De Europese honkbaltop is smal, en dat is zorgwekkend

EK honkbal In een troosteloze ambiance in Bonn is Nederland – zoals altijd – favoriet voor de Europese titel, maar het verliest wel van Tsjechië.

Roger Bernadina voor Nederland aan slag tegen Tsjechië, in Bonn.
Roger Bernadina voor Nederland aan slag tegen Tsjechië, in Bonn. Foto Thomas Schoenenborn

Wie je het ook vraagt op het complex van Bonn Capitals, het antwoord is eensluidend: dit is het sterkste Europees kampioenschap ooit. Het Koninkrijksteam – de naam waaronder Nederland honkbalt – behoort vanzelfsprekend tot de favorieten. Nog nooit in 31 deelnames werd de EK-finale niet gehaald, 22 keer was er goud. Aartsrivaal Italië (tien titels, 26 finales) heeft zoals altijd een sterke selectie, maar ook Spanje (finalist in 2016) en Israël (met een groot aantal Joods-Amerikaanse tophonkballers) lijken kanshebber voor de Europese titel.

Dat de toplanden op volle sterkte zijn, heeft alles te maken met het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) later deze maand in Parma en Bologna. De beste vijf Europese landen kwalificeren zich voor dit toernooi, waar ook de Afrikaans kampioen Zuid-Afrika zal meedingen naar één ticket voor ‘Tokio 2020’. Het EK is dit jaar zeker geen formaliteit, zegt de Nederlandse werper Rob Cordemans. „Maar we moeten hier wel even doorheen om straks in Italië eerste te worden. De Spelen zijn voor ons het enige doel.”

De 44-jarige Cordemans is bezig aan zijn tiende EK sinds 1995. Veel troostelozer dan de ambiance in Bonn – en ook Solingen, de tweede speellocatie – heeft hij het in al die jaren niet meegemaakt. „Bij eerdere EK’s in Duitsland was er tenminste nog een grote tribune met een paar duizend toeschouwers.”

Deze zondag zijn niet meer dan een paar honderd belangstellenden op de wedstrijden afgekomen. En dan begint het om drie uur ook nog eens hard te regenen, op het moment dat Nederland klaarstaat voor zijn tweede wedstrijd, tegen Tsjechië.

Een dag eerder speelde de regen de honkballers ook parten. Het duel met Groot-Brittannië in Solingen begon daardoor vijf kwartier later en kon, bij een 10-2 voorsprong na acht slagbeurten, niet worden uitgespeeld door de invallende duisternis. De resterende inning wordt waarschijnlijk later deze week gespeeld. Tot ongeloof van Cordemans. „Die gasten kunnen echt niet meer winnen, hoor. Nu moeten we nog een werper gaan inzetten die we later in het toernooi goed kunnen gebruiken.”

Frans international

Robyn Clara gooit in de stromende regen, op het tweede veld in Bonn, rond drie uur zijn eerste ballen op het EK. De 24-jarige Nederlander, zoon van een Franse vader, komt sinds een paar weken uit voor Frankrijk. In de met 12-6 gewonnen wedstrijd tegen Oostenrijk komt hij in de zesde inning op de heuvel. Clara speelde in de jeugd bij DSS in Haarlem op een laag niveau. Fanatiek was hij wel. De twaalf kilometer van zijn woonplaats Zandvoort naar de club fietste hij meerdere malen per week voor een training of een bezoek aan de hoofdklassewedstrijden op zijn club. Dat Clara het eerste team kon halen, kwam nooit in hem op. „Pas op mijn twintigste ben ik serieuzer gaan spelen, en in 2017 maakte ik mijn debuut in de hoofdklasse.”

Verlies van de olympische status kan leiden tot een versmalling aan de top

Clara weet dat hij als werper van degradatiekandidaat DSS geen enkele kans maakt op een plaats in het Nederlands team. Vandaar dat hij in mei naar Rouen reisde om de pitchingcoach van het Franse nationale team te overtuigen van de kracht van zijn werparm. Van een laagvlieger in de Nederlandse hoofdklasse naar het Franse nationale team, het illustreert de smalle top in Europa.

Met Frankrijk hoopt hij te verrassen door bij het EK vijfde te worden. Dat zal niet eenvoudig zijn, weet hij. Zaterdag verloor Frankrijk met 16-2 van Italië. „De slagmensen zijn agressiever dan in de hoofdklasse. Op de eerste bal recht door het midden slaan ze meteen. Je voelt dat het voor alle teams hier moet gebeuren.”

Olympische status

Met of zonder Clara zal Frankrijk zich heus niet kwalificeren voor Tokio, waar honkbal voor het eerst sinds 2008 op het olympische programma staat. En voorlopig voor het laatst, want in 2024, bij de Spelen van Parijs, zal er geen honkbal te zien zijn. Didier Seminet, de 53-jarige Franse voorzitter van de Europese bond CEB, heeft het afgeleerd zich nog al te druk te maken om de olympische status. De populariteit van honkbal is volgens hem ook niet afhankelijk van de Olympische Spelen, waaraan de sterren uit de MLB (de Noord-Amerikaanse profcompetitie) niet eens meedoen. Voor veel landen is de World Baseball Classic (WBC), mét MLB-spelers, belangrijker. Seminet ziet wel het risico dat de Europese top smaller wordt zonder olympische toekomst en de bijbehorende financiën. Volgens Seminet bestaat zelfs een kans dat Nederland, momenteel het enige Europese land in de top-15 van de wereld, een onoverbrugbare voorsprong opbouwt.

Dankzij deelname aan lucratieve toernooien als de WBC en ook de Premier12, dat in november wordt georganiseerd voor de twaalf sterkste honkballanden ter wereld. „Dat soort toernooien maken de beste landen alleen maar nóg beter. Nederland zou wat mij betreft ook de verplichting hebben zijn ervaringen te delen met andere Europese landen.”

Op de vraag of hij vindt dat Nederland inderdaad schatplichtig is aan honkballend Europa, stelt Rob Cordemans vast dat het al genoeg tijd en moeite kost om honkbal in Nederland op topniveau te houden. „Wij zijn de laatste jaren hard aan de slag gegaan met onze jeugdteams om in de toptwaalf te blijven. Ook hun prestaties leveren punten op voor de wereldranglijst.”

Het Koninkrijksteam vergeet in Bonn deze zondag zelf te presteren. De nederlaag tegen Tsjechië (8-6) laat zien dat Nederland in Europa nu even niet op eenzame hoogte staat.