Het pond daalt sinds de Britten voor Brexit kozen

Deze rubriek belicht beursontwikkelingen die in de belangstelling staan. Deze keer: het pond.

Had het pond het voor het zeggen, dan was Boris Johnson waarschijnlijk geen premier geweest van het Verenigd Koninkrijk. De valuta en de Britse regeringsleider zijn niet bepaald vrienden. In juli kozen de leden van de Conservatieve Partij Johnson als premier en de munt begon direct te dalen. En bij elke nederlaag die hij vorige week leed in het parlement (het Lagerhuis blokkeerde zowel een No Deal-Brexit als vervroegde verkiezingen) steeg de munt met sadistisch genoegen.

„De meest voor de hand liggende reden dat het pond reageert zoals het doet”, zegt Ranko Berich, hoofdanalist bij financiële dienstverleningsgroep Monex Europe, „is de angst voor een No Deal-Brexit.” Teken het maar uit. Toen het parlement eind maart voor de derde keer de overeenkomst wegstemde die voormalig premier Theresa May met de Europese Unie had onderhandeld? Daling van het pond. Toen May in mei aftrad? Daling van het pond. Toen Boris Johnson premier werd, en riep dat het Verenigd Koninkrijk met of zonder deal in oktober de EU verlaat? Daling. Nu het parlement zo’n uittreden blokkeert? Stijging.

„Geen deal zou de economie van het VK verstoren”, zegt Berich. „Met mogelijk zelfs een recessie tot gevolg. Het bedrijfsleven stelt belangrijke beslissingen uit omdat het niet weet waar het aan toe is. Investeringen nemen al vier tot vijf kwartalen af.”

De angst voor een uittreden zonder een overeenkomst met de EU zit inmiddels heel diep in de markt, ziet Berich, en reflecteert de krankzinnige situatie van de Britse politiek. Het is als handelaar nauwelijks bij te houden. „Elk miniem detail is van extreem belang voor de pondprijs, hoe onbelangrijk het nieuws ook is.” Voorbeeld: de Duitse bondskanselier Angela Merkel zei in augustus terloops dat de EU aan „praktische oplossingen” moet denken als het op de Brexit aankomt en, hup, het pond schoot de lucht in. Berich van Monex lacht. „Het pond drijft nu puur op politiek. Macro-economische data is nauwelijks nog van belang.”

Een einde aan de gespleten situatie is voorlopig niet in zicht. In het VK houden analisten rekening met de mogelijkheid dat er alsnog verkiezingen komen. Dan begint een heel nieuw hoofdstuk voor het pond: als Johnson zijn positie verstevigt, komt alweer een dealloos uittreden dichterbij.

Wat moet je als belegger nou in hemelsnaam met deze gekmakende onzekerheid? Veel handelaren blijven weg van de Britse markt, ziet Patrick Moonen van NN Investment Partners. „Wij zijn sinds begin dit jaar terughoudender als het aankomt op de Britse markt. Precies door die grote onzekerheid. Dat drukt niet alleen op het vertrouwen van beleggers, maar ook op dat van consumenten en ondernemers – en kan dus een grotere negatieve invloed hebben op de economie.”

Toch is er één zekerheid vanaf het moment dat de Britten in de zomer van 2016 voor de Brexit kozen: dat het pond daalt, een incidentele stijging uitgezonderd. Sinds vlak voor het referendum nam de waarde af met ruim 15 procent. Dat is paradoxaal genoeg gunstig voor de Britse FTSE-index. De meerderheid van de in Londen genoteerde bedrijven verdient haar geld overzee, in andere valuta. Is het pond zwak, dan zijn de opbrengsten van deze bedrijven meer waard als ze die omzetten in de Britse munt. Het gevolg: de FTSE stijgt.

„Wat ik nog wil benadrukken”, zegt Berich van Monex, „is dat het ook nog positief kan uitpakken. Als er een nieuwe premier komt die een deal door het parlement loodst, dan worden de uitgestelde investeringen gedaan en zal de economie aantrekken. Je zult dan een opluchtingsrally zien van het pond.”

Oftewel, voorlopig is alles vooral nog onzeker.