Opinie

Het Wildersproces en onze politieke cultuur

Tom-Jan Meeus

Zijn er via RTL Nieuws wéér stukken met ambtelijke opvattingen over Wilders’ vervolging opgedoken. Het houdt maar niet op. En je voelt aankomen waar dit eindigt: de schade voor het ministerie van Justitie en Veiligheid zal groter zijn dan voor Wilders.

Nu kennen we op dit departement al sinds de IRT-affaire (1994) de cyclus van ontkenningen, halve waarheden, spijtbetuigingen en vertrekkende bewindslieden, dus de vraag is wat het zegt over onze politieke cultuur dat we op dit nu al 25 jaar moeten aanzien.

Aan 'veranderprojecten', 'verbetertrajecten' en andere managementoplossingen heeft het ministerie al jaren geen gebrek. Het werkt alleen niet, en wie daarover verrast is, heeft slecht opgelet.

In 2010 is op aandringen van de VVD de fout gemaakt een al zwak opererend ministerie het beheer van 60.000 man politie erbij te geven. Elke wethouder weet: als de baas van de vuilnisdienst zijn vuilnismannen niet onder controle krijgt, kun je hem beter niet ook het beheer van de plantsoenendienst geven. Maar Den Haag deed het gewoon. Sindsdien blijkt keer op keer dat het ministerie niet is aan te sturen. En zo eindigen al die affaires met dezelfde holle hoop: dat het vertrek van bewindslieden of topambtenaren iets oplost.

Voor Wilders is dit niettemin een zure zaak. Als zou blijken dat zijn vervolging in 2014 inderdaad een politiek project was – bewijs van persoonlijke bemoeienis van toenmalig minister Opstelten is er (nog?) niet – heeft hij alle recht zich te beklagen.

Evengoed is hij onderdeel van de politieke cultuur. Zo ging hij in de formatie van 2010, als kandidaat-gedoogpartner van Rutte I, zelf akkoord met de vorming van het onbestuurbaar gebleken Justitie en Veiligheid. En wat belangrijker is: na zijn gelaakte ‘minder minder’-uitspraken op 19 maart 2014, beloofde hij: „Dan gaan we dat regelen.” Dus maandag keek ik even in de ‘parlementaire monitor’, een databank met alle Kamerstukken, op alle vermeldingen van ‘minder Marokkanen’ de laatste vijf jaar. En zie: nooit heeft de PVV-voorman een wet, amendement of motie ingediend om het parlement te bewegen zijn opvatting over te nemen.

Niet alleen heeft hij nooit ‘geregeld’ dat er minder Marokkanen kwamen: hij heeft het niet eens geprobéérd.

Sta hier even bij stil. Vijf jaar bediscussiëren we nu zijn minder Marokkanen-uitspraken. Bijna vijf jaar wordt hij ervoor vervolgd. Maar dat het alleen een praatje was, een pose, dat hij nooit feitelijk heeft geprobeerd zijn belofte te realiseren – daar hebben we het nooit over gehad. Ik vermoed dat ook dit best veel zegt over de politieke cultuur.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.