Economie groeit, verschillen blijven

SCP-rapport Het gaat ongeveer net zo goed met Nederland als in 2008, schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau. Van een opleving merken veel mensen weinig.

Een vrijwilliger verpakt een voedselpakket in het distributiecentrum van de Voedselbank.
Een vrijwilliger verpakt een voedselpakket in het distributiecentrum van de Voedselbank. Foto ANP / Sem van der Wal

Het gaat goed met veel Nederlanders, de kwaliteit van hun leven is hoog, maar van de economische opleving van de afgelopen jaren merken ze nog weinig.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft een week voor Prinsjesdag een ontnuchterende boodschap voor het kabinet. „Vooralsnog zien we dat de groeiende economie nog niet tot een verbetering in de kwaliteit van leven geleid heeft en mensen ook niet ervaren dat het beter gaat,” schrijft het SCP in De sociale staat van Nederland.

Volgens het SCP is de economische groei van de afgelopen jaren meer bij bedrijven dan bij burgers terechtgekomen. Het kabinet-Rutte III krijgt niet voor elkaar wat het in het Regeerakkoord bijna twee jaar geleden opschreef: „Nederland moet niet alleen vooruit gaan in de statistieken, Nederlanders moeten dat ook zelf ervaren”.

Herstel, geen vooruitgang

Elk jaar onderzoekt het SCP hoe het gaat met verschillende groepen Nederlanders op het gebied van werk, inkomen, gezondheid, veiligheid, welbevinden en hoe ze wonen. In deze editie van De sociale staat keek het SCP naar het decennium 2008-2018, direct na de financiële crisis. Dat waren roerige jaren, constateert het planbureau. Economisch ging het lang slecht. Tegelijk voerden kabinetten veel veranderingen en bezuinigingen door in het sociale vangnet, bijvoorbeeld in de sociale werkplaatsen, de jeugdzorg, verzorgings- en verpleeghuizen, de thuiszorg en wijkverpleging.

Lees ook: Als de tanden van de driejarige Sara beginnen te rotten

Het SCP merkt op dat in de eerste jaren na 2008 de kwaliteit van leven nog steeg. Bedrijven en de overheid namen de klap van de crisis voor hun rekening: winsten daalden en het begrotingstekort steeg. Na 2010 voelden burgers de crisis: mensen raakten werkloos en de koopkracht daalde.

Vanaf 2013 verslechterde de leefsituatie niet verder, maar een verbetering kwam er ook niet. „We zijn eindelijk hersteld van de crisis, maar er is nog geen vooruitgang geboekt”, zegt SCP-directeur Kim Putters. „De vooruitgang in onze kwaliteit van leven vond plaats voor 2008.”

Het inkomen dat alle huishoudens overhouden, steeg de laatste jaren minder hard dan de economische groei. Als het SCP rekening houdt met het feit dat het aantal eenpersoonshuishoudens toenam, daalde het reële netto beschikbaar inkomen per huishouden zelfs met 1,2 procent tussen 2008 en 2018. De consumptie daalde in die jaren nog sterker. Het is een gebruikelijk patroon dat bedrijven en de overheid economisch herstel eerder voelen dan burgers, in de vorm van stijgende winsten en dalende begrotingstekorten. Maar het duurt nu wel erg lang voordat de opleving burgers bereikt, schrijft het SCP.

Putters: „Dat het herstel zo lang duurt, zegt iets over de ernst en de diepte van de crisis, maar ook over het beleid dat kabinetten na de crisis hebben gevoerd. Economen roepen niet voor niets al jaren dat het kabinet moet investeren.”

Alles opgeteld gaat het met Nederlanders in 2018 even goed als tien jaar eerder. Dat geldt voor hoe het feitelijk met mensen gaat maar ook voor de tevredenheid onder Nederlanders. Gemiddeld geven ze hun leven een 7,8.

Burgers merken nog weinig van opleving

Het SCP constateert dat er ook terreinen zijn waar het wel beter gaat. De criminaliteit daalde, de levensverwachting nam toe, het opleidingsniveau steeg. Ook zijn 65-plussers beter af, ook al ervaren ze dat zelf niet altijd zo. De stemming is beter dan in veel andere Europese landen. Het vertrouwen in de politiek is relatief hoog.

Maar er zijn ook hardnekkige verschillen, met name tussen mensen met een hoge en een lagere opleiding, en met een hoog en een laag inkomen. „Als je naar de hele bevolking kijkt zie je een stabiel tevreden beeld, maar daaronder gebeurt er van alles”, zegt onderzoeker Annemarie Wennekers.

Groep ontevreden burgers groeit

Zo groeit de groep mensen die ontevreden is. In 2008 gaf 3,6 procent van de 18-plussers hun leven een 5 of lager. In 2018 nam dat aandeel toe naar 5,7 procent. Het gemiddelde cijfer dat Nederlanders hun leven geven blijft hoog doordat de groep mensen, die het leven een 9 of 10 geeft, ook groeide.

Niet iedereen die ontevreden is, is feitelijk slecht af. Opvallend genoeg steeg de ontevredenheid van mensen met een middeninkomen. Het SCP kan niet goed verklaren waarom. Het kan te maken hebben met het achterblijven van het netto-inkomen zegt Annemarie Wennekers. „Het kan ook komen doordat mensen onzekerder zijn over de toekomst, of door de toegenomen druk die mensen ervaren.” Zo neemt het aantal mensen met een burn-out de laatste jaren toe. Wennekers: „Er wordt tegenwoordig veel van mensen verwacht, bijvoorbeeld dat ze de zorg voor naasten op zich nemen. Taken van de overheid zijn naar burgers overgegaan.”

De groep mensen die het feitelijk slecht hebben en ontevreden zijn, is de afgelopen tien jaar stabiel gebleven. Het gaat om ongeveer 400.000 mensen, 3 procent van de bevolking van 18 jaar en ouder. De mensen in deze groep hebben vaak een lage opleiding en weinig inkomen. Ze voelen dat ze weinig regie over hun leven hebben en ze zijn pessimistisch over hun mogelijkheden. De kabinetten- Rutte II en III wilden de verschillen tussen groepen burgers verkleinen, maar dat is tot nu toe niet gelukt, concludeert het SCP.

Sociale staat van vorig jaar: leefniveau stijgt, maar sociale kloof blijft groot