Opinie

De slechte jaren die de goede jaren blijken te zijn

Maxim Februari

De wijn was van een slecht jaar. Er zat een brief bij die daar trots op wees. Hoe slechter hoe beter. Soms word ik voor mijn werk met wijn betaald en ditmaal had ik het kennelijk getroffen, want zo slecht was het jaar echt nooit geweest en met doodsverachting hadden de druiven moeten proberen nog iets van zichzelf te maken. Het slechtste wijnjaar sinds mensenheugenis, schreef de begeleidende brief blij. Geniet ervan!

Er leeft in mij een stug puritanisme dat goed reageert op een slecht jaar. „Totaal verregende druiven” en „oude stokken”: het had allemaal de bijbelse allure van het lijden. Ik keek naar de fles die voor me op tafel stond en hoorde de echo van oude lofzangen op malaise. De volmaakte vreugde bestaat in het ondergaan van rampspoed, schreef een franciscaan in de Fioretti van Sint Franciscus aan het eind van de veertiende eeuw. „Boven alle gunsten en gaven van de Heilige Geest staat het verdragen van krenkingen, pijn, folteringen en smaad.”

Zo moest ik deze wijn wellicht zien. Ze hadden me ook wijn uit een topjaar kunnen geven, maar dan had ik de kans gemist iets vreselijks mee te maken. „De Heer weet wat goed voor ons is. De zwaarstbeproefden zijn hem het dierbaarst”, zei tante in De kleine Johannes van Frederik van Eeden. En de kleine Johannes concludeerde dat je niet om lekkers en zegeningen moest vragen, maar om beproevingen en ontberingen. Kortom, ik bofte maar met mijn wijn uit een flutjaar.

De brief ging verder. Ondanks de „totaal verregende druiven zonder enig potentieel” en de wijnstokken die waren „gemaltraiteerd door de natuur” had de wijnmaker besloten de wijn toch maar te bottelen. En raad eens wat? De wijn was geweldig. Hier kantelde mijn perspectief. Niet ik, maar de druiven en stokken hadden moeten lijden en ze waren er innerlijk door gegroeid. Beetje Nietzsche – „was mich nicht umbringt, macht mich stärker” – beetje hedendaags therapiejargon. De slechte jaren die uiteindelijk de goede jaren blijken te zijn.

Nu ging ik er eens goed voor zitten. De brief had gekozen voor een universele plot. De underdogplot. Ondanks tegenslagen toch tot bloei gekomen. Maar die plot ontwikkelde zich niet langs vaste lijnen en net als wijn had de tekst tonen en ondertonen. Je kon vanille proeven in de vreugde om de tijdloze poëzie van de wijn. Maar je proefde ook het bitter van sociale theorieën. Vele laatsten zullen de eersten zijn: dat arme jaar had op de weg naar de top de rijkere, vollere jaren toch maar mooi achter zich gelaten. Lekker puh.

De underdogplot had zo meteen al tal van betekenissen. De zin van tegenslag. Het belang van persoonlijke groei. De triomf van sociale rechtvaardigheid. En hoe langer je de tekst over je tong liet rollen, hoe meer tonen je kon ontdekken. Het lichte zuur van de maatschappijkritiek die zich uitte in de vergelijking van een goed wijnjaar met een Maserati op een snelweg. Er was iets mis met de grote jaren, dat proefde je meteen. Te rijk, te opvallend, te makkelijk tot welstand gekomen. Topdog en topwijn waren poseurs, ze deugden gewoon niet.

Ik dacht aan de lijst met religieuze opvattingen over tegenslag die ik af en toe tegenkom op een T-shirt. Het taoïsme met de sobere vaststelling Shit Happens altijd bovenaan. En dan daaronder het katholicisme (If Shit Happens, I Deserve It), het protestantisme (Shit Won’t Happen, If I Work Harder), het hindoeïsme (This Shit Happened Before) en al die andere. Deze fles wijn en de begeleidende brief brachten een blijdere boodschap. Tegenslag was hier de weg tot succes geworden. Shit Happened – en kijk eens wat een fantastisch resultaat dat voor ons product heeft opgeleverd.

Zo raakte ik vreemd bezwaard met mijn fles wijn, die aanvankelijk nog zo fijn de belofte van lijden in zich had gedragen. Ontberingen en beproevingen waren me beloofd, maar bij nader inzien had ik gewoon wijn van een topjaar gekregen. Hoe strenger je de woorden proefde, hoe eigenwijzer dat slechte jaar de winst voor zich opeiste.

Ik kreeg een lichte hekel aan mijn fles wijn. Als de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten, dan zijn de laatsten de laatsten weer, en zo ging het precies met deze fles wijn. Met zijn neerbuigende houding tegenover de supermarkt en zijn oproep tot sulfietschaamte werd hij eerst groot van kleinheid en toen klein van grootheid. En hoe langer ik erover nadacht, hoe meer ik verlangde naar de rampspoed van totaal verregende druiven.

En dus besloot ik maar de fles weg te leggen en net zo lang te wachten tot het slechte jaar geen goed jaar meer was, maar een slecht jaar, en de wijn weer klein van kleinheid werd. Ik liet me tenslotte niet op mijn kop zitten door de kapsones van een fles wijn.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.