Recensie

Recensie Film

Gezellig: terug naar Downton Abbey

Kostuumdrama Waarom een roemruchte tv-serie afsluiten met een speelfilm, zoals ‘Downton Abbey’? Een kwestie van prestige, maar het draait vaak uit op een luxe extra aflevering. Ook hier.

Butler Mr. Carson (Jim Carter) keert schielijk terug van zijn pensionering om Downton Abbey uit de brand te helpen wanneer zich koninklijk bezoek aandient, in ‘Downton Abbey’.
Butler Mr. Carson (Jim Carter) keert schielijk terug van zijn pensionering om Downton Abbey uit de brand te helpen wanneer zich koninklijk bezoek aandient, in ‘Downton Abbey’.

Televisieseries kunnen familie worden, vol mensen die je zo intensief leert kennen dat ze vertrouwder zijn dan je echte tantes en van wie je meer weet dan van je broer of zus. Is het eenmaal zover dan wil het publiek meer. En de makers ook. Ze willen een speelfilm.

Nu hebben tv-makers tegenwoordig beschikking over topkwaliteit, met alles erop en eraan: filmsterren, techniek en vergezichten. Én ze zijn niet gebonden aan de twee uurtjes die een speelfilm gemiddeld mag duren. Én hun publiek is sowieso veel omvangrijker. Dus waarom zouden ze?

Ja, waarom zouden ze. Omdat een speelfilm een soort eervolle vermelding is. Het bewijs van opperste populariteit, met fans die meer willen, nu de serie klaar is. En dus waren er speelfilms naar Sex and the City (twee zelfs), Gooische vrouwen. De speelfilm van Breaking Bad is in aantocht (voor de fans: de film draait om het personage Jesse Pinkman) en aan die van Game of Thrones schijnt gewerkt te worden.

De Downton Abbey-film is klaar, en de verwachtingen zijn hooggespannen. Want als er nou één serie is waar eigenlijk iederéén dol op was, dan deze. Zes seizoenen volgde de reeks het wel en het wee van de adellijke bewoners en het huispersoneel van het landgoed Downton Abbey en nu wordt de familiekroniek voortgezet op het grote bioscoopscherm. In 1927 – waar de serie ophield.

Het landhuis komt prachtig uit op bioscoopformaat. Met camera’s uitgeruste drones cirkelen rond de torens en muren van Highclere Castle, Downtons belangrijkste locatie die inmiddels zelf een toeristische attractie van wereldformaat is. Ook de interieurs zijn adembenemend mooi vastgelegd, met de statige vertrekken op hun weelderigst, waarbij ik meer dan ooit houd van de slaapkamers, waar een kamenier de enorme gordijnen opzij schuift opdat het warme ochtendlicht naar binnen stroomt. En ik val ook als een blok voor de splendeur van het tafelzilver, de largesse van het tafellinnen, de richesse van het tafelkristal (sorry voor al dit onzin-Frans, maar het dringt zich op, met dank aan director of photography Ben Smithard die álles uit de kast trok).

En vrees niet: iedereen is er en in de originele bezetting. Van de Earl of Grantham en zijn Amerikaanse vrouw Cora en hun dochters, tot kokkin Mrs. Patmore, Mrs. Hughes de huishoudster en Tom Branson, de chauffeur die omhoog trouwde, de familie in. Ja, we dachten dat de butler, Mr. Carson, met pensioen was – maar dat onderbreekt hij zodra de film goed en wel begonnen is. Uiteraard. Landgoed en speelfilm Downton Abbey kunnen niet zonder hem. Al snel stelt regisseur Michael Engler vast dat hij niet zal tornen aan de wetten van het genre zoals die werden neergelegd in de voorloper van Downton Abbey: de legendarische tv-serie Upstairs, downstairs (1971-1975). ‘Downstairs’ houdt van ‘upstairs’ en omgekeerd. Dat is het uitgangspunt.

Maar dan. Wat wordt het? In een speelfilm werken de verknoopte verhalen toe naar een grote finale. Een tv-serie heeft daar tijd noch asem voor, het tv-publiek rekent op snelle verwikkelingen die binnen het bestek van één à twee afleveringen zijn opgelost. Het is aan de scenarioschrijver om een verhaal te maken, met behoud van de piketpaaltjes die het publiek al kent, waar het van houdt en waar het op rekent.

Ik hoopte op een inzoomen op de douairière van Grantham, gespeeld door Maggie Smith. Hoe komt ze zo zuur en waar leerde ze om zo scherp uit de hoek te komen? Verslindt ze stiekem de aforismen van de Amerikaanse rebel Dorothy Parker? Parkers’ „What fresh hell is this?” had zo uit de mond kunnen rollen die het onsterfelijke „What is a weekend?” uitsprak. Maar van Maggie Smith wordt in de film niet geprofiteerd. Ze speelt een bijrol en haar aforismen blijven beperkt tot: „I never argue. I explain” – ik ga nooit in discussie, ik leg uit.

Films als The Remains of the Day en Gosford Park lieten zien dat het mogelijk is om de glans onder de kroonluchters te verstrengelen met de agressie in de keuken en uit te komen bij een verhaal dat de machtsverhoudingen analyseert terwijl de vele personages ook individueel kunnen ontbloeien.

Helaas. In de speelfilm Downton Abbey worden de personages net zo kort gehouden als in de tv-serie. Elk is behept met het bekende setje kenmerken en hebbelijkheden. Net als in de serie is iedereen om de beurt even de hoofdpersoon.

Wij, de fans, kennen onze plaats. We zien de Earl en zijn familie zoals de bedienden hen zien: vriendelijk en soms wreed. Dan protesteren wij niet. We zijn loyaal. Vervelend doen, het is hun goeie recht.

Als fans herkennen we direct de vijand: het verwaande huispersoneel van het koninklijk paar dat een nachtje neerstrijkt in Downton Abbey. Voor een speelfilm is dat dun ijs, ook omdat het de potentieel snijdende incidenten verdringt. Die worden telkens haastig opgelost, vóór ze kunnen leiden tot pijn, verdriet, onderdrukte verlangens of zelfs maar teleurstelling.

Is dit dan een slechte film? Och, dat valt best mee. Hij is gezellig, en goed te doen als je er niet meer in wilt zien dan de bedoeling is. Het verhaal is een versie van willekeurig welke aflevering van de tv-serie Downton Abbey. Het verlustigt zich aan de adel en hun gepruttel over afkomst en erfenissen. Het haalt zijn gif in de keuken, bij het huispersoneel. En het draait om de personages die Downtons idylle dreigen te verstoren. Downstairs is dat een dief. Upstairs is dat iemand zonder hart. Verschil moet er wezen.