Opinie

Kwam een man bij de dokter

Tommy Wieringa

In de H.J. Schoo-lezing van CDA-kroonprins Wopke Hoekstra kwam een man bij de dokter. Een migrant. Hij had zijn vrouw meegebracht, die zweeg en naar de grond keek. De man gaf de dokter, een vrouw, geen hand. Zijn echtgenote had de klachten maar hij vertelde in gebrekkig Nederlands wat haar mankeerde. De dokter mocht haar niet zelf onderzoeken. Aan de hand van zulke schamele anekdotiek ontvouwde Wopke Hoekstra zijn obligate visie op migratie en integratie. Misschien is het echtpaar uit zijn lezing familie van de man die VVD-kroonprins Klaas Dijkhoff vorig jaar opvoerde in een toespraak. Dat was een moslim die bij hem in de lift stapte, gevolgd door vrouw en dochter. De vrouw was „verstopt in een boerka”. Dat die man misschien net zoveel van zijn dochtertje hield als Klaas van het zijne wilde hij nog wel aannemen, maar verder had zo iemand duidelijk andere waarden dan hij, en dat schiep volgens Klaas dus geen vertrouwen. Hij voerde de man op als tegendeel van „goed volk”, want aan de boerka las Klaas mislukte integratie af.

Wederkerigheid, daar komt het zowel bij Klaas als Wopke op aan, waarbij beiden zich beroepen op hetzelfde Kennedy-citaat: vraag niet wat je land voor jou kan doen, vraag wat jij voor je land kan doen.

Zoveel futloosheid is niet te verdragen. Mannen in de kracht van hun leven, op de top van hun intellectuele vermogens, die niet verder komen dan slappe voorbeeldjes van slecht geïntegreerde moslims in spreekkamers en liften. Ook de rest van Hoekstra’s politiek-ideologische visie was vooral nietszeggend, voor een debuutrede van een kroonprins. De anekdotiek kwam als gezegd bij Dijkhoff vandaan, de migratiekritiek bij Scheffer, de VOC-mentaliteit bij Balkenende, de nationale erflaters bij Baudet – dunner en dunner werd zo de soep.

Op hetzelfde moment liet Baudet zich toejuichen bij een partijrally in Zaandam. Hij had deze zomer een vriend verloren, zei hij tegen zijn gevolg over het schisma in Forum, een krokodillentraan die hij later die avond bij het praatprogramma Beau nog eens tevoorschijn zou persen: „Verdrietig, ik ben een vriend verloren”.

Wie de reconstructie van Nieuwsuur over de jarenlange machtsstrijd tussen Otten en Baudet had gezien, wist beter: dit was een vriendschap tussen haaien.

Er was in Zaandam geen enkele vraag gesteld over de troebelen deze zomer, zei Baudet opgetogen in Van Erven Dorens talkshow. Drieduizend mensen, en niet één kritische noot. De herder prees het geheugenverlies van zijn kudde.

Het pijnlijke verleden overschrijft Baudet het liefst met ketelmuziek. Hij heeft een interessante verhouding met het verleden, zowel het nationale als het persoonlijke. Achter hem ligt de weg bezaaid met alle bonte, uitzinnige uitspraken die hij deed, ze waaien uit zijn broekzakken als confetti, maar wanneer je hem ernaar vraagt, kijkt hij verbaasd achterom en zegt: „niet van mij”. Aan de dag van gisteren wordt hij liever niet herinnerd, hij bedrijft de politiek van de amnesie. „Laten we beginnen met alle feiten opzij te schuiven”, schreef Rousseau. Baudet vat dat letterlijk op. De waarheid dient bij hem slechts als voetnoot bij zijn onwaarheden.

Toen Van Erven Dorens vroeg of hij het omstreden woord ‘boreaal’ nog eens zou gebruiken, volgde een voor Baudet inmiddels karakteristieke ontwijking: „Welke woorden je daarop plakt, vind ik helemaal niet zo belangrijk”.

Merkwaardig antwoord voor een jurist. Graag wijs ik nog eens op de wijsheid van Confucius, die, toen hem werd gevraagd wat hij zou veranderen als hij het voor het zeggen had in een land, antwoordde: „Ik zou als eerste het taalgebruik verbeteren. Want als het taalgebruik niet juist is, dan is wat wordt gezegd niet dat wat bedoeld wordt. En als wat gezegd wordt niet is wat men bedoelt, komen er geen werken tot stand. Komen de werken niet tot stand, dan gedijen de kunst en de moraal niet. Gedijen deze niet, dan is er geen juiste rechtspraak. Als er geen juiste rechtspraak is, dan weet de natie niet wat te doen. Daarom moet men geen willekeur dulden in het woordgebruik. Dat is waarop alles aankomt.”

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.