Zij slaapt slecht. Ik slaap slecht

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: Je dochter zien wegvliegen van haar jeugd op de vliegapp.
Illustratie Eliane Gerrits

De lange, hete zomer van 2019 staat in het teken van afscheid nemen. Onze jongste gaat het huis uit. Highschool met alle verhalen die erbij hoorden, de emoties, de hartsvriendinnen, de leraren, de examens. De hele kindertijd voorbij, voorgoed voorbij.

Dat afscheid nemen is wel vreemd. Alles wat vandaag nog gewoon is – je dochter in de middag in pyjama aan de keukentafel treffen, het geluid van de koelkastdeur midden in de nacht, gegiechel als een vriendin een jurk komt lenen – is er straks ineens niet meer. Hoe kun je je daar in hemelsnaam op voorbereiden?

Ook alle vrienden en vriendinnen van onze dochter verlaten de ouderlijke haard. Midden augustus begint de grote uittocht. De vertrouwde gezichten zwermen alle kanten van de Verenigde Staten op.

We zwaaien ze stuk voor stuk uit. Enthousiast of met een zwaar gemoed. Auto’s vol koffers, op de hoedenplank een op het laatst uit de kast getrokken wollen muts voor de aankomende herfst. Knuffels, tranen, beloftes om veel te bellen. Aan het eind van de dag bekijken we de verslagen op Instagram. Uitgetelde ouders, een kind dat er wat verloren bijzit in de nieuwe kamer. Samen met de roommate die „best wel aardig” blijkt. Nog een kus. Dag kind, dag onvergetelijke jeugd.

Onze dochter vertrekt als laatste. Ze gaat ook het verste weg. Naar Nederland. Ze had haar koffer al een week van tevoren klaargelegd. Deze trui of toch deze? Zal ik mijn lievelingsshampoo meenemen? Ze spreekt het op z’n Amerikaans uit als sjampoe met de nadruk op de ‘oe’. Ze slaapt slecht. Ik slaap slecht. We doen veel samen en zijn vaak chagrijnig.

Op de valreep kom ik met mijn overbekende waarschuwingen. In Nederland heeft rechts voorrang, anders dan hier, dus op elk kruispunt stoppen. En als het voetgangerslicht aftelt, dan betekent dat niet dat je nog tien seconden hebt om over te steken, zoals hier, maar dat je nog tien seconden moet wachten. „Mam, dat weet ik allemaal heus wel.”

Onderweg naar het vliegveld praten we over de dingen waarop ze zich verheugt. Beschuitjes. Artis. Fietsen. Een papieren agenda. We slepen haar overvolle koffer achter ons aan en lopen op het vliegveld veel te ver met haar mee. „Heeft u wel een instapkaart?” vraagt een man in uniform mij bestraffend. We mogen nog net even snel onze dochter een kus geven voor ze uit zicht verdwijnt.

’s Avonds wandelen we uitgeteld door het stadje. We staan stil om op de vliegapp te kijken. Ze zweeft ergens boven de Atlantische Oceaan. Zou ze mooie dromen hebben van wat gaat komen? Of bezorgd de nacht in turen? Ook hier in Princeton arriveert een nieuwe lichting studenten. Ouders zeulen met koffers en verhuisdozen op een van de laatste warme dagen van het jaar. Met een kaart in de hand is een hevig zwetende vader op zoek naar de dorm van zijn dochter, die op witte gympen achter hem aan loopt. Terwijl we hem de weg wijzen, kijkt het dunne meisje gespannen op haar telefoon.

Welcome class of 2023 staat op een wimpel die onzeker wappert in de avondbries.

Reacties naar pdejong@ias.edu