Brieven

Brieven

Alfa’s en bèta’s

Ingenieur aan het stuur

Beatrice de Graaf schrijft dat het onderscheid tussen alfa’s en bèta’s in het Engels niet goed gemaakt kan worden (De vakidioot en het volk, 7/9). Een Master of Science (MSc) is een bèta; een Master of Arts (MA) is een alfa. In ons kabinet met 24 ministers en staatssecretarissen is er één bèta (Wiebes is een Delfts ingenieur, maar een bedrijfskundige dus geen echte). In de Tweede Kamer zitten ook weinig bèta’s. En zij beslissen over klimaat- en energievraagstukken waarover ze weinig of geen eigen kennis hebben. Zouden we het wel aanvaardbaar vinden als 24 ingenieurs in de regering en nog eens 150 ingenieurs in de Tweede Kamer wetten en besluiten aannemen op het gebied van euthanasie, sociale voorzieningen, immigratie en geloof? Het wordt tijd dat er meer bèta’s in ons bestuursapparaat komen.

Aysel ErbudaK

Suggestief slot

Met verbazing las ik de laatste twee regels van het interview met Aysel Erbudak (‘Die schulden ga ik niet betalen’, 7/9): „Ze moet naar een afspraak, met haar zoon. In de grijze Porsche Panamera 4 van Visser rijdt ze weg, tegen het verkeer in”. Op zichzelf een objectieve observatie, maar ik vraag mij af wat de relevantie is van de laatste zin anders dan een suggestie. Wanneer zij met haar zoon in een Ford Focus was weggereden, en niet tegen het verkeer in, was dit dan ook de moeite van het vermelden waard geweest?

Zwarte schuur

Oek de Jong als Zeeuw

Recensent Thomas de Veen plaatst Oek de Jongs nieuwe roman Zwarte schuur (Wat er in de schuur gebeurde, bepaalde het hele leven, 6/9) in de context van diens eerdere romans, waaronder Pier en oceaan, en schrijft dat de hoofdpersoon van die roman „gedetermineerd werd door zijn jeugd, zijn tijd [...] namelijk de jaren vijftig in Zeeland.” Hoofdpersoon Abel Noorda verhuist pas in de loop van 1960 van Friesland naar Zeeland.

Brexit (1)

Lidstaten kiezen EP

Ian Buruma schrijft (Een ophitser uit de hoogste kringen, 7/9): „De lidstaten moeten accepteren dat er wetten worden gemaakt door mensen die niet direct in nationale verkiezingen gekozen zijn.” Dit is onjuist. De wetgevende bevoegdheid in de EU ligt bij het Europees Parlement en bij de Raad van Ministers. Europarlementsleden worden direct gekozen in de lidstaten en de ministers hebben dezelfde democratische legitimiteit als op nationaal niveau.


oud-EP-lid (D66)

Brexit (2)

De laatste bus

Zestig jaar geleden voerden de Britten onderhandelingen over een Vrijhandelsovereenkomst met de Europese Economische Gemeenschap, voorloper van de EU. Ze liepen steeds vast op technische problemen. Alfred Mozer, kabinetschef van Eurocommissaris Sicco Mansholt, adviseerde de Commissie om vast te blijven houden aan de EEG-principes, duidelijk te zijn en rustig af te wachten. Want, zo schreef hij, de Britten zijn realisten, maar ze leggen zich pas bij de feiten neer, als alle andere mogelijkheden zijn uitgeput. Dan komt het alsnog goed, zei hij; Londen heeft nog nooit de laatste bus gemist.

HJ Schoo-lezing

Selectief wederkerig

Wie de HJ Schoo-lezingvan minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) leest, struikelt over het woord ‘wederkerigheid’. Hij spreekt daarmee vooral migranten toe: goed je best doen, goed Nederlands leren, accepteer de scheiding van kerk en staat en omarm de gelijkwaardigheid van man en vrouw, hetero, homo, jood, christen, moslim. Conformeer je aan de democratische rechtsstaat, dan kun je rekenen op „onze wederkerigheid”. Maar als het op Europa aankomt, dan ziet Hoekstra het net wat anders. Hij wil „stáán voor een in Brussel gemaakte afspraak die voor Nederland [...] toegevoegde waarde heeft, of, als dat evident niet het geval is, die afspraak dan ook niet te maken.” Weg wederkerigheid. Want als het ‘ons’ niet uitkomt, is wederkerigheid natuurlijk erg lastig.