Opinie

De officier heeft steeds minder te zeggen

De Rechtsstaat

In het NRC-gesprek vorige week met ex-hoofdofficier Charles van der Voort zat deze onweerstaanbare quote: „Mijn fout is dat ik moeilijk kan omgaan met middelmaat”. Oef. Je kan er zo een hele sketch omheen schrijven. Dat het tegenwoordig ook zó ingewikkeld is om goed personeel te krijgen. Meneer de baron heeft het maar moeilijk met het lagere volk. Van der Voort klaagde over „ondersteunende medewerkers” die hem niet konden bijbenen, teamleiders „zonder eigen mening”. Door de mand gevallen dus, althans als manager. Dat de crisis in het OM mede lijkt veroorzaakt door mannetjesputters met onvermogen tot communiceren met anderen ‘onder hun niveau’, is weer wat waarschijnlijker geworden.

Beter te plaatsen was zijn mening dat leden van het Openbaar Ministerie „magistraten zijn”. Dat is een bekende opvatting over de staatsrechtelijke positie van het OM – maar wel één die steeds meer onder druk komt. Hij meent dat er een tendens is dat de minister het OM „voor de voeten loopt”, waartegen het OM zich actief zou moeten verzetten. Dat sloeg op de interventie in de zaak Johan van Laarhoven, de Brabantse wiethandelaar die door het OM in Thailand een strafzaak in is gerommeld, met honderd jaar cel tot gevolg. De Nationale Ombudsman vond dat niet kunnen, de Kamer evenmin, de minister reisde naar Bangkok om het recht te trekken. Het parket in Brabant was daarover publiekelijk geïrriteerd, maar trok die keutel ook snel weer in. Van der Voort zag er zijn verdenking van politieke regie in bevestigd. Hoe gevoelig dat kan liggen bewijst de zaak Wilders. Hoe vaak, wanneer en waarover exact minister Opstelten met het OM sprak over de vervolging van Wilders wordt steeds interessanter. Uit onderzoek van RTL Nieuws rijst het beeld op van een minister die niet alleen niet door wetenschappers gehinderd wilde worden, maar ook liever niet door onafhankelijke officieren met andere ideeën dan de minister. Alleen: echt zeker weten we dat nog niet.

Nu is de minister ook politiek verantwoordelijk voor het OM, wat tot regelmatig overleg leidt, zodat de minister daadwerkelijk verantwoording kan afleggen. En inderdaad, de minister heeft wettelijk een ‘aanwijzingsbevoegdheid’ – de minister kan het OM bevelen geven, maar moet daar dan wel tegelijkertijd de Kamer over informeren. Iedere scheidende procureur-generaal vraag ik dan ook: En, heeft de minister u wel eens een dienstopdracht gegeven? Tot nu toe was het antwoord altijd: Nee, zover is het nooit gekomen. Een formulering die mooi de spanning weergeeft. Bij eventuele verschillen van inzicht tellen minister en procureur-generaal hun knopen: hoe hoog neem ik dit op. Men houdt elkaar dus ook gevangen. In de kwestie Van Laarhoven nam de minister ruimte en deed de procureur-genraal een stap terug. Van der Voort had een ministeriële aanwijzing helderder gevonden.

Wordt de beleidsvrijheid van het OM inderdaad kleiner? Te oordelen naar het publieke profiel wel. De ‘super PG’ liet zich vorige week niet horen bij de heisa over de Amsterdamse drugscriminaliteit, waar ‘de autoriteiten’ zijn weggespeeld. De burgemeester schreef een brief aan de gemeenteraad, de minister liet zich erover uit, maar wat het OM vindt? Geen idee. Idem in Assen, waar een zedenverdachte in een speeltuin stierf na een ‘schermutseling’ en de vijf verdachten vervolgens vrijkwamen. Het OM liet de uitleg aan de burgemeester. Magistraten zouden wel iets vinden, denk je dan. Maar ambtenaren inderdaad niet.

In Europa zijn de conclusies al getrokken. Het Europees Hof in Luxemburg verklaarde in mei twee Europese arrestatiebevelen van het Duitse OM ongeldig, op vraag van een Ierse rechter. Het Hof vond dat het Duitse OM geen ‘onafhankelijke rechterlijke autoriteit’ is omdat het te dicht op de politiek zat. Het is daar vrijwel precies zo geregeld als in Nederland. Het kwartje viel onmiddellijk in Den Haag. Ook de zelfstandige bevoegdheid van ‘ons’ OM om Europese arrestatiebevelen uit te sturen, is dus vervallen. Grapperhaus hevelde fluks deze taak over naar de rechter-commissaris. De Kamer ging bij hamerslag akkoord. Advocaat-generaal bij de Hoge Raad Taru Spronken signaleerde in het Nederlands Juristen Blad dat het ‘wellicht tijd wordt’ te erkennen dat het OM géén onderdeel is van de rechterlijke macht. Maar een bestuursorgaan. Van der Voort is een illusie armer. En Grapperhaus een buitendienst rijker.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.