Opinie

Ouderen hebben te veel inspraak in een wereld die ze nog kort bewonen

Democratie Jongeren zijn slecht vertegenwoordigd in de politiek en de stem van de ouderen weegt steeds zwaarder. Verander het politieke systeem, schrijft .

Illustratie Hajo

Deze maand word ik vijfendertig. Een oudere vriend zei: „Heel goed. Dan kun je niet langer de jongerenkaart spelen; je zult je volwassen moeten gaan opstellen.” In dezelfde week presenteerde de Sociaal-Economische Raad (SER) een rapport dat waarschuwt dat jongeren als ik minder snel zelfstandig worden dan voorheen. Millennials, geboren in de jaren ’80 en ’90, krijgen tegenwoordig gemiddeld op hun zevenentwintigste een vast contract. Dat is een jaar later dan tien jaar geleden. In 2018 ging een kwart van alle woningen naar starters, vier jaar eerder was dit de helft. Vier op de tien millennials verwacht geen huis te kunnen kopen, een aantal dat hoger ligt dan het Europese gemiddelde. Bovendien bouwt slechts eenderde een pensioen op. Het is het gevolg van de economische realiteit van afschaffing van de studiebeurs, de opkomst van flexbanen en een steeds krapper wordende woningmarkt, onder meer door slecht politiek beleid.

„Deze mensen leven een uitgesteld leven”, aldus SER-voorzitter Mariëtte Hamer. Zij pleit voor een ‘generatietoets’ bij nieuwe wetten. Voor het leenstelsel zou je volgens Hamer niet alleen moeten kijken naar de effecten op het onderwijs, maar ook naar de impact op de rest van de levens van jongeren. Wat betekent het voor het krijgen van een baan, en voor je psychische gestel dat je een schuld opbouwt? Zo’n generatietoets is geen slecht idee. We kunnen rustig zeggen dat op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, pensioenopbouw en huisvesting de kabinetten-Rutte de afgelopen negen jaar niet echt gericht zijn geweest op jongeren. Vorige week publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) Armoede in kaart 2019. Kinderen en negentig-plussers, de jongsten en de oudsten dus, bleken in Nederland betrekkelijk vaak arm te zijn. En de mensen tussen de 65 en de 75, de babyboomers, hebben het het best voor elkaar. Dat heeft voor een deel te maken met de AOW, maar vooral ook met hun goed opgebouwde pensioenen.

Lees ook: Rutte III moet op weg naar de volgende verkiezingen stilstand zien te voorkomen

Een beschamend hoog aantal kinderen groeit op in armoede, heeft een hoge studieschuld, geen huisvesting en geen vooruitzicht op een vaste baan of pensioen. Je zou er als millennial somber van worden, als je niet iets anders aan je hoofd had: de catastrofale klimaatinstorting die ons te wachten staat, de afname van de biodiversiteit of de stijgende ongelijkheid en de verwoestende nasleep van het kolonialisme en de massamigratie die door het laatste op gang is gekomen. Sinds 1945 zijn er wereldwijd niet meer zo veel mensen op drift als nu. Rond het midden van deze eeuw is eenderde van de planeet zowel woestijn als het huis van anderhalf miljard mensen. De Nederlandse zeespiegel stijgt de komende eeuw naar alle waarschijnlijkheid met een halve meter; het zal 600 miljoen euro per jaar extra kosten om onze kusten te ‘verdedigen’. De meeste vijftigplussers zullen van deze sociaal-economische- en klimaatuitdagingen geen last hebben – die zijn dan al dood.

Een generatietoets voor nieuwe wetten is dus een begin, maar het is niet genoeg. Volksvertegenwoordigers moeten jonger. In de Tweede Kamer is de gemiddelde leeftijd 47 jaar; de VVD, met drieëndertig Kamerleden de grootste partij, heeft maar twee – mannelijke – Kamerleden onder de 35; de PVV, twintig zetels, doet het met drie millennials – twee mannen en een vrouw – maar iets beter; er zijn single-issue-partijen voor dieren en ouderen, maar niet voor jongeren. Terwijl zij nog het langste in deze wereld leven en de minste verantwoordelijkheid voor de bestaande problemen dragen, hebben jongeren de minste politieke inspraak, én ze delen ook nog eens het minst in de welvaart die ons kapitalisme oplevert.

Toch is ook verjonging van de volksvertegenwoordiging niet genoeg: bij een evenredige vertegenwoordiging naar de leeftijdsopbouw in de maatschappij, blijven jongeren een kleine fractie. Het aandeel ouderen neemt immers toe, tot meer dan een kwart 65-plussers rond 2060. En van de waarschijnlijk 18,5 miljoen inwoners in 2060, zullen er bijna vijf miljoen 65 jaar of ouder zijn, anderhalf miljoen meer dan nu. Het is dus zaak het politieke systeem ingrijpend te veranderen. En zolang het belang van ouderen net zo zwaar weegt als dat van jongeren, zal dat niet gebeuren. Een mogelijke oplossing is het stemrecht aan te passen. Oudere stemmers hebben nu te veel inspraak op de ontwikkelingen in een wereld die ze korter zullen bewonen.

Lees ook: EU maakt miljard euro vrij voor jonge boeren om vergrijzing tegen te gaan

De cognitieve capaciteiten van ouderen worden bovendien minder. Dat is een grotere reden tot zorg dan dat het een voedingsbodem voor grapjes is. Oude stemmers zijn slechte, niet-rationele, stemmers. Een Amerikaanse studie uit 2014 toonde aan dat ouderen minder rationeel zijn dan jongeren. En alle voornoemde problemen vereisen rationele oplossingen, geen populistische. Dit heeft politieke en dus reële gevolgen, niet alleen sociaal-economisch maar ook ecologisch. Een oplossing kan zijn ouderen beter te informeren, maar omdat mensen sentimentele, koppige, verliesmijdende wezens zijn, is een andere oplossing wellicht functioneler: een leeftijdsgebonden stemgewicht.

De Engelse historicus en politicoloog David Runciman kwam met het voorstel om 6-jarigen stemrecht te geven. Zo’n aanpak kan rigoureus lijken, maar werpt de vraag op waarom we pas op ons achttiende mogen stemmen. Waarom stoppen we niet, ik zeg maar wat, bij 86, de levensverwachting van nu 65-jarige vrouwen? Een ander voorstel is om elk 6-jarig kind een stemgewicht van tachtig te geven, dat elk jaar eentje minder zwaar wordt (7 jaar oud, 79 stemmen; 8 jaar oud, 78 stemmen; als je 35 wordt heb je nog een stemgewicht van 51). Zo ontstaat een verband tussen je stemgewicht en het aantal jaren dat je nog in deze wereld mee mag, en word je gedwongen rationeler en verantwoordelijker over je politieke keuze na te denken.

Het is veel gemakkelijker voor afschaffing van de basisbeurs, voor het openhouden van kolencentrales en voor de verkoop van woningen aan beleggers te zijn, als de gevolgen van een verhoogde studieschuld, CO2-uitstoot of een corrupte woningmarkt niet op jouw spreekwoordelijke bordje komen. Naarmate je ouder wordt, moet je politieke stem dus niet meer, maar minder gewicht krijgen. Dat horen ouderen misschien niet graag, maar het is wel een mogelijkheid om de Nederlandse democratie en samenleving rechtvaardiger te maken – een democratie en samenleving veelal beheerst door, inderdaad, steeds-ouder-wordende eigenheimers als ik.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.