Als de tanden van de driejarige Sara beginnen te rotten

Kindertandartsen Eén op de vijf kinderen gaat nooit naar de tandarts. Stichting JTV Mondzorg probeert dat te veranderen, maar dat wil vooral in het noorden niet goed lukken.

Bij de stichting JTV Mondzorg in Leeuwarden mogen kinderen terugkomen totdat ze aan de tandarts gewend zijn. „Alles om het kind vertrouwen te geven.”
Bij de stichting JTV Mondzorg in Leeuwarden mogen kinderen terugkomen totdat ze aan de tandarts gewend zijn. „Alles om het kind vertrouwen te geven.” Foto’s Siese Veenstra

Anna (2) gaat elke week naar de kindertandarts in Leeuwarden. Niet voor behandeling, maar om te wennen. Ze kijkt een film op een tablet, terwijl ‘preventie-assistent’ Janet Reitsema, gespecialiseerd in preventieve handelingen en mondhygiëne, een gekleurde elektrische tandenborstel voor haar mond houdt om te wennen aan het ding. Moeder Rianne Stellingwerf en oma kijken mee hoe Anna het lachend ondergaat. Na afloop mag ze van de tandartsstoel afglijden en in de cadeautjesbak grabbelen. Volgende week komt ze weer.

Lees ook: Economie groeit, verschillen blijven

Dat geldt niet voor alle kinderen. Naar schatting gaat een op de vijf kinderen tot achttien jaar nooit naar de tandarts. Landelijk zijn dat ongeveer 600.000 kinderen, aldus cijfers van de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT). Terwijl de tandarts onder de achttien jaar wordt vergoed vanuit de basisverzekering. Dat vereist geen premie of eigen risico en is in die zin ‘gratis’. Veel ouders weten dat niet.

In 2017 begon JTV Mondzorg ‘voor kids’, een stichting zonder winstoogmerk, met een kliniek in Leeuwarden om kinderen naar de tandarts te krijgen. Het werk bij de kinderkliniek is anders dan in een reguliere tandartspraktijk. Elk kind krijgt ruim de tijd. Als ze de tandarts eng vinden, mogen ze terugkomen totdat ze gewend zijn. Overal hangen kleurplaten, ligt speelgoed en zijn de tandenborstels versierd met poppetjes of klinkt er muziek uit. „Alles om het kind vertrouwen te geven”, zegt tandarts Annemarie Goud.

Moeder Jessica Jansen merkt dat het werkt. Bij de vorige tandarts was er geen extra tijd voor haar kinderen en werden ze behandeld als volwassenen. „Daar schreeuwden mijn kinderen moord en brand, hier hoor ik ze niet”, zegt Jansen.

JTV Mondzorg heeft bijzondere aandacht voor kinderen uit kwetsbare groepen. „Kinderen van ouders met een zwakke economische positie, niet zelden met schulden, veelal met een niet-Nederlandse achtergrond”, zegt directeur Raoul Trentelman. Juist onder deze groep is de gezondheidservaring de afgelopen tien jaar gedaald, blijkt uit het dinsdag verschenen SCP-rapport De sociale staat van Nederland. Ook behandelt JTV Mondzorg kinderen met gedragsproblemen, zoals autisme of PTSS.

Met melkgebit naar kaakchirurg

Pas sinds kort kent Jessica Jansen de gevolgen van niet naar de tandarts gaan. De voortanden van haar dochter Sara (3) „beginnen te rotten”, zegt ze in de wachtkamer in Leeuwarden. „Ik gaf haar altijd de fles, met daarin yoghurtdrank of ranja. Je weet als ouder niet dat het zó slecht is. Als je het weet, probeer dan je kind maar aan het water te krijgen.”

Te veel suikers. Volgens tandarts Annemarie Goud is dat het grootste probleem voor kindergebitten. Het is zelfs zo erg dat ze met regelmaat kinderen naar een kaakchirurg moet doorsturen om het melkgebit volledig te „saneren”. Tandartstaal voor: het hele melkgebit verwijderen. Goud: „Die kinderen lopen tot hun elfde of twaalfde zonder gebit rond.”

Goud, die in de Amsterdamse Pijp een reguliere tandartsenpraktijk heeft, werkt twee dagen in de week in Leeuwarden. „Ik zag een noodkreet voorbijkomen dat er te weinig tandartsen in het noorden zijn”, zegt Goud. „Terwijl je in Amsterdam er je nek over breekt.” Dat merkt ook Trentelman: „De leegloop van tandartspraktijken in delen ver buiten de Randstad is groot.”

In het noorden gaan niet minder kinderen naar de tandarts, maar JTV Mondzorg heeft wel moeite zijn kliniek in Leeuwarden te vullen. Nog geen drie jaar na opening moet de praktijk in de Friese hoofdstad bijna sluiten, vanwege een tekort aan klanten. De negen klinieken in de rest van het land zitten wél vol.

„Slechts twee van de vier stoelen zijn bezet”, zegt Trentelman. „En dan ook maar drie dagen per week.” Pendelbusjes staan klaar, maar rijden niet. En voor de dorpen is er een speciale ‘dental-bus’, een omgebouwde bus die dient als mobiele tandartspraktijk. „Die bus kost tonnen, maar stond hier een jaar lang weg te rotten”, zegt Trentelman.

Dat te weinig kinderen naar de praktijk in Leeuwarden komen, begint volgens Trentelman bij de scholen. „Die werken niet mee, omdat ze naar eigen zeggen niet verantwoordelijk zijn voor de tandzorg van kinderen”, aldus Trentelman. „Dat klopt, maar ze zouden ten minste een brochure kunnen meegeven, zodat ouders weten van ons bestaan.”

Datzelfde gebeurt bij de GGD en de gemeente. Voor alle jonge kinderen bestaat een spreekuur op het consultatiebureau van de GGD, „maar ook zij willen geen brochures meegeven en de gemeente stuurt geen oproepkaarten, omdat ze ons dan zouden voortrekken”, zegt Trentelman. „Maar reguliere tandartsen sturen kinderen juist vaak naar ons door omdat we gespecialiseerd zijn.”

En de zorgverzekeraars? „Die kunnen in hun gegevens precies achterhalen hoe vaak iemand naar de tandarts gaat”, zegt Trentelman. „Maar ze willen die personen niet inlichten vanwege privacyredenen. Terwijl wij niet kunnen zien wie zij een bericht sturen.”

Niet strijdig met privacywetten

Uit een pilot van zorgverzekeraar DSW bleek dat 43 procent van de ouders naar aanleiding van een informerende brief wel een bezoek met hun kind aan de tandarts bracht. De Autoriteit Persoonsgegevens laat weten dat verzekeraars ouders „wel degelijk” mogen wijzen op het feit dat tandzorg voor kinderen gratis is. Dat is niet strijdig is met privacywetten.

Het probleem is dat de meeste zorgverzekeraars niet willen investeren in kinderen vanwege de kosten, volgens Trentelman. „Ze willen niet riskeren dat ze jarenlang de zorg van het kind betalen en deze zodra het 18 is naar een andere zorgverzekeraar overstapt.” De ANT bevestigt deze reactie van zorgverzekeraars en schrijft in een brandbrief aan de minister: „Het heeft er de schijn van dat hun eigen financiële positie belangrijker is dan de zorgplicht en het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid.”