‘Vergeet niet dat je straks agressietraining hebt’

Grunberg in een gesloten jeugdinrichting 8 Schrijver Arnon Grunberg leeft veertien dagen dag en nacht in de gesloten jeugdinstelling De Koppeling in Amsterdam. Hij schrijft elke dag over het leven daar. Deel 8: Vaseline

Begeleider Sergio is jarig. De kinderen komen hem een hand geven. Jayden draagt een witte sweater waarop „Fred Perry” staat.

„Wie is Fred Perry?” vraagt Sergio.

Jayden (15) haalt zijn schouders op. „Geen idee, ik heb de trui gekocht, omdat die duur was, maar ik vond de stof ook mooi.”

De school begint. We zitten vandaag met zijn vieren in een klas. Juf Dulci praat met ons over onze toekomst. Dan komt de jongen met de haarborstel binnen uit groep Ghandi, hij gaat zitten, kijkt verstoord om zich heen en verdwijnt weer om meteen daarna terug te komen.

„We hebben een afspraak,” zegt juf Dulci, „geen petten in de klas.”

De jongen wijst op Jayden. „Hij draagt een bivakmuts.”

„Misschien zijn met hem andere afspraken gemaakt.”

„Kijk niet naar me,” roept de jongen met de haarborstel tegen Jayden, „ik ga je beuken.”

Omdat de haarborsteljongen zijn pet niet afzet wordt support gebeld, een stevig gebouwde man gaat een ommetje maken met de jongen. Intussen gaat de les verder. Madelon (16) verklaart: „Mijn mentor is een hoertje.”

Er volgt een discussie over de vraag of mentoren „hoertje” genoemd mogen worden, die is amper voorbij of de haarborsteljongen is terug. Zonder pet maar met hoofddoek.

„Je hebt mij genaaid,” zegt hij tegen de juf, „ik moet mijn vaseline hebben.”

Ik vraag niet waarom de haarborsteljongen verlegen zit om vaseline, Juf Dulci zegt: „Vergeet niet dat je straks agressietraining hebt.”

Het vooruitzicht van agressietraining veroorzaakt spanning bij de haarborsteljongen. „Moet ik je helemaal verrot slaan?” vraagt hij aan juf Dulci.

Shaneyney (17) is muisstil, alleen als de juf vraagt wat ze wil worden antwoordt ze: „Chirurg.”

Buiten kom ik een medewerkster tegen van groep Pink, de meidengroep, voornamelijk slachtoffers van loverboys, die naar de binnenstad is verplaatst.

„Je zou bij ons moeten kijken,” zegt ze. „Als een gaat snijden [in zichzelf] doen ze het allemaal. Vaak als ze naast je zitten om je uit te testen. Jongens doen dat niet, alleen meisjes. Soms ben ik melig en neem ik de telefoon op met ‘blij dat ik snij.’”

Het rustpunt in de middag. We worden een halfuurtje opgesloten in onze kamer. Ik heb zin mijn vuist tegen het raam kapot te slaan. Een gesloten jeugdinstelling gaat meer onder je huid zitten dan Irak en Afghanistan.

Omdat mijn handen me te lief zijn werp ik me op het bed en kan niet stoppen met huilen.

Wordt vervolgd