‘Jij bent een echte fixbeer’

Grunberg in een gesloten jeugdinrichting 7 Schrijver Arnon Grunberg leeft veertien dagen dag en nacht in de gesloten jeugdinstelling De Koppeling in Amsterdam. Hij schrijft elke dag over het leven daar. Deel 7: Afkicken

Op een avond treffen we een vrijwilliger aan in de leefruimte van groep Obama. Hij heet Antonie en was drugsverslaafde, nu zit hij in een ‘safe house’ om van zijn verslaving af te komen. Hij is een lange man met tatoeages en hondenogen.

„Ik ben alles kwijtgeraakt,” zegt hij, „mijn vrouw, mijn kinderen, mijn huis, mijn werk. Op een gegeven moment was ik zo diep gevallen dat ik dacht, ik maak er een eind aan.”

De kinderen knikken ernstig.

In een gesloten jeugdinstelling is zelfmoord dichtbij. Als ik mijn kamer op de tweede verdieping verlaat of er naartoe ga kom ik langs een matras dat klaarligt mocht een van ons gaan springen.

Joey, 15, blijkt net als Antonie in afkickkliniek Yes We Can te hebben gezeten. „Dat eten was daar niet te vreten,” zegt Joey, „zelfs de ratten hadden het laten staan.”

Een dag of wat later vertelt Joey aan begeleider Ramesh: „Ik was zo’n junk. Ik verkocht mijn keyboard en mijn muis om aan wiet te komen. Stoned zijn is veel lekkerder dan strak staan.”

Ramesh zegt: „Toen ik jong was heb ik ook bergen weggesnoven, maar je moet het nooit buiten de deur doen, alleen thuis.”

„Mijn beste tijd,” zegt Joey, „was toen ik met mijn ouders in China woonde. Van mijn derde tot en met mijn elfde in Shanghai.”

Joey masseert soms vrouwelijke begeleiders. Als mannelijke begeleiders hem masseren wordt hij giftig. Dan roept hij: „Blijf van me af. Ik ben een autist. Ik kan daar niet tegen.”

In de middag krijg ik voor het eerst echt bezoek. „Wie is dat?” vragen de kinderen.

„Mijn meissie,” zeg ik.

Als ze weer weg is en we zitten te eten – taco’s met rundergehakt - vraagt Joey: „Hoe oud is zij en hoe oud ben jij?”

„Ik ben eind veertig, zij begin dertig.”

„Jij bent een echte fixbeer.”

„Sorry, maar wat is een fixbeer?” vraag ik.

„Iemand die goed kan verleiden,” zegt Joey.

„Jij bent toch ook een fixbeer?”

Joey schudt zijn hoofd. „Alle meiden vinden me hier gewoon lelijk.”

Voor het eerst, fixbeer zijnde, heb ik het gevoel een beetje respect bij de kinderen te hebben afgedwongen.

Begeleider Gitta zegt: „Joey, waar denk je aan, 23 uur per dag? Tieten en wiet. Hoe houd je het vol?”

„Waar moet ik dan aan denken?” vraagt Joey. Hij kijkt mij aan, maar de fixbeer heeft even geen antwoord paraat.

Wordt vervolgd

Om privacyredenen zijn achternamen in deze serie weggelaten. Ze zijn bij de redactie bekend.