Opinie

Insmeerbeer

Marcel van Roosmalen

Mark en Rámon maken naar eigen zeggen het leukste middagprogramma van 3FM. Ik ben begin dit jaar door ze geïnterviewd, telefonisch, over mijn boek over de voetballer Theo Janssen. Het zijn oudere jongens, gevangen in een puberbrein. Van Mark en Rámon zijn er veel, ze hebben telkens een andere naam: Damien of Giel of Edwin, of Mattie en/of Wietze. Ergens in Hilversum liggen nog blikken vol met Mark en Rámons. En die zullen, zolang 3FM nog bestaat, allemaal worden opengetrokken.

Zaterdagavond kreeg ik na een radio-interview een lift van twee jonge radiomensen vanaf het Mediapark. Een van hen vroeg wat het gekste was wat ik daar ooit had meegemaakt. Ik antwoordde dat ik tijdens de tweede hittegolf heel even dacht dat ik Rob Jetten, die van D66, in het BNNVARA-gebouw uit een toilet had zien komen in een konijnenpak, maar dat dat natuurlijk helemaal niet kon.

Antwoord: „Nou, dat was dan waarschijnlijk toen hij de insmeerbeer was.”

Hij ging ervan op zijn telefoon kijken.

„Ja hoor, kijk maar, Rob Jetten was de insmeerbeer.”

Ik keek naar een foto die Rob Jetten had gedeeld op de sociale media. Daar hing de D66-leider, tussen Mark en Rámon, het berenhoofd onder de arm.

Er waren daar dus mensen die Rob Jetten als ‘insmeerbeer’ wel een goed idee vonden

Ik leerde dat ‘de insmeerbeer’ het succesvolste onderdeel van het radioprogramma van Mark en Rámon is. Soms – vooral bij mooi weer – loopt er iemand in een berenpak hun gelul binnen. In dat pak zit dan een bekende Nederlander, vrolijk muziekje eronder, raden maar en klaar.

Insmeerbeer zijn is de ondergrens van de roem. Alberto Stegeman heeft ook in dat berenpak gezeten. Voor hem niets bijzonders, die loopt in zijn eigen programma ook voor lul met pruiken, neuzen en een tas vol nepbommen.

De rest van de autorit zat ik met D66 in mijn hoofd, die patiënt was nog veel zieker dan ik de laatste tijd al dacht. Dat er na de wat houterige entree van Rob Jetten in de politiek gesproken is over het aanmeten van een vlotter imago dan robot begrijp ik, maar er waren daar dus mensen die Rob als insmeerbeer wel een goed idee vonden. En dan moest de verkiezingstijd nog komen.

Ik werd er uitgegooid op Amsterdam CS.

Voor ik uitstapte vroeg ik of Mark en Rámon zelf niet verbaasd waren dat Rob Jetten in hun insmeerberenpak was gekropen.

„Ja, weet ik veel”, was het antwoord. „Die kijken nergens meer van op.”

Dat was natuurlijk ook zo.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.