Eén letter

geeft Nederlandse les aan expats. Afl. 3: Zak

De juriste sprak perfect Nederlands, met een zeer licht Duits accent. In de eerste tien minuten van ons intakegesprek had ik niet één fout kunnen ontdekken.

Dat is natuurlijk een beetje ongemakkelijk als de cursus al is geboekt en de intake alleen dient om een passend programma te kunnen schrijven.

„Dus u krijgt een serie van tien lessen. Is er iets waar u graag aandacht aan wilt besteden?”

„Nee.” Ze had nog niet geglimlacht sinds ze binnen was gekomen.

„Zijn er gebieden waarvan u denkt dat het nuttig is als we ze behandelen, zoals vakspecifiek vocabulaire of schrijfvaardigheid?”

„Wat u wilt”, zei ze. Nog steeds met strakke blik.

Ze werkte voor een prestigieus advocatenkantoor en dat leek me een behoorlijke prestatie als buitenlandse vrouw. Ze moest dus bovengemiddeld goed zijn en ze sprak bovengemiddeld goed Nederlands. Dat ze op cursus was gestuurd vond ze duidelijk niet een opsteker. Ze was boos. Ik moest erachter zien te komen waarom ze hier was.

„Hoeveel procent zou u zeggen dat u begrijpt van het Nederlands?”

„99 procent”, zei ze onmiddellijk.

Juist. „Ehm, waarom heeft uw werkgever u deze cursus aangeboden?” vroeg ik nu maar direct.

„Omdat ik één keer een fout heb gemaakt!” Haar ogen waren inmiddels verontwaardigd opengesperd – de eerste beweging in haar gezicht. „Één keer en ik moet op cursus!”

„Wat was de fout die u maakte?”

„Ik had een letter niet verstaan.” Ze vond dat afdoende maar ik vroeg verder: „Welke letter was dat?”

Ze haalde haar schouders op. „Mijn baas zei tegen me dat ik een contact moest afhouden, maar ik verstond abhouden. Als in abhauen” (afkappen).

„En toen?”

„Nou, ik heb het contact met de klant abgehauen.” Door de manier waarop ze haar medeklinkers afbeet, kon ik me iets voorstellen bij het onomkeerbare effect van dit gesprek met de klant.

„En uit dit voorval bleek volgens uw werkgever dat u een cursus kon gebruiken?”

„Nee”, zei ze, een tikkeltje onwillig, „er was nog een incident waarbij ik een letter niet goed had gebruikt. Één letter.” Ze zag dat ik ging doorvragen dus vertelde ze het maar meteen: „Ik kan niet goed het verschil horen tussen een lange en een korte ‘a’. Ik was op zoek naar het dossier van een klant en ging naar de secretaresse. Ik vroeg: ‘Is die zak er al?’ en de secretaresse fluisterde: „Ja, meneer is er al.”

Ik vond het de schuld van de secretaresse.

In verband met de privacy zijn herkenbare details veranderd