Foto Annabel Oosteweeghel

‘Als we kip eten, wil ik leren hoe je die slacht’

Maandaginterview Alef (41) en Lin Arendsen (40) proberen op hun boerderij in Muiden zelfvoorzienend te leven. Ze maken hun eigen brood en eten uit de moestuin. „In de toekomst zijn juist die ambachtelijke vaardigheden nodig.”

De bel bij het hek van boerderij Vrederust in Muiden doet het niet. Dat is geen toeval, want het gebruik van elektriciteit probeert het gezin Arendsen tot een minimum te beperken. Ze willen de aarde behouden, niet nog meer schade berokkenen. „En dan zul je drastisch moeten minderen”, zegt Alef Arendsen (41). „Ook met de elektriciteit.” Op de boerderij proberen ze uit te vogelen hoe dat kan werken. „In het klein, dat wel.”

Op een krukje bij het aanrecht wassen Indi (6) en Jona (4) hun handen. „De zeep is gemaakt van het vet van de varkens die we hadden”, vertelt Lin Arendsen (40). „Het schuimt wat minder dan je wellicht gewend bent.”

Op de lange tafel in de woonkeuken staan lekkernijen voor de lunch uitgestald. Grotendeels zelfgemaakt, van de broden tot de tortilla’s. In het midden een vers veldboeket uit de tuin.

Toen Alef en Lin elkaar negen jaar geleden ontmoetten, geloofden ze beiden heilig in de maakbaarheid van de wereld; alles beter, meer ontwikkeling, meer vooruitgang. Zij reisde destijds de wereld over als dierenarts-onderzoeker – op zoek naar ziektebestrijders. Hij, een bekende in de techwereld, was net zijn bedrijf New Motion begonnen; hij bouwde aan een Europees netwerk van elektrische laadpalen. Hij wilde iedereen in de elektrische auto krijgen. Er is een YouTube-filmpje waarin hem wordt gevraagd of hij denkt dat de wereld maakbaar is. „Mijn antwoord luidde dat als íémand me zou bewijzen dat het niet zo was, mijn wereld zou instorten.”

Dat laatste is niet gebeurd, maar ze zijn wél van hun vooruitgangsgeloof gevallen. Dat gebeurde niet ineens, maar door een aaneenrijging van gebeurtenissen.

‘De échte verbetering is minder in de auto stappen, maar ‘minder’ verkoopt niet’

Alef kreeg de ziekte van Pfeiffer. „Eigenlijk moest ik rust houden, maar dat ging niet met het nieuwe bedrijf.” Lin: „Je ging héél hard door.” Alef: „Terwijl jij vond dat ik normaal moest doen.” Lin lacht: „Omdat je eruit zag als een spook!”

Alef was voor de derde keer een onderneming begonnen vanuit het idee ‘goed te doen’, vertelt hij, maar steeds vaker vroeg hij zich af of ‘goed doen’ en ‘geld verdienen’ wel samen gingen. „Elektrisch rijden lijkt weliswaar een slim, groen idee, maar de échte verbetering is minder in de auto stappen. Maar ‘minder’ verkoopt niet, dus doe je concessies en blijft radicale verandering uit.”

Ook als wetenschapper bleek het nog niet zo makkelijk om een wezenlijk verschil te maken, vertelt Lin. „Een groot deel van je tijd ben je bezig met publicaties en financiering voor onderzoek.” De frustraties groeiden.

Gezonder leven

Door Alefs ziekte besloten ze gezonder te leven, Alef: „Minder drinken, meer slapen, altijd ontbijten, maar ook: alles ‘from scratch’ koken.” Lin: „Dat vonden we leuk, we gingen er steeds verder in.” Alef: „Als ik een gezond brood wil eten, wil ik óók weten hoe je dat bakt, wat erin gaat, noem maar op. En als we kip eten, wil ik leren hoe je die slacht.”

In Amsterdam, waar ze toen woonden, was de grens daarin snel bereikt, want een eigen moestuin maken of kippen houden kon daar niet. Dus moesten ze verhuizen. Ze probeerden het een jaar in een alpenboerderij op een berg in Italië, maar dat bleek een stap te ver. „Fantastisch, maar heel geïsoleerd”, zegt Alef. Ze keerden terug naar Nederland waar ze vier jaar geleden hun boerderij met uitzicht op Kasteel Muiderslot kochten.

Ze zijn eigenlijk de ouderwetse keuterboer, zegt Lin lachend. Ze hebben schapen, kippen en een moestuin. Vorig jaar hadden ze ook varkens, maar die zijn inmiddels opgegeten, vertelt Alef.

Iets wat hij ook meedeelde aan de klasgenoten van Jona die op de boerderij kwamen kijken. „Tot grote verontwaardiging van Jona’s juf die vond dat ik dat niet had moeten zeggen”, zegt Alef. „Dan moet je hier niet komen, want we laten gewoon eerlijk zien hoe we leven.”

Annabel Oosteweeghel

Onderste 50 procent

Toen Lin zwanger was, hakten ze de knoop door en kozen ze voor het boerderijleven. „Het riep de vraag op in wat voor wereld onze kinderen zouden opgroeien en wat wij aan hen wilden meegeven”, zegt Lin. „Zij versterkten ons verlangen naar nog meer back to basics.

Het is een levenswijze waarachter een diepe overtuiging schuilgaat: Alef en Lin willen hun kinderen een manier van denken meegeven die hen voorbereidt op een onzekere toekomst. Alef: „Ze groeien op in een wereld die in verval is, al gaat dat zo langzaam dat we het eigenlijk nog niet merken.” Het zegt dan ook niks dat het economisch goed lijkt te gaan, zegt hij. „Lees Piketty, we vergeten vaak dat met name de top-éénprocent van de wereld rijker wordt, maar de onderste 50 procent alleen maar armer.”

Dat Indi en Jona in hun leven een Derde Wereldoorlog, massamigratie of hongersnood zullen meemaken, is volgens hen heel aannemelijk. „Dat zijn dingen die al spelen, alleen nog niet in Nederland”, zegt Alef. Als je de geschiedenis bekijkt, vervolgt hij, dan kun je voor elke beschaving een cyclus tekenen van opkomst en ondergang waarbij één dominant geloof een plek heeft. „Het is nog nooit gebeurd dat een beschaving níét in verval raakte, dus dat gaan we nu ook niet voorkomen.”

Ze vinden het daarom belangrijker dat hun kinderen leren hoe je een brood bakt of een moestuin onderhoudt, dan hoe een iPad werkt. „In de toekomst zijn juist die ambachtelijke vaardigheden nodig waar je geen enorme industrie omheen hoeft te bouwen”, zegt Alef.

Niet dat ze verwachten dat het verval morgen direct zal intreden, „maar je kunt je wel afvragen of we inmiddels niet al over ons hoogtepunt heen zijn”. Als voorbeeld noemt Alef het niet indexeren van de pensioenen. „Vijftien jaar geleden hield niemand dat voor mogelijk, en inmiddels zijn we zover dat we zelfs gaan korten. Toen het Romeinse Rijk allang in verval was, dacht men ook nog jarenlang dat het prima ging.”

Kleinschalig en lokaal

Ze hebben op de boerderij allemaal plannen. Lin: „We willen misschien de grond achter de boerderij omvormen tot een park voor de buurt, of samen met mensen uit de omgeving zonder pesticiden onze eigen groentes verbouwen.” Hebben Alef en Lin niet makkelijk praten? Met de verkoop van de bedrijven is er genoeg geld op de bank. De boerderij heeft een paar duizend euro omzet per jaar en ze leven van hun spaargeld. Alef: „Niet iedereen heeft die mogelijkheid, maar dat hoeft ook helemaal niet.” Want ze zijn ervan overtuigd dat echte verandering kleinschalig en lokaal begint. Iedereen kan iets doen.

Lin vertelt dat er vrijwilligers van over de hele wereld komen om op de boerderij te helpen. „Die hebben thuis nooit de was buiten opgehangen of een moestuin gehad”, zegt ze. „Ze gaan altijd geïnspireerd naar huis. Je kunt veel meer zelf dan je denkt.”

Ze beseffen dat hun zoektocht iets paradoxaals heeft: dat ze nog steeds wereldverbeteraars zijn. Alef: „We zijn toch nog niet klaar met die maakbare wereld.”