Hij is een grote Haagse belofte. Maar wat is hij: een politicus of een product?

Deze week: Wopke Hoekstra, politicus of product?

Ofwel: als het nieuwe profiel van de minister van Financiën niet leidt tot meer gezag in de Haagse binnenkamers.

Elke kandidaat-premier maakt het mee. Als de kans op het hoogst haalbare in Den Haag toeneemt, groeit ook het verlangen de kandidaat in een mal te gieten.

Een aangepaste politieke persoonlijkheid om de kiezer te conveniëren: de politicus als product.

Ik moest eraan denken toen Wopke Hoekstra maandag de H.J. Schoo-lezing uitsprak.

De minister van Financiën, in het CDA getipt als een nieuwe Lubbers, behandelde in de lezing thema’s die bij de hoge verwachtingen horen. De bedreigde middenklasse, het belang van financiële degelijkheid, de schaduwkanten van migratie.

Nu keek ik van dit laatste wel even op. In 2014, toen Hoekstra een paar jaar senator was, sprak ik hem uitvoerig voor deze pagina. Je voelde aankomen dat hij hoog in Den Haag zou eindigen, en hij profileerde zich – hoogleraarszoon, oud-preses van Minerva - als een relatief liberale CDA’er.

Een man die terugverlangde naar „de saaie politiek” onder Lubbers. Een man ook die ontsteld was geweest over de opkomst van Fortuyn en destijds had gemerkt dat „het land sneller naar rechts was opgeschoven dan ikzelf”.

Vooral op het punt van migratie. Hij had in Duitsland voor Shell gewerkt en in Frankrijk op INSEAD gestudeerd, en was daar, vertelde hij, getroffen door de kracht van diversiteit.

„Het grootste contingent studenten waren Indiërs. Daarna kwamen de Fransen, de Chinezen”, zei hij. „Voor je perspectief op de wereld nogal nuttig.”

Maar in Nederland, zei hij, leek het alsof alle migratie slecht is. „We vergeten hoeveel kennismigranten kunnen toevoegen. (-) We moeten vanuit de politiek óók zeggen dat dit land belang heeft bij de komst van toptalent.”

Maandag noemde hij dit laatste ook, maar de nadruk was volledig verlegd. In zijn lezing heette het nu dat bij migratie „veel te veel nog altijd niet goed gaat”.

En hij zei – alsof Fortuyns tijden herleefden: „Geen wonder dat de helft van de bevolking onomwonden zegt dat er te veel migranten zijn.”

Op zich is het natuurlijk volmaakt legitiem als politici hun opvattingen aanpassen. Het omgekeerde zou verontrustender zijn: wie nooit valide argumenten bij anderen kan zien, gelooft blijkbaar alleen in het eigen gelijk.

Maar met Wopke Hoekstra is meer aan de hand. Sinds hij aantrad als minister van Financiën, veranderde zijn openbare persoonlijkheid rigoureus. Een open man, die op gevoelige punten van zijn partij afweek (hij stemde ooit voor adoptierecht van lesbiennes), werd een minister die opgesloten zit in zijn imago.

Zijn interviews blinken uit in vriendelijke maar volledige nietszeggendheid. De minister die een sobere schatkistbewaarder neerzet en zelden van zijn standaardteksten afwijkt. Het loont: Maurice de Hond peilde hem vorige week als betrouwbaarste minister van Rutte III.

Het fascinerende is alleen dat Hoekstra’s imago niet synchroon loopt met zijn reputatie in de Haagse binnenwereld. In de coalitie bestaat al twee jaar verwondering en ook irritatie over zijn interne opereren.

Dat hij hamert op financiële soberheid verwijt niemand hem. Maar zijn gebrek aan souplesse bij kleine begrotingsoverschrijdingen is berucht. Ook zijn ambtenaren moesten eraan wennen. Financiën hanteert traditioneel de tactiek om vakministers bij kleine overschrijdingen tegemoet te komen, zodat ze je steunen als het om groot geld gaat.

Maar Hoekstra zette bij bijna elke overschrijding de hakken in het zand, en irriteerde bewindslieden door in overleg onbeweeglijk te blijven en, zoals ministers elkaar vertellen, „ons telkens weer de begrotingsregels voor te lezen”.

Rutte ergerde zich soms ook, zagen bewindslieden. Er waren zelfs momenten dat Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) moest bemiddelen.

Zo kwam het dat Klaas Dijkhoff binnenskamers een bijnaam voor Hoekstra bedacht, die in de coalitie nog steeds rondgaat: onze blokkeerfries.

Het veranderde Hoekstra’s houding niet: dit voorjaar dwong hij zijn vicepremier Hugo de Jonge, concurrent voor het partijleiderschap, tot vier overlegrondes over diens wens voor extra zorggeld. De laatste ronde, op Witte Donderdag na de ministerraad, duurde zelfs drie uur en twintig minuten – waarna bleek dat De Jonge grotendeels zijn zin kreeg.

Het liet in het klein zien wat ze in de coalitie voortdurend waarnemen: Hoekstra mag bij de kiezer een voortreffelijk imago hebben, De Jonge beschikt over veel meer politiek-bestuurlijke fijngevoeligheid.

Zoals een waarnemer binnen de coalitie (geen CDA’er) vertelde: „Hugo is een politicus die toevallig minister is. Wopke is een minister die toevallig politicus is.”

Het kwam ook de laatste weken, bij de coalitiebesprekingen over Prinsjesdag, binnenskamers diverse keren in beeld, en bewindslieden zeiden: nu betaalt Wopke de prijs voor zijn redeloze strengheid de laatste jaren.

Zo was Hoekstra woensdag 21 augustus, tijdens coalitieoverleg in de Guldenzaal van zijn eigen ministerie, bereid extra miljarden vrij te maken voor de woningmarkt mits daar een nieuwe hervorming tegenover stond.

In een met vicepremier Kajsa Ollongren (BZK, D66) uitgewerkt plan stelde hij voor de hypotheekrenteaftrek in 2036 volledig af te bouwen dan wel, in een tweede variant, tot dertig procent te beperken. De VVD hield dit tegen – en je kunt er vergif op innemen dat dit in de publiciteit zal terugkeren.

„Dus Wopke wil de middenklasse beschermen door de hele hypotheekrenteaftrek te schrappen?”, hoorde je ze in de coalitie smalen.

Over Hoekstra’s veelbesproken investeringsfonds, 22 augustus onthuld in De Telegraaf, werd de 21e kort gesproken. Inmiddels is duidelijk, begrijp ik, dat het fonds op Prinsjesdag wel wordt aangekondigd, al heeft de coalitie nog niet besloten hoeveel er precies voor beschikbaar komt.

Maar in feite, zeggen ze in de coalitie, is dat hele fonds een manier om Hoekstra’s strengheid van de laatste jaren te omzeilen.

Met een beroep op het regeerakkoord eiste hij steeds dat bewindslieden tegenvallers op hun begroting opvingen, en dat meevallers naar de staatsschuld gingen. Maar dankzij dat fonds kunnen straks enkele departementen – zoals Infrastructuur, Onderwijs, Economische Zaken – vermoedelijk ineens volop extra geld uitgeven.

Best een ironische uitkomst voor een minister van Financiën die zich chronisch ongeliefd bij collega’s maakte met compromisloosheid over kruimelgeld.

Het CDA kiest volgend jaar een nieuwe leider, en als politieke vaardigheid het criterium zou zijn, zou Hugo de Jonge zeker winnen. Ook als je verdisconteert dat de kritiek uit de coalitie op Hoekstra mede kan worden geleverd uit electorale angst voor hem.

Maar het interessante is natuurlijk dat politieke vaardigheid niet het enige criterium is.

Wopke Hoekstra heeft iets gedaan met zichzelf. Hij werd minister, verschool zich in een nieuw imago en won er voorlopig de harten van kiezers mee.

En fascinerend is nu: kan je relatief zwak opereren in de Haagse binnenwereld, vijanden maken, toch zegevieren en zo het hoogste ambt van het land bereiken?

Je zou zeggen: liever niet. Maar we weten dat hij de eerste niet zou zijn, en dat het openbare leven voortaan zo in elkaar zit: het gaat er niet altijd meer om wat de politicus doet, het gaat er - helaas - vooral nog om wat de politicus lijkt te doen.