Opinie

Hoe kun je nou niet weten wat een zipfile is?

Onderwijsblog Vaardigheden zoals studeren en het gebruik van ict worden vaak bekend verondersteld, ziet Felienne Hermans. Maar als leerlingen en studenten ze nergens meekrijgen, hoe kunnen ze er dan van weten?

Foto Marcel van Hoorn/ANP

Kunnen we algemene vaardigheden zoals samenwerken, creatief denken of het oplossen van problemen aanleren? Die vraag komt vaak terug in discussies over onderwijs. Ook nu weer bij de ontwikkeling van bij curriculum.nu, het nieuwe leerplan voor het basis- en middelbare scholen. Het antwoord van de meeste onderwijskundigen is ‘nee’. Zulke vaardigheden zijn volgens hen in grote mate gebonden door ‘domeinkennis’.

Ik kan me daar in vinden. Als ik een probleem tegenkom terwijl ik een trui brei, kan ik dat creatief oplossen, want in breien ben ik goed. Maar als ik een taart bak, moet ik precies het recept volgen, anders wordt het een bende. Een vaardigheid ‘overbrengen’ van het ene naar het andere vakgebied, is niet echt mogelijk. De creativiteit die ik kan gebruiken tijdens het handwerken, komt niet van pas bij het taartenbakken.

Toch zijn er wel degelijk algemene vaardigheden die we kunnen, en moeten, aanleren.

Dat besef kwam toen ik derdejaarsstudenten bij een keuzevak de opdracht gaf hun huiswerk als ‘zipfile’ in te leveren. „Wat is dat, een zipfile?”, vroeg een verbaasde student mij. (Voor de lezers die ook verbaasd zijn: dat is een manier om bestanden kleiner te maken, zodat ze minder ruimte innemen.)

Het eerste wat ik vervolgens dacht, was: „Hoe kun je nou niet weten wat een zipfile is?” Maar nadat ik er over nagedacht had, kwam ik tot de conclusie dat deze student eigenlijk nergens had kunnen leren wat een zipfile is. Basis- en middelbare scholen bieden nauwelijks digitale vaardigheden aan en zolang je kleine dingen inlevert zoals een verslag, volstaat een pdf prima. Misschien moet ik voortaan aan het begin van mijn vak dus toch even goed uitleggen wat er voor bestandsformaten zijn en waarom ze relevant zijn voor het vak. Wel zo eerlijk voor studenten die dat niet weten.

Lees ook: Kennis was uit de mode in het onderwijs, onterecht

Aantekeningen maken

Het kwartje viel definitief tijdens het bijwonen van een workshop van Greg Wilson, auteur van het erg elegante (en gratis verkrijgbare) boekje How to teach programming and other things. In een workshop die hij gaf voor docenten, zei hij regelmatig: „Dit is een kernpunt, schrijf het op in je aantekeningen als je dat nog niet gedaan hebt.”

Verroest, ik was er al die tijd dat ik voor de klas stond vanuit gegaan dat studenten weten wat wel en niet relevant is om op te schrijven. Maar waar leggen we dat eigenlijk uit? Een blik op de collegeblokken van enkele derde- en vierdejaarsstudenten bevestigde het vermoeden dat studenten niet echt weten wat ze moeten opschrijven. Vaak pakken ze de inleiding goed op, maar zijn de moeilijkere stukken summier samengevat. En dan heb ik het nog niet eens over wat studenten na college met de aantekeningen doen. Een keertje doorlezen voor college, daar blijft het wel zo’n beetje bij. Oefenen, jezelf overhoren, een ander overhoren – dat gebeurt niet echt.

Ik ben blij dat ik in Leiden werk, waar veel aandacht wordt besteed aan het ondersteunen van eerstegeneratiestudenten, bijvoorbeeld door een extra introductiedag voor hen en hun ouders. Want ‘thuis’ is natuurlijk bij uitstek de plek waar veel leerlingen en studenten deze vaardigheden meekrijgen. Simpele dingen zoals de helft van een woordenlijst blokkeren met een velletje, en jezelf zo overhoren, herinner ik me vooral van mijn moeder te hebben geleerd, die ook in het onderwijs werkt. Als we willen dat ook studenten uit gezinnen waar dat niet vanzelf spreekt goed kunnen leren, moeten we hen dit soort dingen gewoon uitleggen. Ik ga dus in mijn vakken veel aandacht besteden aan hoe je aantekeningen maakt en wat relevante softwarepakketten zijn.

Lees ook: Laat onderwijsmanagers zelf digitale vaardigheden leren

Dit is juist ook op een universiteit belangrijk, waar de drempel om dit soort dingen te vragen enorm hoog is. Zeker studenten die een bètarichting kiezen, behoorden op de middelbare school vaak tot de slimmere leerlingen die met weinig werk de zaken toch snapten. Op de universiteit is iedereen slim én geïnteresseerd in het gekozen vakgebied. Dan is het dus spannend om jezelf bloot te geven als iemand die het niet (meteen) snapt.

Daarom ben ik de student die naar een zipfile vroeg dankbaar dat hij naar mij toe kwam, in plaats van zelf te gaan Googlen. Natuurlijk was hij er dan ook wel uitgekomen, maar ik had dan een heel belangrijke inzicht gemist.

Felienne Hermans is universitair hoofddocent in de informatica op het Leiden Institute of Advanced Computer Science

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.