Een meetlocatie in het Groningse Zeerijp waar de bodemdaling door de gaswinning wordt gemeten.

Foto: Remko de Waal / ANP

‘Geen protocol? Stop maar met die gaswinning’

Interview mijnbouwschade Gedeputeerden Gert Harm ten Bolscher en Tjisse Stelpstra van Overijssel en Drenthe zijn het „spuugzat”. Weer dreigt vertraging voor uniforme afhandeling van schade van gas- en zoutwinning. „Ze bekijken het maar in Den Haag.”

Komend jaar ligt er een schadeprotocol voor alle mijnbouwactiviteiten in Nederland, verwacht minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD). Of schade is ontstaan door winning van gas of zout, maakt dan niet meer uit.

Maar gedeputeerden van Overijssel en Drenthe betwijfelen dat. Na jarenlang overleg zijn ze wel klaar met de „geruststellende woorden” en talloze „beloftes” uit het ministerie.

Nederland heeft naast het Groninger gasveld nog zo’n 150 kleinere gasvelden, op land en in de Noordzee. Verder is er op diverse plekken olie- en zoutwinning. Plannen zijn in de maak voor geothermie (aardwarmte) en ondergrondse gasopslag.

Al die activiteiten brengen risico’s met zich mee. Emmen en Zuidlaren kenden bevingen met een kracht van respectievelijk 2.3 en 2.4 in 2015 en 2016, door gaswinning uit kleine velden. Gevolg: vijfhonderd meldingen van schade aan huizen. Die zijn goed afgehandeld, maar volgens gedeputeerden Gert Harm ten Bolscher (Overijssel, SGP) en Tjisse Stelpstra (Drenthe, ChristenUnie) biedt dat geen garantie voor de toekomst.

De onafhankelijke Technische commissie bodembeweging (Tcbb) schreef op verzoek van minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) een advies over afhandeling van schade door mijnbouw en gaswinning. Dat kreeg instemming van gemeenten en provincies. Maar nu het advies er is, haalt minister Wiebes „cruciale zekerheidsfactoren” uit het beoogde protocol, aldus de gedeputeerden. Een herhaling van gemaakte fouten in Groningen dreigt, zeggen ze. Donderdag wordt er in de Tweede Kamer over gesproken.

Waarom is een landelijk protocol voor mijnbouwschade nodig?

Ten Bolscher: „We willen een uniforme schaderegeling voor iedereen, zodat er geen afzonderlijke regelingen zijn voor schade door mijnbouw. Iemand die tussen een gasveld en een zoutmijn woont, moet niet heen en weer geslingerd worden tussen verschillende schadeloketten. Maak één systeem, met één loket en een eenduidige afhandeling.”

Stelpstra: „Het ministerie, de regionale overheden en de bewoners willen het. Alleen wachten we inmiddels al drie jaar op een protocol. Ondertussen gaan de boringen door, raakt de bevolking ongerust en is er veel weerstand.”

Als iedereen een protocol wil, waarom duurt het dan zo lang?

Stelpstra: „Alleen de minister of de exploitatiemaatschappijen kunnen het oneens zijn met het beoogde protocol. Van de minister kan ik het me niet voorstellen, want hij belooft zo’n protocol al heel lang. En van de exploitatiemaatschappijen kan ik het me ook niet voorstellen, want die zeggen dat het risico op bevingen heel klein is. Dus dan kunnen zij ook niet moeilijk doen over een protocol. Ik ben het wachten en veranderen van het protocol spuugzat.”

Welke beoogde aanpassing van de minister stuit jullie het meest tegen de borst?

Ten Bolscher: „Volgens het advies moet er een onafhankelijke commissie komen die bindend advies geeft over de opgelopen schade. Een deskundige die objectief oordeelt over de schade en de uitbetaling ervan.”

Lees ook: Hoge Raad: ook staat is aansprakelijk voor Groningse schade

Stelpstra: „Nu wil de minister dat advies niet bindend meer laten zijn. Dan bouw je een heel juridisch traject in, waarbij bewoners naar de rechter moeten en de exploitatiemaatschappij continu in beroep kan gaan. Jaar na jaar, tien advocaten tegenover één burger. We willen de inwoners ontzorgen, maar dit is opzorging.”

Daarnaast geeft minister Wiebes in zijn reactie op het advies, de zogeheten appreciatie, aan dat hij de uitbetaling van schades alsnog via de exploitatiemaatschappijen wil laten verlopen. Ook komt de bewijslast van schade bij de burger te liggen. Die moet dus aantonen dat er een causaal verband is tussen de schade en mijnbouwactiviteiten.

Ten Bolscher: „Hiermee creëert de minister eenzelfde situatie als in Groningen, waarvan hij zei die zo onwenselijk te vinden.”

Stelpstra: „In Groningen werd protocol over protocol gerold, instantie over instantie. Dat werd een complete chaos, zag ik als buitenstaander. De minister is daar door schade en schande wijs geworden – alleen houdt die wijsheid nu op bij de grens van Groningen.”

Wat zijn de consequenties als de minister niet inbindt?

Stelpstra: „Zo langzamerhand voel ik mij in de positie gedreven om te zeggen: stop maar met die gaswinning zolang er geen schadeprotocol is. Ik heb het wel gehad.”

Maar dat bepaalt de provincie niet.

Stelpstra: „Nee, dat klopt.”

Ten Bolscher: „Maar de onvrede komt wel bij ons terecht.”

Stelpstra: „Ik wil geloofwaardig overkomen. Je moet als rijksoverheid niet willen dat je niet meer als één overheid optreedt. Dat ik in de positie gedwongen wordt dingen te moeten doen, die ik helemaal niet wil doen. Ik ga het niet uitleggen aan de inwoners dat het nu nog langer duurt. Den Haag bekijkt het maar.”