Opinie

Zogenaamd stoer

Column Claudia de Breij schrijft elke maand in Het Blad over hoe zij zich handhaaft in hedendaags Nederland.

Claudia de Breij

Je maintiendrai, zo luidt onze wapenspreuk. Ik zal handhaven. Zo zijn wij, Nederlanders. Handhaven, dat vinden wij belangrijk, anders zouden we het toch niet onder die twee toffe leeuwen schrijven? „Nou, ik niet”, zei Femke Halsema over de naar schatting driehonderd boerka- (of beter gezegd nikab-) draagsters in ons land. De burgemeester was niet van plan ze uit de tram te zetten en de politie kon er ook weinig mee. Je ne maintiendrai pas.

Gelukkig kwam het AD met een overzichtelijke handleiding voor het (in dit geval kennelijk toegestane) burgerarrest; als u zelf iemand in nikab ziet, kunt u haar tot de orde roepen. Mocht zij zich verzetten tegen uw burger-arrest dan mag u haar desnoods tegen de grond werken. Onderwijl roept u: „Op de grond vrouw! Dan zal ik je eens even laten voelen hoe erg ik tegen jouw onderdrukking ben!”

Mensen met een Nederlandse vlag en het woord ‘storm’ in hun sociale media-profiel waren er klaar voor. Wij zullen handhaven! Leve de knokploeg! Afschuwelijk en doodeng, maar wel iets wat je als overheid over jezelf afroept wanneer je wetten uitvaardigt die je niet wilt handhaven. Dat is, letterlijk, symboolpolitiek. Een zogenaamd stoer besluit om de kiezer te laten geloven dat je het neo-populisme omarmt – zonder er de verantwoordelijkheid voor te nemen.

De polen brandden, en niet alleen op onze opwarmende aarde. De ene gepolariseerde groep stond klaar voor een razzia, de andere lanceerde de hashtag #boerkabuddies. Nikabdraagsters konden zich melden als ze zich onveilig voelden op straat, dan zouden lieve vrouwen met ze meelopen. Wat bleek: er meldden zich meer boerkabuddies dan er boerkadraagsters zijn. Gelukkig maar, want de gemiddelde boerkadraagster zoekt zelf niet heel snel contact met een goedbedoelende witte feminist. Gek hè? Misschien omdat ze onzichtbaar wordt gemaakt in een kwaadaardig systeem waarin alles draait om het zo klein mogelijk maken van haar persoonlijkheid? Misschien omdat ze alles mag zijn, behalve een zelfstandig handelend individu – kortom, niks? Misschien omdat het dragen van een boerka allesbehalve een uiting van individuele vrijheid is?

Wie wíl een boerka dragen? Mijn inlevend vermogen schiet tekort, dat geef ik toe. Ik ken er geen in mijn omgeving. De nikabdraagsters díé ik heb gesproken, woonden niet in Nederland maar in vluchtelingenkampen in Griekenland of Libanon. Ze hadden stuk voor stuk een gruwelijke hekel aan hun gezichts- en lichaamsbedekking en snakten naar een opleiding, een carrière, vrijheid. Als niet voor hen, dan toch voor hun dochters.

Een overheid die het meent met de vrijheid van vrouwen heeft geen boerkaverbod nodig, maar het afschaffen van onderwijs dat zich beperkt tot maar één levensbeschouwing (of dat nou de islam of een andere is). Dochters die op een openbare school in Nederland leren dat ze alles kunnen worden wat ze willen en zoons die leren dat ze niks meer waard zijn dan hun vrouw, daar hebben nikabdraagsters iets aan. En wij ook.