De laatste woorden van de beroemdheden

Ewoud Sanders

Woordhoek

Een paar bekende citaten kennen we allemaal wel, maar het is lastig om ze juist te citeren. Zei Winston Churchill nou „I have nothing to offer but blood, tears and sweat”, of stond er ook nog toil (‘zwoegen’) in dit rijtje?

En is het eigenlijk wel nodig om iemand correct te citeren, of mag je beroemde citaten naar hartelust aanpassen? Churchill liet zich voor zijn zin, die oorspronkelijk inderdaad ook toil bevatte, in elk geval inspireren door een uitspraak van de Italiaanse vrijheidsstrijder Giuseppe Garibaldi: „Offro fame, sete, marce forzate, battaglie e morte” (‘Ik bied honger, dorst, geforceerde marsen, gevechten en dood’). Churchill deed zijn uitspraak op 13 mei 1940, Garibaldi op 2 juli 1849.

Dat Churchill niet de enige was die voortborduurde op beroemde woorden van anderen, blijkt uit het vorige week verschenen boek Wie zei dat? 500 historische oneliners van Paul Claes (uitgeverij VanTilt, 19,95 euro). Er bestaan veel citatenboeken, maar dit is een van de leukste die ik ooit heb gelezen.

Dat komt doordat Claes, een Vlaamse classicus en literair vertaler, heel nauwkeurig is en een mooie vorm heeft bedacht om de uitspraken te presenteren. De citaten zijn chronologisch gerangschikt, dus ze beginnen met een jaartal of met een datum. Daarna volgt een ‘situerende titel’ (het thema). Na de vertaling staat de oorspronkelijke versie van het citaat, gevolgd door informatie over de historische context ervan en over hoe oneliners ‘voortleven’ in bijvoorbeeld gedichten, romans, schilderijen en muziek.

Dat lijkt wat overdadig, maar Claes slaagt erin om al die boeiende feiten beknopt weer te geven, zodat je vanzelf blijft doorlezen. De meeste oneliners komen uit het Frans (163), gevolgd door het Engels (139), Latijn (101) en Duits (53). Met één citaat per taal bungelen Arabisch, Hebreeuws, Japans, Slowaaks en Pali onderaan de ranglijst. Dat citaat uit het Pali dateert van circa 400 v. Chr. en is van de Indische wijze Siddhartha Gautama. Hij zou hebben gezegd: „Alles, monniken, staat in vlam”, waarmee hij bedoelde dat onze zintuigen branden van hartstocht, haat en onzekerheid.

Met extra belangstelling las ik de vele ‘laatste woorden’ van beroemdheden. Daar zijn er vijftig van, van Socrates („Beste Crito, we zijn Asklepios een haan schuldig”) tot James Joyce („Begrijpt niemand het?”). Interessant is dat zelfs stervenden soms de neiging hebben anderen te parafraseren. Dat François Rabelais op zijn sterfbed zei: „Tirez le rideau. La farce est jouée.” (‘Schuif het gordijn dicht. De klucht is ten einde’) komt doordat hij wist dat de laatste woorden van de Romeinse keizer Augustus waren: „Acta est fabula. Plaudite” (‘Het stuk is uit. Applaudisseer’). Dit was de ‘eindclaus’ bij Romeinse toneelvoorstellingen, dus ook Augustus leende het citaat.

Thematisch begint Claes bij ‘De schepping van het licht’, met een oneliner die wordt toegeschreven aan de Schepper: „Er zij licht”. Hij besluit met een citaat van een ondergangsdenker: „Dag van woede, deze dag”. Dit citaat heeft geen datering, omdat Claes het thematisch heeft ingedeeld bij ‘Het einde van de wereld’, en dat moet nog komen. Wel schrijft hij dat volgens Maarten Luther de wereld zal vergaan in 2040 en volgens Isaac Newton in 2060. Overigens zijn al elf eerdere voorspellingen niet uitgekomen.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders