. Onder meer HSBC bleef, ondanks de sancties, met Makhlouf zaken doen.

De rijkdom van de Makhloufs en anderen, en de wijze waarop zij die etaleerden, wordt vaak genoemd als factor in de opstand die in 2011 tegen Assads regime begon. Op het platteland heerste in 2006 hevige droogte die vele Syriërs naar de steden dreef, waar zij voor het eerst met de levensstijl van de rijken kennismaakten.

Het was natuurlijk niet zomaar dat sommigen zich schaamteloos mochten verrijken. De deal was dat het regime kon rekenen op de steun van mensen als Makhlouf in tijden van nood. Daar hield Makhlouf zich aan. In 2012 richtte hij in Libanon al-Mayadeen op, een tv-zender die tegenwicht moet bieden aan Al Jazeera, dat in zijn berichtgeving over Syrië uitgesproken pro-oppositie is. Via zijn liefdadigheidsstichting Al-Bustan financierde hij de ‘Tijgerbrigade’, elite-eenheid van het leger.

Netwerk van krijgsheren

De Tijgerbrigade staat onder bevel van de beruchte inlichtingendienst van de luchtmacht en werkt samen met vooral alawitische milities, die van oorlogsmisdaden zijn beschuldigd. Is het toeval dat de brigade op het moment dat geruchten over Makhloufs huisarrest opdoken een nieuwe naam kreeg (25ste Divisie) en formeel onder het gezag van defensieminister Ali Abdullah Ayoub werd geplaatst?

Gregory Waters, een Syrië-expert verbonden aan de Californische universiteit van Berkeley, schrijft dat die maatregel past in Ayoubs plan om „het wijdverspreide en problematische netwerk van milities en krijgsheren te ontmantelen die delen van regeringsgebied in Syrië domineren, en om de macht opnieuw te concentreren bij het officiële leger”.

Nikolaos van Dam, oud-diplomaat en auteur van twee boeken over Syrië, is sceptisch. Hij wijst erop dat de Tijgerbrigade wel zijn bevelhebber Suheil al-Hassan behoudt. „Het regime wil misschien van de milities af, maar dit kan niet binnen afzienbare tijd. Het plaatsen van de Tijgerbrigade onder de defensieminister betekent nog niet dat Suheil al-Hassan diens bevelen ook zal willen opvolgen. De formele gezagsstructuur van het regime wijkt af van de informele.”

Waters schrijft op gezag van een anonieme pro-regimebron dat het huisarrest van Makhlouf de hervorming van de Tijgerkrachten juist mogelijk maakte. „Nu Makhloufs vermogen in beslag is genomen, is Suheil niet langer in staat het gezag van Ayoub te tarten.”

De milities bewezen het regime eerder grote diensten. Nu het einde van de Syrische oorlog nadert, vormen ze een obstakel. Milities betalen doorgaans het dubbele van de gewone soldij, wat een versterking van het leger belemmert. Zij verrijken zich ook door smeergeld te eisen aan de checkpoints die zij bemannen, door te plunderen in op de rebellen veroverd gebied en door smokkel.

Vooral Rusland is groot pleitbezorger van het opdoeken van de milities en het versterken van het officiële leger. Iran gelooft juist in het versterken van de rol van de milities, een succesvol concept in Libanon en Irak. In die context zien sommige waarnemers ook een groeiend conflict tussen Rusland en Iran, Assads voornaamste bondgenoten.

Op sociale media maken veel Syriërs zich ondertussen vrolijk over een pr-artikel over Rami Makhloufs 22-jarige zoon Mohammad dat uitgerekend nu op tal van websites overal ter wereld is gepubliceerd. Mohammad, die in Dubai woont, pronkt op foto’s met zijn Ferrari’s en zijn privé-jet, die hij voor 43 miljoen dollar speciaal liet inrichten. Hij pocht dat zijn persoonlijk vermogen twee miljard dollar bedraagt. Het artikel zet de jonge Makhlouf ook neer als een filantroop die zijn fortuin wil inzetten om van Syrië en de wereld een betere plek te maken. „Met macht komt ook grote sociale verantwoordelijkheid”, zegt Makhlouf in het artikel, een uitspraak die meestal aan Spidermans oom Ben wordt toegeschreven.