Eric Eljon: ‘Onbegrijpelijk dat ik om een roman ontslagen ben’

Eric Eljon Voor het eerst reageert Eljon op zijn ontslag bij het Commissariaat voor de Media. Het nieuws over de puinhoop bij de mediatoezichthouder heeft hij als „gerechtigheid ervaren”.

‘We schreven het voor onszelf. Met zelfrelativering en humor. Een onschuldig boek.” Vier jaar heeft Eric Eljon aan zijn sleutelroman Dwergwerpen gewerkt. Hij beschrijft op melige wijze de loopbaan van journalist ‘Monique’, in een mediawereld waar drank, opportunisme en inhaligheid regeren. Als oud-omroepman en tot voor kort toezichthouder op de media, kon Eljon putten uit jarenlange ervaring. De ondertitel? ‘Gegarandeerd niet-literair’.

In tegenstelling tot de lichtzinnigheid die zijn boek ademt, zegt Eljon nu, was dat een zorgvuldig en toegewijd proces. Iedere maandag zat hij met co-auteur Bart in ’t Hout achter één pc. Eljon, die meestal typte, heeft „de stijl bewaakt”. Qua drankgebruik ging het er dan „aanmerkelijk soberder” aan toe dan in het boek. Eljon: „We hadden steeds voor ogen: we willen niemand beschadigen. Niemand wordt aangevallen. We wilden een portret van de omroepwereld in de tijd dat wij er zelf als maker rondliepen.”

Chocolaatjes

Eljon kreeg op 1 augustus zijn ontslagbrief. Minister Slob (Media, CU) schrijft: „Na zorgvuldig onderzoek ben ik tot de conclusie gekomen dat de heer Eljon niet meer kan functioneren als lid van het Commissariaat voor de Media.” Eljon probeert rustig te formuleren. „Hoe kan de minister van een zorgvuldig onderzoek spreken, terwijl NRC schrijft dat bij het Commissariaat veel meer speelt?”

In zijn huis in Hilversum, op nog geen kwartier lopen van het Mediapark, heeft Eljon een schaaltje chocolaatjes klaargezet. Al sinds 9 april zit hij thuis. Eljon, die doorgaans graag de humor van dingen in wil zien: „Dit waren niet de vijf leukste maanden van mijn leven.” Daags na de boekpresentatie kwam het tot een vertrouwensbreuk met zijn twee collega’s in de leiding. Voor het eerst vertelt hij over de gebeurtenissen bij het Commissariaat.

Deze zomer onthulde NRC de grote interne problemen bij het Commissariaat, de toezichthouder die controleert of omroepen zich houden aan de Mediawet, of zij onafhankelijk zijn en de Rijksbijdrage rechtmatig besteden. Van de vijftig medewerkers vertrekt jaarlijks gemiddeld 20 procent. Er is onderling wantrouwen, medewerkers voelen zich onveilig en gefrustreerd. Mensen worden gekleineerd in vergaderingen, hun werk genegeerd. Wat ze afleveren is nooit goed genoeg. De besluitvorming is traag, er worden veel externe krachten ingehuurd. Maar niet alleen het arbeidsklimaat is problematisch. Ook hebben leidinggevenden nevenfuncties die op gespannen voet staan met hun werk als toezichthouder. Zo is collegelid Jan Buné voorzitter van de boekhoudcommissie van de Russische Mail.Ru Group, een internetbedrijf dat in verband wordt gebracht met censuur. Daarvan is nooit melding gemaakt bij het ministerie.

Lees ook: Dubbelrollen en argwaan aan de rand van het Mediapark

Buné verzweeg bij zijn herbenoeming in 2018 voor de minister een berisping door de tuchtrechter wegens „onzorgvuldig en ondeskundig” handelen als accountant. Hij is het enig overgebleven collegelid nadat voorzitter Madeleine de Cock Buning op 1 juli vertrok. Haar benoemingstermijn liep af.

Gerechtigheid

Eljon is niet geschrokken van de berichtgeving, zegt hij. Hij wist van een aantal interne problemen, zegt hij, net zoals zijn medebestuursleden daarvan wisten. „Ik ben er dubbel over.” Hij betreurt de negatieve publiciteit. Tegelijkertijd voelde hij blijheid: „Het nieuws dat er echt meer aan de hand is dan één niet-functionerende commissaris, heb ik als een vorm van gerechtigheid ervaren.”

Maar eerst dat boek. Het idee was nooit: dit moet in de winkel, zegt Eljon. Alleen, toen het af was, en ze het bekenden lieten lezen was hun reflex: waarom geef je het niet uit? Eljon: „We hebben tegen elkaar gezegd: kan ik dat wel doen? Zeker vanuit mijn rol. Toen heb ik in maart 2017 de voorzitter van het Commissariaat gevraagd: wil jij het lezen, is dit ‘uitgeef-fähig’?” Daarom, vertelt Eljon, zag hij de problemen niet aankomen. Terwijl de voorzitter hem nog een uitgever had gesuggereerd, zegt hij, bleek het epistel, waaraan overigens nog een scherpe proloog was toegevoegd, ineens toch op bezwaren te stuiten – in de week dat het boek de handel in ging.

Slob concludeert in zijn brief dat Eljon niet meer gezaghebbend toezicht kan houden. Maar ook, en dat is de tweede grond voor zijn ontslag, dat Eljon „niet functioneert”. En hier wordt het helemaal vervelend, vindt hij. „Er zouden spanningen zijn geweest binnen het college, en ik zou me tegen medewerkers te scherp hebben uitgedrukt. Maar dat wordt op geen enkele manier onderbouwd. Er is geen enkel dossier.”

Nee, Eljon schuwt de confrontatie niet. Hij kan zeggen waar het op staat, zegt hij, maar waaruit bleek dan dat disfunctioneren? „In een organisatie waar zo ongeveer alles op papier wordt gezet, zou je op zijn minst een mailtje moeten hebben waaruit problemen blijken. Maar er is niks. Niets. Nul. Het enige dossier dat er is, is achteraf opgesteld.” Eljon heeft nooit een functioneringsgesprek gehad in de acht jaar dat hij er werkte. In 2016, toen zijn termijn afliep, werd hij zonder problemen door de minister voor vijf jaar herbenoemd.

Eljon denkt dat hij geslachtofferd is. Bij het ministerie groeide de onvrede over de prestaties van de toezichthouder. Het hoge personeelsverloop en een kritische analyse van adviesbureau PwC liet begin dit jaar de spanning intern oplopen.

Zijn collega’s „hebben dat boek aangegrepen om de verantwoordelijkheid voor de echte problemen bij mij neer te leggen. En in Den Haag dachten ze: dat is wel een handige oplossing, er ligt natuurlijk wel een kritisch rapport. Dan is het makkelijk om in de Kamer te kunnen zeggen, luister: ik heb het uitgezocht, er was één iemand die al deze ellende heeft veroorzaakt, en die heb ik ontslagen.”

Eljon gaat tegen zijn ontslag in bezwaar, hij wil terugkeren bij de toezichthouder. Hij wijt de problemen aan de controledrift van de net vertrokken voorzitter De Cock Buning. „Ik vond dat we de medewerkers meer ruimte en verantwoordelijkheid moesten geven. Dat we als college meer op afstand moesten blijven.” In plaats daarvan leidde het gebrek aan vertrouwen tot rapporten die eindeloos heen en weer gingen, zegt Eljon.

Aardig tegen iedereen

Volgens Eljon was de voorzitter altijd aardig, maar tegelijk kritisch op de centimeter. Die kritiek liet ze volgens Eljon altijd door anderen overbrengen. „Natuurlijk heb ik daar wat van gezegd. ‘Je verliest zo je geloofwaardigheid’, zei ik. Madeleine de Cock Buning is heel ambitieus en was ontzettend bezorgd over haar reputatie, en zag in alles een risico. Voor een jurist een goede eigenschap, maar voor een bestuurder is dat zwak. Achteraf had ik eerder moeten zeggen: hier zit een voorzitter die niet goed functioneert, dat heb ik nooit gedaan. Ik had me harder moeten opstellen om verandering af te dwingen.”

Maar tot meer dan gesprekken kwam het niet. Sterker: de drie bestuursleden hebben er veel aan gedaan om problemen binnenskamers te houden. Het PwC-onderzoek kwalificeert Eljon nu als „vervelend en uitermate kritisch”, maar in het laatste jaarverslag werden diezelfde uitkomsten juist positief genoemd. De strekking: de toezichthouder doet het goed.

Waarom werkte Eljon daaraan mee? Waarom greep hij niet in wanneer besluitvorming ineens werd teruggedraaid? Waarom deed Eljon niets toen bleek dat de organisatie in rap tempo leegliep?

Hij antwoordt dat hij „goede hoop” had dat PwC tot verandering zou leiden. Hij wijst naar zijn medebestuurders. „Uiteindelijk was Madeleine de voorzitter. Zij bepaalde de agenda.” Zelf opstappen heeft hij nooit overwogen. „Dat had niets opgelost.” De Cock Buning en Buné laten beide weten zich niet in de „gezichtspunten” van Eljon te herkennen. Minister Slob grijpt nu in bij het Commissariaat. Hij wil meer inzicht en een betere beoordeling van nevenfuncties; en betere informatievoorziening door de toezichthouder.

Ondertussen wordt al maanden gezocht naar een nieuwe voorzitter. Eljon windt zich op over de procedure. In februari is een onafhankelijke commissie benoemd, onder leiding van SER-voorzitter Mariëtte Hamer. Maar nu blijkt dat eind 2018 een privé-etentje plaatsvond waarbij niet alleen de onlangs vertrokken voorzitter van het Commissariaat aanwezig was, maar ook Hamer én de secretaris-generaal van het ministerie van OCW. „Dat wekt de schijn van belangenverstrengeling. Wie zegt mij dat hier geen afspraken zijn gemaakt over de benoemingsprocedure? Waarom zat de hoogste ambtenaar daarbij?”, vraagt Eljon. „Dit lijkt me een vraag voor de minister.”

Slob antwoordt dat het diner „een netwerkbijeenkomst van vrouwen op topfuncties” was. „Hierbij waren circa tien vrouwen aanwezig. Naar ik begrepen heb is de opvolging van de voorzitter van het Commissariaat in deze bijeenkomst geheel niet aan de orde geweest.”

Van de berisping van Buné hoorde Eljon pas achteraf, nadat zijn collega herbenoemd was, zegt Eljon. „Ik heb daar als commissaris niets van te vinden. Dat is aan de minister.” Buné’s nevenfunctie bij Mail.Ru maakt Eljon boos. „Mij is nooit gemeld dat het gaat om een mediabedrijf. Een bedrijf dat ook gaat over het verzamelen van data, dat samenwerkt met de Russische overheid. Ik vind dat Buné dat zeker had moeten melden toen wij met karteltoezichthouder ACM een rapport schreven over fakenieuws.”

Dat rapport verliest met terugwerkende kracht aan geloofwaardigheid, zegt hij. „Hoe kun je nou toezicht op de Nederlandse media laten houden door iemand die op de payroll staat van een ...”. Eljon zoekt naar woorden. Van een ‘marionet van Poetin’, zoals columnist Marianne Zwagerman hem noemde? „Ik vind het onbegrijpelijk dat ik ontslagen ben om een roman, maar dat iemand die én een berisping verzwijgt en deze nevenfunctie erop nahoudt, gewoon kan blijven.”